Paradijs in de Pacific
De Boeing 737 zat vol met stevig uit de kluiten gewassen mannen en vrouwen waarvan sommigen in traditionele dracht. NZ26 is de Air New Zealand vlucht die vanuit Auckland naar Los Angeles vliegt en onderweg in Tonga en Samoa stopt. Dit was tevens de vlucht waar de meeste kleine kinderen in zaten sinds we onderweg waren. Sara had in de vertrekhal al met een paar meisjes uit Tonga gespeeld. Hoewel van gelijke leeftijd stuk voor stuk vele kilo’s zwaarder. De piloot zaaide ietwat onrust toen hij bij het naderen van Tonga aangaf dat we zojuist de datumgrens waren gepasseerd en dat het maandag was in plaats van dinsdag. Dat zou onze boeking in Tonga en de eerste 2 nachten in Samoa danig in de war schoppen. In ons reisschema van Virgin stond bij Samoa een typefout bij de datum en doordat ik het op Internet had gecheckt wist ik zeker dat we pas op de vlucht naar Samoa een dag zouden winnen. De stewardess keek ons met een hoe-durf-je-de-piloot-niet-te-geloven blik glazig aan maar beloofde het toch nog even te controleren. Schaapachtig riep de piloot enige tijd later om dat hij zich had vergist en dat Tonga in dezelfde tijdzone als Nieuw-Zeeland lag. Hopelijk kon hij beter met de apparaten in de cockpit overweg.
De landing verliep soepel en iedereen werd verzocht het vliegtuig te verlaten, ook de passagiers voor Samoa en LA. Naast ons stonden een paar beren van kerels, spelers van het nationale rugby league team van Tonga die terugkeerden van het WK in Australië (waar overigens de kiwis in het hol van de leeuw met de overwinning zouden strijken, in voetbaltermen zoiets als Luxemburg dat in Rio de Gele Kanaries klopt). Er waren drie loketten, een voor Tongalezen, een voor buitenlanders en een voor ‘Special Assistance’, allen tergend langzaam. Hoewel we dankzij Sara aanspraak konden maken op de laatste rij werden we toch tussen de buitenlanders gezet. Bankbiljetten wisselden niet eens heimelijk van hand en na het oma’tje in de rolstoel konden de wat kapitaalkrachtiger Tongalezen sneller door de Special Assistance rij. Wij waren als laatste aan de beurt en na 45 minuten konden we onze bagage ophalen. Na het efficiënte Australië en Nieuw-Zeeland was het even wennen aan het ritme in de Pacific.
We hadden een weekje een strandbungalow, oftewel fale, gehuurd bij het Australische kunstenaarskoppel Chris en Shane die al meer dan 20 jaar op Tonga woonden. Zij hadden een transfer voor ons geregeld en met een glimlach van oor tot oor stond Vei, wederom een bonk van een vent ons op te wachten. Het was al na achten en donker en de rit zou ongeveer 50 minuten duren aangezien we helemaal naar de noordwest punt van het hoofdeiland Tongatapu moesten rijden. Vei gleed automatisch in de rol van eilandgids en met een reisgidsachtige stijl praatte hij enkele bezienswaardigheden onderweg aan elkaar, met als topper de palmboom met drie stammen, een unicum in de Pacific volgens hem. Als dit een hoogtepunt was dan hoefden we een week lang niet van het strand te komen. Het was overal erg donker met af en toe oplichtende koplampen als er weer ergens politiecontrole was. Met een maximumsnelheid van 40 km/uur in dorpen die je voorbij rijdt zonder dat je het in de gaten hebt een belangrijke bron van inkomsten voor de lokale hermandad. Sara kon de plas niet meer ophouden en op goed geluk zochten we samen een weg achter een struik, hopende dat er geen enge beesten zouden opduiken. Volgens Vei zaten er geen slangen maar wel grote spinnen die echter niet giftig waren. Chris stond ons al op te wachten en met hulp van een zaklamp bereikten we ons huisje. Met een ontbijtmand een paar koude Tonga biertjes konden we voorlopig even vooruit. Het huisje was comfortabel met een eigen schaduwrijke tuin van waaruit een pad naar het strand liep dat 20 meter verderop lag. De twee andere huisjes werden bezet door een Australisch koppel met oudere dochter. Sara viel vrijwel meteen in slaap in haar eigen tentje, moe van de lange dag. Het koude biertje smaakte ons goed maar deed ons niet slapen. Er waaide een stevige bries en de zee beukte op het strand, een geluid waar we pas na een paar dagen echt aan gewend waren. Zoals ieder paradijselijk plekje was ook hier gevaar, iets dat we de ochtend erna zouden merken. Tijdens het ontbijt werden we belaagd door hordes vraatzuchtige muggen. Brigitte’s rug leek wel op die van een zojuist ontwaakte fakir. Gelukkig zou Sara gek genoeg niet veel last ervan hebben. De muggen leken volwassen bloed te prefereren en beten alleen overdag. Het was happy hour tussen 1700 en 1800 want dan kon je gewoon niet buiten zitten zonder lek gebeten te worden. Duidelijk het patroon van de dengue mug, hoewel men beweerde dat dit op Tonga niet voorkwam. “Dengue mosquito is black and white, ours are different”. Nou, wij hebben alleen maar zwart-wit gestreepte muggen gedood, maar goed. Veel DEET smeren dus. Door de permanente bries was de enige plek waar je relatief veilig was overdag het strand. Geen straf natuurlijk. Op 100 meter buiten de kust lag een koraalrif dat de grootste golven brak zodat Sara makkelijk kon poedelen. We hadden het strand voor ons alleen en genoten volop van zee, zon en rust.
Naast onze plek lag Vakaloa, een klein resort dat sinds kort nieuwe eigenaren had. De eigenaren hadden een dochter Wika, die zeven maanden ouder was dan Sara maar ook zeven kilo zwaarder. Geen wonder als het doorsnee kinderontbijt hier uit een half witbrood zonder beleg en een glas dikke kokosmelk bestond. Samen renden ze door het restaurant en hadden veel lol. We raakten aan de praat met Hans, de opa van Wika. Een olijke Duitser uit Wiesbaden, getrouwd met een Tongalese en al jarenlang woonachtig op Tonga. Hij had zijn dochter geholpen het resort over te nemen en stijlvol te restaureren. Hans had geweldige anekdotes over zijn tijd op Tonga en was maar al te blij deze eindelijk weer eens in het Duits te kunnen delen. Bijvoorbeeld de keer dat hij tijdens een belangrijke Pacific conferentie op Tonga de vertegenwoordiger van Nieuw-Zeeland moest rondrijden omdat hij toevallig zijn Mercedes uit de Heimat had laten overkomen. Gelukkig wel iets ouder dan de enige andere Mercedes op het eiland, die van de koning. De toenmalige koning van Tonga had in Zwitserland onderwijs gevolgd en sprak vloeiend Duits en Hans had hem regelmatig al eens getroffen op feesten. Toen de NZ vertegenwoordiger op audiëntie moest reed Hans hem tot voor de deur waarachter meteen de zaal met troon was. En terwijl de kiwi zenuwachtig aan zijn kleding plukte, klaar om de gebruikelijke formaliteiten uit te wisselen wenkte de koning Hans met de woorden: Hans, weg mit dem Protokol, steig mal aus deine alte Kiste und kom mal her, wir haben uns schon zo lange nicht mehr gesehen. De kiwi snapte er niets van en stond als versteend aan de grond genageld. Hij heeft Hans de dagen erna enkel nog met Sir aangesproken. En zo had hij er nog een dozijn.
De avond erna zou het resort een culturele avond met buffet houden dat we niet wilden missen. Naast een paar andere tafels met ‘palangi’ (buitenlanders) die allen op Tonga woonden stond op een aparte verhoging een rijk versierde tafel. De prinses van Tonga zou haar verjaardag met haar naaste familie die avond vieren. En zo deelden we het buffet met de royalty van Tonga en stond ik, naar achteraf bleek, te plassen naast een of andere prins. Sara had natuurlijk nergens weet van en nam aan het eind van de avond gewoon van iedereen enthousiast afscheid, blauw bloed of niet. Waarschijnlijk is ze nog op de nationale tv geweest ook want er liep constant een cameraman rond om alles vast te leggen. De avond begon met een giga buffet met enkele Tongalese specialiteiten zoals lu, een combinatie van corned beef, vis, kokosmelk en uien, gewikkeld in taro bladeren en in een grondoven, de umu, klaargemaakt. Naast een enorme red snapper lag aan het eind nog een geroosterd speenvarken waarbij Sara iedereen aan het lachen kreeg toen ze enthousiast “kijk, mama, dat is Babe” riep. Die film is blijkbaar overal bekend. Met volle maag werden we getrakteerd op een aantal dansen van verschillende Polynesische eilanden zoals Tonga, Samoa en Fiji. Het was gebruikelijk om de dansers en danseressen te belonen door bankbiljetten op hun met olie besmeerde armen te plakken. Sara wilde ook en stond enigszins verloren tussen de woest uitziende mannen totdat de prinses haar aan de hand meenam en haar uitlegde wat ze moest doen. Hoewel ik nog geen linguïstische verbanden tussen Limburgs en Tongalees heb kunnen bespeuren snapte ze het meteen en liep ze triomfantelijk weer met de prinses van het podium af. Daarna was het de beurt aan de gasten en voorzichtig kwamen de beentjes los, inclusief mijn eigen houterige shuffle die ongeacht de muzieksoort overigens altijd hetzelfde is. Simpel houden is het credo.
Chris kwam regelmatig even voorbij om een praatje te maken voordat ze met surfplank de zee inliep. Voor ons strand was de enige fatsoenlijke surfplek op Tongatapu en zelfs de vorige, inmiddels overleden koning had hier regelmatig de golven getrotseerd. Het strand hadden we dagelijks voor ons alleen tot vlak voor zonsondergang als de dorpelingen een duik kwamen nemen. Iedereen bleef dan gekleed want dat was vanuit religieus oogpunt vereist. Naast de gebouwen van de mobiele telefonie provider Digicel hadden de kerken de nieuwste en mooiste gebouwen. Beide brengers van de boodschap zij het in andere werelden. Religie neemt een centrale plaats in op Tonga. Ieder dorp heeft wel een paar kerken die lokaal ook voor het broodnodige onderwijs zorgden, maar de Mormonenkerk spande helemaal de kroon. Een ultramodern gebouw met gouden figuur op de top en een enorm complex met huizen en school. Het onderwijs op deze school stond hoog aangeschreven, wat mede kwam door het onderwijzende personeel dat vanuit de VS werd ingevlogen als onderdeel van de zware sponsoring uit Salt Lake City, het mormonen hoofdkwartier. Helaas mocht je alleen naar deze school als de hele familie mormoon was of wilde worden. Verder had je nog de Rooms-Katholieke kerk, de methodisten en Jehova’s. Zondag was hier nog een zondag zoals de christelijke partijen het bij ons graag zouden willen. De eerste mis begon om 0500 uur ’s ochtends, waarna er nog drie volgden. De mannen bereidden na de eerste mis het eten in de umu oven en na de copieuze lunch ging iedereen slapen tot de avondmis. Verder gebeurde er die dag helemaal niets. Op een paar resorts en toeristenrestaurants na was alles dicht en er reden geen bussen of taxi’s. Er mocht ook geen enkel vliegtuig landen of vertrekken. Wij hadden gelukkig genoeg proviand ingeslagen en door de geïsoleerde ligging was het voor ons eigenlijk iedere dag een soort van zondag. Ontbijten, lekker luieren aan het strand, lunchen, een middagdutje, een strandwandeling en wat snorkelen of kayakken, dineren en als Sara eenmaal sliep een koud biertje op de veranda. Chris nam ons op een zwoele zaterdagavond mee naar de blowholes aan de zuidkust. Het was vloed met talrijke hoge golven wat een geweldig spektakel bood. Het water spoot uit honderden blowholes tot soms wel 25 meter hoog. Met een prachtig ondergaande zon genoten we van dit geweldige natuurfenomeen.
Onze proviand haalde we in een van de winkeltjes in het dorp. Dit waren houten schuurtjes met tralies ervoor waar je als een soort van gevangene je geld ruilde voor goederen door de kleine gaatjes. Veel van deze winkeltjes werden gerund door Chinezen die op toeristenvisas binnenkwamen en via omkoperij illegaal handel dreven. Er liep allerhande vee los door de straat zoals kippen en varkens. Maar ook veel agressieve honden zodat Sara en ik ieder met een stok onze route liepen. Tijdens onze tocht kwamen we een van de ‘leiti’ tegen, dit zijn mannen die zich als vrouwen kleden en gedragen. Er is zelfs een mateloos populaire jaarlijkse schoonheidswedstrijd. En hoewel het merendeel van deze leiti homo is wordt homoseksualiteit niet geaccepteerd maar deze crossdressers blijkbaar weer wel. Erg schijnheilig allemaal. Verse producten waren alleen maar in de hoofdstad Nuku’alofa te krijgen en dus met de lokale bus naar de markt. Het openbaar vervoer was een avontuur op zich. Het begon met wachten tot de bus kwam. Het kon een uur duren maar soms kwam de bus ook gewoon niet als de chauffeur een dutje deed of gewoon geen zin meer had. In de bus telde je 24 plekken maar werd er in ieder dorp een veelvoud ingepropt terwijl de reggae muziek keihard uit de immense speaker knalde. En als je dacht dat er geen gaatje meer vrij was stopte de bus voor nog twee bonken van kerels die gewoon in de deuropening gingen zitten en de bus langzaam begon over te hellen. No worries. Afrekenen deed je door eerst uit te stappen en het geld opgerold door het raam naar binnen te gooien. Zo’n rit duurde bijna een uur en je was blij eindelijk de bezwete massa te kunnen ruilen voor de warme deken buiten. Nuku’alofa was verder niet zoveel aan. Stroperig verkeer, veel mannen die in groepjes in het niets staarden en een Internetwinkel waar je films op DVD kon kopen die voor je neus illegaal werden gekopieerd. De politie kwam zelf ook een paar titels aanschaffen toen wij binnen waren dus nog veel werk aan de winkel voor de piraterij speurders.
De laatste dag voor vertrek besloten we toch nog een tour rond het eiland te maken met Vei. We hadden de blowholes al gezien dus er bleef eigenlijk niet veel over. Onze eigen Abel Tasman was als eerste hier aan land geweest en ook al was de noordwest punt als landingsplek gemarkeerd het was eigenlijk onduidelijk waar de plek precies was geweest. De poging van Captain Cook was beter geconserveerd. Hier stond een heuse gedenksteen en werden zelfs op kleine schaal souveniertjes verkocht waar Sara mee mocht helpen de tapa te schilderen, de bast van een boomstam. In tegenstelling tot in Aziatische landen waar je belaagd werd door hordes verkopers waren attracties hier een oase van rust. Een verademing. Het leukste van de rit echter waren de dorpjes onderweg waar Sara veel bekijks trok. Armoede en relatieve rijkdom leefden naast elkaar. Veel families worden gesponsord door familieleden die overzee in Australië een baan hebben. Voor veel Tongalezen een droom aangezien hun leven normaliter zich binnen de paar vierkante meter van hun dorp afspeelt. Uit onze tijd in Australië weten we echter dat het leven voor een eilandbewoner erg hard is down under. Slecht betaalde banen, criminaliteit, onderhuidse discriminatie en het beetje geld dat wordt verdiend wordt trouw naar huis gestuurd. Zelfs de semi-professionele Tonga rugby spelers gingen tijdens het WK dagelijks McDonalds eten om zoveel mogelijk van hun dagbudget uit te sparen voor de familie thuis. Ik weet niet wat beter is, in de marge rommelen in Australië of het monotone maar relaxte eilandleven. In het eerste geval heb je in ieder geval een keuze en dat is ook weer veel waard.
Tonga was voor ons een idyllisch plekje waarvan je egoïstisch hoopt dat het massa toerisme er nooit op gang zal komen.
Lees meer uit de rubriek Tonga.
Wilt u een kommentaar achterlaten vul dan onderstaand formulier in.

english version
Heelaa bofkonten!! Mooi om te zien dat jullie overal waar jullie komen alles uitpluizen en veel contacten hebben met de bewoners. Jammer dat er zo weinig mensen reageren! Vreemd… Is het eng om te schrijven of zo??
Ik weet zeker dat jullie veel meer foto’s hebben en die wil ik dan ook graag zien als jullie ff pauze houden tijdens de wintermaanden!
Geniet nog ff lekker van de warmte, want hier is het f*cking koud….brrr
Grtz Luc