Van Queenstown terug naar Christchurch

03. december 2008 / 23:23 - gepubliceerd door Luc.

We wilden er maximaal drie nachten blijven maar het werden er uiteindelijk zes. Queenstown mag voor velen een vercommercialiseerd toeristencentrum zijn, wij vonden het een fijne plek om te zijn. Ons appartement lag in het centrum en was erg comfortabel. Lekker weer zelf koken en tijd om een wasje te draaien. De eerste dag scheen de zon volop en stapten we op de TSS Earnslaw, een juweel van een stoomboot uit begin vorige eeuw waar Sinterklaas hoge ogen mee zou gooien bij de Nederlandse intocht. De boottocht ging naar de Walter Peak Farm, een schitterend gelegen boerderij aan de andere kant van Lake Wakatipu. De boer in ruste Lyndsey gaf een vermakelijke rondleiding waarbij Sara de schapen kon voeren en lammetjes kon knuffelen. Als afsluiter werd een schichtig Merino schaap vakkundig door hem van zijn vier kilo wegende vacht ontdaan. De andere zonnige dag togen we naar Arrowtown, een voormalig gouddelversstadje dat grotendeels intact is gebleven. Ieder uur stopten er toerbussen vol chinezen die in sneltreinvaart over de nabijgelegen Chinese Settlement werden gejaagd om de paar gerestaureerde huisjes van hun dappere landgenoten uit eind 19e eeuw te bewonderen. Tijdens de lunch werd Sara vakkundig gekortwiekt door de lokale kapster en met een grote lolly in de hand paradeerde ze trots door de hoofdstraat. Arrowtown was een sfeervol dorpje waar je makkelijk een dag kon slijten, zeker als de zon scheen.

Queenstown was het kloppend hart van adrenaline verhogende activiteiten dus je moest niet vreemd opkijken als er weer een stel paragliders overvlogen of iemand met een parachute achter een speedboot boven het ijskoude water ging hangen. Het was ook de bakermat van de bungy jump en ik kon de verleiding niet weerstaan om ook een sprong te wagen. En hoewel er hogere (en veel duurdere) sprongen waren koos ik voor de plek met de meeste historie want de eerste sprong was van de Kawarau brug net buiten Queenstown. Hier had in 1988 de eerste commerciële bungy sprong plaatsgevonden. De beide ‘uitvinders’ AJ Hackett en Henry van Asch waren rond deze tijd ook in Queenstown om het 20-jarig jubileum te vieren. Na een fikse ruzie enkele jaren geleden die leidde tot bedrijfssplitsing zijn ze inmiddels weer on speaking terms met elkaar en sprongen ze samen breed lachend met een tandemsprong van de brug. Geen wonder, met jaarlijks meer dan 100000 gekken aan een koord zijn ze beide multimiljonair. Sara wilde ook en de alleraardigste Schotse Katherine achter de balie speelde het spel vrolijk mee. Na het officiële wegen zette ze haar gewicht met stift op de linkerhand en maakte ze een ‘boarding pass’ die Sara aan de mannen op de brug moest geven. De uiterst relaxte man op de brug was met stomheid geslagen toen hij het kaartje kreeg aangereikt en ik aangaf dat Sara eerst zou springen. Het duurde even voordat hij doorhad dat het een grap was. De minimum leeftijdsgrens was tien jaar maar hij was al een keer met zijn zevenjarige zoon tandem gesprongen. Toch net even anders dan voor het eerst met de F-jes meevoetballen. Voor mensen met hoogtevrees moet dit het ergste zijn wat er is en ik was dan ook zeer verbaasd dat Brigitte na twee dagen twijfelen ook wilde springen. We zouden die ochtend doorrijden naar Milford Sound dus het was nu of nooit. De meisjes achter de balie waren erg meelevend en toen de formaliteiten waren geklaard ging ze onder luid gejuich naar buiten. Een vijftigtal Chinezen verhoogden de sfeer aanzienlijk op het kijkersplatform toen ze vol verwachting met hun camera’s klaar stonden om haar sprong te vereeuwigen. Quinny op de brug bleek een geweldige amateur psycholoog die Brigitte naar het platformpje toepraatte. Met de geruststellende mededeling dat niets zou misgaan zou ze na zijn drie tellen kunnen springen en ze ging nog ook! Het looppad dat je van de rivier alleen omhoog loopt zou net zo goed het pad der wedergeboorte genoemd kunnen worden. Je lichaam is nog aan het bijkomen van de val en na een dergelijke overwinning op jezelf kun je alles aan. Brigitte zei achteraf dat Obama’s verkiezingsleus en uiteindelijke overwinning haar het laatste duwtje in de rug had gegeven. Obama’s overwinning hadden we overigens dankzij het tijdsverschil op woensdagmiddag kunnen volgen. Na enkele dagen zon sneeuwde het buiten dikke vlokken en met binnen de kachel op 10 schakelden we live mee met de Nieuw-Zeelandse tv naar CNN, ABC en ook Fox voor berichtgeving uit beide kampen. Uiteindelijk overheerste toch zichtbare opluchting bij de aanwezige Nieuw-Zeeland deskundigen over het resultaat. Het overschaduwde eigenlijk hun eigen verkiezingen die het weekend erna waren. De debatten waren erg saai en behalve de Maori vertegenwoordigers hadden de lijsttrekkers een hoog Balkenende gehalte, weinig charismatisch dus. Maar ook hier een drastische koerswijziging zij het dat rechts met de overwinning ging strijken.

De volgende stop was Te Anua, als basisplaats voor een boottocht door de Milford Sound. Ken en zijn Japanse partner Keiko runden een leuke B&B en gaven een forse korting op de prijs. Op NZ internetfora gaven veel mensen aan dat de Doubtful Sound even mooi is maar minder toeristisch dan de Milford Sound. Het zou voor Sara echter een te vermoeiende dag zijn om met achtereenvolgens een boot, bus, boot, bus trip de afgelegen Doubtful Sound te bereiken. Dus met de eigen auto de fantastische rit van Te Anau naar Milford gereden. De weg slingerde via verschillende landschappen langzaam richting een kale vallei met steile rotswanden waar de Homer tunnel lag. Het had maar liefst 18 jaar geduurd voordat deze eenbaanstunnel van 1200 meter lengte klaar was. Aangezien je maar om het kwartier erin kon rijden was het even wachten op het groene licht. Achter ons stapte iedereen plotseling uit met de camera in de hand om onze auto te fotograferen. Ik zocht even de Nieuw-Zeelandse Ralph Inbar achter een rots maar al snel bleek dat 3 Kea’s, de inheemse Nieuw-Zeelandse papagaai, zich op ons dak hadden genesteld. Brutale vogels met een voorkeur voor het rubber van de ruitenwissers zo bleek. Terwijl de zon al een beetje begon te branden reden we uiteindelijk de parkeerplaats bij Milford Sound op. Gezien het feit dat hier gemiddeld zes meter neerslag per jaar valt troffen we het dat we jas en paraplu in de auto konden laten. Het goede weer betekende echter ook dat ‘scenic’ vliegtuigjes af en aan vlogen. Een helikopter bedrijfje adverteerde zelfs met hun ‘picnic eco’ tour waar je na een vlucht door de Milford Sound ergens bij een meer de picknick mand kon plunderen. Waarschijnlijk dat de organische lunch ingrediënten het eco sausje van deze verder vervuilende manier van natuur genieten moesten rechtvaardigen. Er voeren verschillende boten rond maar Ken van de B&B had ons de Mitre Peak aangeraden, een kleine boot waar je niet het idee hebt alsof je aan de maandelijkse bingoavond meedoet zoals op de andere megaboten. Met zes andere passagiers konden we 2 uur genieten van de prachtige fjord die je als mens een erg nietig gevoel geeft. De hele zuidwestkust met achterland, Fiordland genoemd, neemt ongeveer 10% van heel Nieuw Zeeland in beslag en is in zijn geheel World Heritage Area. En terecht. Dit keer geen dolfijnen maar wel pinguïns en zeehonden, voor Sara uiteraard de hoogtepunten want een berg is uiteindelijk maar een berg.

Na twee dagen bij Ken en Keiko koersten we naar het zuiden richting Invercargill. Dit meest zuidelijk gelegen stadje was niet echt interessant en we besloten de Catlins in te rijden, een natuurgebied dat zich vanaf Invercargill over de zuidoostkust uitstrekte. Ken had Curio Bay als tip gegeven en dat werd ons doel. Bij het passeren van de laatste heuvel lag er een prachtige baai voor onze voeten met slechts een enkele rij huizen aan het strand. We kwamen uit bij een mooi appartement van de Duitse Dani die ooit als rugzaktoeriste hier was gestrand en een jonge boer aan de haak had geslagen, of andersom, dat werd niet helemaal duidelijk. Ze woonden zelf in een gaaf houten huis met hun twee kinderen waarvan het meisje iets jonger was dan Sara. Net als in Keikoura ging Sara er gelijk vandoor met de poppenwagen die tot bedtijd aan haar hand gekleefd zat. Ze probeerde de Duits zingende pop te imiteren en de melodie deed ons terugdenken aan een mooie avond op de camping in Townsville, Australië. Een groep backpackers bezongen destijds hun vriendin op hetzelfde ritme (denk aan voetbal en Schade … alles is vorbei) met de volgende woorden: “Du passt nie in ein 75D, Du bist flach wie der Bodensee”. Oostenrijkers met humor…

Ons appartement aan het strand was fantastisch met een enorm bed van drijfhout en een veranda die uitkeek over de gehele baai. De hector dolfijnen joegen voor je neus op vis en ’s avonds in het donker kwamen blauwe pinguïns voor ons stulpje hun jongen voeren die verstopt in het struikgewas zich luidkeels meldden. Er was verder helemaal niets. Geen TV, geen mobiel netwerk, geen winkel of café. Enkel de branding en een paar bewoonde huisjes en mini-camping. Als Sara eenmaal sliep zaten we zwijgzaam met een wijntje te genieten van zoveel rust en schoonheid. We waren al op veel mooie plekjes geweest tijdens onze reis en dit was zeker een van de hoogtepunten. In de Catlins lag ook Slope Point, het meest zuidelijke puntje van het Zuidereiland. De koude, gure wind onderstreepte het feit dat zuidelijker enkel nog Antarctica lag. En toch lag er dan weer een juweel van een café in deze geïsoleerde streek met heerlijk eten en lokale biertjes uit Invercargill (Niagara Falls Café). Sara verkende met poppenwagen de tuin vol kippen en wij konden wederom niets anders doen dan genieten. Aan de noordkant van de Catlins lag Nugget Point, niet vanwege gevonden goud maar zo genoemd dankzij kleine rotspartijen in het water. Het is ook een van de weinige plekken waar zeeleeuwen, zeehonden en pinguïns vreedzaam naast elkaar leven. De Sunny kreunde lichtelijk over de onverharde, slingerende weg naar boven maar het uitzicht was de moeite waard. Kortom, de Catlins is een absolute aanrader.

Na de Catlins was Dunedin en Otago Peninsula aan de beurt. Bovenop een heuvel op het schiereiland lag het enige kasteel dat Nieuw-Zeeland rijk is, Larnach Castle. Hier wilden we een nachtje doorbrengen maar bij aankomst waren kasteel en de tuinen wel mooi maar de gastverblijven erg oubollig en rechtvaardigden deze niet de forse kamerprijs. De inrichting had veel weg van de Bucket Residence en de Aziatische Hyacinth aan de receptie probeerde er nog wat van te maken door aan te geven dat je nergens zo in stijl kon slapen. Toch maar liever iets à la Onslow. Aangezien we verder niets leuks konden vinden tijdens de rondrit over het eiland en de beroemde albatroskolonie niet bezocht kon worden togen we naar Dunedin. We vonden onderdak in een mooi Victoriaans huis dat in een grote B&B omgetoverd was en waar Belgische Anne uit Geel de leiding had. Dunedin was vroeger een bolwerk vol Schotten, tegenwoordig is het de vierde stad van Nieuw-Zeeland en vol met studenten (overigens zijn Auckland, Christchurch en Wellington de andere noemenswaardige steden in volgorde van grootte). We konden helaas niet de sfeer terugvinden waar de reisgids zo lovend over was. Het zegt genoeg dat het hoogtepunt voor ons een bezoek aan een Japans restaurant was, verstopt in een zijweg in het centrum. Niet de geijkte lopende band met sushi bordjes maar eerder een soort van tapas principe. Allemaal kleine, heerlijke hapjes waar ook Sara zich te goed aandeed. We twijfelden nog even of we de Cadbury chocolade fabriek tour zouden doen maar met Sinterklaas in het vooruitzicht zou Sara al genoeg zoetigheid krijgen dus in de Sunny op weg naar de Moeraki Boulders. Dit is een verzameling enorme ronde stenen in de branding waarvan het net lijkt of iemand ze daar achteloos heeft neergegooid. Volgens geologen miljoenen jaren oud maar volgens Maori waren het versteende voedingsmanden die hun voorouders tijdens hun verre ontdekkingstocht per kano hadden meegesleept. Hoe het ook zij, met verder nergens een steen in de wijde omtrek een bizar fenomeen. Ook hier gold weer, een steen is maar een steen en Sara klom overal op waarna haar zoveelste ‘druppelzandkasteel’ al haar aandacht trok. Na de lunch reden we het gebied Otago in dat vroeger de vindplaats van goud was maar tegenwoordig het van wijnbouw en toerisme moet hebben. Onze rit eindigde in Clyde, een pittoresk gehucht uit de goudzoekerstijd. We namen een kamer in het Dunstan Hotel waar je het gevoel kreeg dat John Wayne ieder moment door de deur kon komen. Alles was met zichtbare liefde in oude stijl hersteld en het eigenaarskoppel was erg vriendelijk. De meeste bezoekers stoppen hier als rustplaats op de Otago Rail Trail, een dagenlang loop/fietspad waar vroeger de treinrails hadden gelegen. Behalve een korte wandeling langs enkele historische gebouwen was er verder niet veel te doen. Volgens de uitbaatster van het delicatessenwinkeltje konden we niet weggaan zonder de lokale Pinot Gris te proeven. Deze wijn is sterk in opkomst in Nieuw-Zeeland maar de Elzas variant vonden we toch lekkerder. Er was nog een nacht te spenderen voordat we de Van Udens in Lake Tekapo zouden treffen en na een prachtige rit over de Lewis Pass trokken we aan de handrem in Twizel. Dit op papier bedachte plaatsje is even oud als ik en was eigenlijk alleen bedoeld als arbeiderswoonplaats totdat de elektriciteitscentrale in de bergen voltooid was. We besloten dit keer de Lonely Planet te raadplegen en de Author’s Choice was inderdaad niet verkeerd. Net buiten Twizel lag een boerderij van een Zuid-Afrikaans-Kiwi koppel met een cottage op het landgoed. Sara had haar eigen slaapkamertje en vanaf de veranda hadden we een mooi uitzicht op Mount Cook. Met de Sunny konden we tussen de Merino schapen door over het landgoed naar de rivier om pootje te baden en Sara vond het prachtig. Ze mocht namelijk op mijn schoot zitten en sturen. Zigzaggend en onderwijl aan de radio draaiend ging ze recht op de schapen af. Even zweten zonder afgekocht risico maar gelukkig konden we de bolide zonder krassen aan de waterkant parkeren. Het weer was goed, Sara speelde met hond Gus en wij konden eindelijk weer eens een paar biefstukken op de BBQ gooien terwijl de zon langzaam achter de bergen zakte. Het leven was goed.

We zouden Chris, Anna en Dominic na de lunch in Lake Tekapo treffen dus we hadden genoeg tijd om naar Mount Cook te rijden. De waterkleur van de meren hier was ongekend blauw wanneer het zonlicht werd weerkaatst door het sediment in het ijskoude water. Net als een overdreven ‘gefotoshopte’ ansichtkaart en moeilijk op foto vast te leggen. Mount Cook lag te schitteren in de zon en leek in de verste verte niet op de meedogenloze berg die een bekende kiwi bergbeklimmer 2 weken in zijn greep had gehouden enkele jaren terug en die daarbij beide benen had verloren. In plaats van zich gewonnen te geven heeft Marc Inglis, de ongelukkige in kwestie, daarna met twee kunstbenen Mount Everest beklommen. Een ongelofelijke prestatie maar helaas resteerde hem enkel bergen kritiek, zelfs van de onaantastbare Hillary zelf die hier bij Mount Cook met een standbeeld was vereeuwigd. Inglis’ expeditie zou in de succesvolle jacht naar de top de hulpkreet van een gestrande Engelse bergbeklimmer van een andere groep hebben genegeerd wat tot diens onvermijdelijke dood had geleid. Buiten het café was er verder weinig activiteit. Na een rondgang door het mooie, nieuwe bezoekerscentrum en een lichte lunch reden we weer richting Lake Tekapo. Weg van de hoofdweg lag middenin het niets een zalmkwekerij waar Sara de visjes wilde voeren. De zalm werd gekweekt in de afwateringskanalen van de elektriciteitscentrale en was gezien de stroming en puurheid van het water van schijnbaar ongekende kwaliteit. Naast top restaurants in Nieuw-Zeeland lustte de keizer van Japan er blijkbaar ook pap van want het merendeel werd geëxporteerd voor de sushi aldaar. Brigitte liet de kans niet voorbijgaan om een bak rauwe zalm naar achteren te slaan en kon alleen maar bevestigen dat het zonde zou zijn om deze vis anders dan rauw te eten. Ik was vooral onder de indruk van de enorme regenboogforellen die buiten de netten zich volvraten met zalmvoer aangezien Sara nog niet zo goed kon mikken.

Een vakantiehuis oftewel bach (spreek uit: batch) is een fenomeen dat elke Nieuw-Zeelander lijkt te hebben, en dan het liefst aan het water. Veelal houten huisjes met beperkte faciliteiten maar wel vaak op de mooiste plekjes. Het huis van Anna’s broer was al vrij oud maar desalniettemin van alle gemakken voorzien. Wederom hoefden we niets te kopen, Chris en Anna hadden voldoende proviand meegenomen. De enige tegenprestatie die we mochten leveren was hun mee te nemen naar de lokale Japanner die uiteraard de Mount Cook zalm op het menu had staan. Smullen dus. Lake Tekapo is vooral bekend vanwege het meest gefotografeerde, eenzame kerkje aan de oever. Lastige klus voor de pastoor om iedereen bij de les te houden als je langs hem heen een fenomenaal uitzicht op de bergen hebt. Chris had de rubberboot met motor op de trailer meegenomen en Sara wilde net als Dominic op de rubber band achter het bootje getrokken worden zij het in een slakkengang. Gelukkig voor ons vond ze het water te koud en wilde ze al snel eruit. Na de BBQ worstjes ging ze zowaar lekker slapen in het tentje dat we in de schaduw hadden opgezet zodat wij ook in alle rust een boek konden lezen. Een luxe die we al tijden niet meer hadden gehad overdag.

Ik zou zo nog enkele pagina’s kunnen vullen met beschrijvingen van plekjes en natuurschoon maar realiseer me dat het veel van hetzelfde wordt. En dan moet het Noordereiland nog komen. Iedereen heeft wel eens een geweldige mop gehoord na een paar biertjes op in de kroeg waarvan je tranen in de ogen kreeg van het lachen. Als je deze de dag erna nuchter aan iemand anders vertelt is hij nooit zo goed als de avond tevoren. Kortom, je moet erbij zijn geweest om het op waarde te kunnen schatten. Zo is ook Nieuw-Zeeland. Je moet het echt met eigen ogen zien en ondergaan. Wat valt er dan nog op behalve de indrukwekkende natuur? Nieuw-Zeelanders hebben net als Limburgers een soort van minderwaardigheidscomplex dat hun ertoe dwingt bezoekers meteen te vragen wat ze van hun land vinden, ook al ben je er pas een dag. Commerciële slaapplaatsen wedijveren om de mooiste titel. Je hebt motels, hotels, B&B’s en lodges met een hele serie bijvoeglijke naamwoorden zoals ‘quality’, ‘luxury’, ‘boutique’ en ‘retreat’. De winnaar tot nu toe is een ‘luxury boutique lodge with inhouse spa’. De inhouse spa baden lijkt een ware obsessie, terwijl het niets meer is dan een polyester badkuip die een beetje bubbelt maar waardoor de prijs van een hotelkamer wel meteen fiks duurder wordt. Nergens ben ik grotere bumperklevers tegengekomen als hier. In tegenstelling tot de gigantische leegte qua wonen schurkt men lekker dicht bij elkaar eenmaal in de auto. Je koopt hier geen huis maar een ‘lifestyle’. Er staan heel veel lifestyles te koop. All Blacks, Black Caps, Tall Blacks, Silver Ferns, waar wij niet verder komen dan Oranje voor onze sportploegen heeft ieder nationaal sportteam hier een bijnaam. Behalve het badminton team. Zij kozen voor ‘Black Cocks’ om sponsors te interesseren maar kregen alleen maar hoon over zich heen en gaan nu bijnaamloos door het leven.

We hebben zo ongeveer alle hoeken van het Zuidereiland gezien en een heerlijke tijd gehad. Mede ook door het warme onthaal van de familie van Uden. Je beleeft een land toch anders als je een tijdje met wat inwoners optrekt en wat dat betreft hadden we ons geen betere gastfamilie kunnen voorstellen. We verheugden ons na slechts enkele dagen zonnig weer enorm op de tropen maar eerst nog een dikke week Noordereiland.

Lees meer uit de rubriek Nieuw-Zeeland.

Wilt u een kommentaar achterlaten vul dan onderstaand formulier in.

Naam (verplicht veld)

Email (verplicht veld)

Website

Reacties

© Copyright Globetoddler - Designed by {in}bloom