Auckland en het noorden

03. december 2008 / 23:48 - gepubliceerd door Luc.

De aankomst in Auckland voorspelde niet veel goeds, stromende regen en koud. We hadden een huurauto op Internet geboekt en na een shuttlebusrit naar Manukau bleek dit een vijftien jaar oude Nissan Cefiro Excimo te zijn. Dit vlaggenschip was niet te koop in Europa en duidelijk een topmodel in staat van vergane glorie. Om het spitsuur rond Auckland te vermijden stopten we eerst bij een groot winkelcentrum in Manakau. Het viel ons op dat we in het korte tijdsbestek dat we in de Japanner zaten we al meer Maori’s gezien hadden dan alle weken op het Zuidereiland bij elkaar. In plaats van het centrum van Auckland wilden we in een van de buitenwijken slapen en reden naar Devonport. Vandaaruit kon je met het pontje makkelijk naar centrum Auckland dus geen geklooi met parkeren. Hoewel het een alleraardigst plaatsje aan het water was met mooie Victoriaanse huizen was er weinig leuke en betaalbare accommodatie voorhanden. Terug richting Auckland en de afslag naar Ponsonby genomen. Het was inmiddels al na achten en Sara’s luikjes gingen langzaam dicht. Uiteindelijk belandden we bij een B&B in een prachtig oud huis gerund door de Australische Maureen die ons voor een schappelijke prijs de grote voorkamer liet gebruiken. Achteraf bleek dat Maureen’s zus die dag was begraven in Sydney en zij haar verdriet aan het wegdrinken was. Ze had de hoop al opgegeven dat iemand nog zou aankloppen om haar uit haar eenzaamheid te verlossen totdat wij opdoken. Sara veerde op toen ze de lading speelgoed van Maureen’s kleinkind zag en wij werden getrakteerd op hapjes en wijn, veel wijn. Aangezien we de enige gasten waren werd het tijdschema van ontbijten en uitchecken geheel vergeten. We konden doen en laten wat we wilden, Maureen vond het allemaal best. Na de brunch besloten we lopend naar het centrum te gaan zodat we via Ponsonby, K-Road en Queen Street het hart van Auckland zouden binnenlopen. Vol met de geijkte winkelketens vonden we het centrum en de haven echter niet de moeite waard en liepen we door naar het Auckland Museum. Het museum was rijk aan interessante tentoonstellingen over de Maori’s, de Pacific en vulkanen. Voor Sara was er een hele afdeling vol met levende beesten en speelgoed, inclusief kostuums van allerlei dieren die zij enthousiast herkende. Ze was niet weg te slaan bij de tijdelijke tentoonstelling over onderwijs in Nieuw-Zeeland. Niet omdat de geschiedenis zo interessant was maar meer vanwege de enorme wand vol snoep uit de oude tijd. Ponsonby zelf was een erg leuke wijk met allerlei winkeltjes, gallerijen, cafés en restaurants. De cappuccino was overal even lekker en Brigitte had moeite om niet een extra koffer vol te stoppen met goedkope tweede hands kleding uit de vele boetiekjes. Na twee nachten bij Maureen besloten we verder te trekken naar de Bay of Islands, een schijnbaar niet te missen eilandengebied op een paar uur rijden ten noorden van Auckland. Hoewel Paihia het toeristencentrum was en de meeste accommodatie had kozen we ervoor het pontje naar Russell te nemen. Dit was als Kororareka kort de hoofdstad van Nieuw-Zeeland geweest in de hoogtijdagen van de walvisvaart. Hoe lieflijk het er nu bij lag was niets vergeleken bij de hel van de Pacific die het vroeger was toen talloze matrozen en criminelen zich schijnbaar de drank en hoeren goed lieten smaken. De motels aan de waterkant vroegen ondanks laagseizoen allemaal de hoofdprijs. Gelukkig vonden we een paar straten landinwaarts een superappartement met alles erop en eraan inclusief, jawel, de inhouse spa. Hier werd het ook tijd voor Sara om de schoen voor Sinterklaas te zetten. Ze zong ’s avonds uit volle borst Sinterklaas Kapoentje en at en passant de hele wortel bestemd voor Amerigo. Gelukkig heeft Sint tegenwoordig GPS apparatuur en is Amerigo verfijnder voedsel gewend anders had hij ons plekje nooit kunnen vinden. Omdat Sara dit keer in een gewoon bed sliep in de kamer naast ons was ze ´s ochtends zelf opgestaan en had het cadeautje uit haar schoen gepakt. We werden wakker van een luide knak toen ze haar tanden in de grote chocolade pop zette en deze in sneltreinvaart verorberde.

We benutten een mooie zonnige dag om een boottocht door de Bay of Islands te maken. Een schitterend natuurgbied waarvan je de volle pracht eigenlijk alleen vanaf een boot kon zien. Onderweg zwommen nog enkele bottlenose dolfijnen voor de boot. Bij terugkomst stonden Russell’s lagere schoolkinderen allemaal op de pier verzameld om te oefenen voor een zang en dans competitie later die week. We werden vergast op enkele Maori liederen en de onvermijdelijke Haka. Het is opvallend hoe Nieuw-Zeelanders anders met hun oorspronkelijke bewoners omgaan dan Australiërs met Aboriginals. In tegenstelling tot de grote rivaal aan de andere kant van de Tasmaanse Zee werken Maori’s wel in allerlei functies, ook politiek en zie je de taal overal opduiken. Kinderen leren op school de taal en gebruiken zodat het respect van jongs af aan wordt geleerd. En dat zal broodnodig blijken. In de media overheerst vaak de negatieve berichtgeving, vooral uit de armere Maori wijken rond Rotorua. Al dagen beheerste de rechtzaak over de dood van een 3-jarig Maori meisje de koppen. Het arme schepseltje werd stelselmatig mishandeld door de broers en vriend van de moeder die niet ingreep. Tot in het kleinste detail werden hun laffe mishandelingen beschreven (bijvoorbeeld het kind aan de waslijn hangen en dan hard rondzwaaien totdat het erafvloog en bewusteloos bleef liggen). Buurtbewoners hoorden vaker geschreeuw en hadden de waslijn actie gezien maar grepen niet in. Mishandeling is blijkbaar business as usual in deze contreien gezien de quote van de buurman: “I thought nothing special about it, it seemed like just another normal case of domestic violence”. De broers en vriend kregen levenslang en de moeder zal grijsbehaard ooit vrijkomen. De hele zaak werd aangegrepen om de zwijgplicht in Maori kringen te doorbreken en deze wanpraktijken te meldden om erger te voorkomen. Wat mij vooral opviel was de subjectieve toon van de berichtgeving in vooral de kranten. Als bijvoorbeeld een zus van de moeder werd geïnterviewd was zij niet de zus van de moeder maar een van de vele zussen van de moeder. Sluimerend stigmatiserend.

Het NZ geld raakte langzaam op en we hadden weinig zin om nog veel te rijden. Op Internet zag ik een Couchsurfer in Whangarei die ook families ontving dus na enkele e-mails heen en weer een afspraak gemaakt voor de dag erna. Zelf las ik twee jaar terug voor het eerst over CouchSurfing en gaf de tip aan mijn neef die inmiddels op vele bankstellen in Europa heeft gelegen. Het is eigenlijk een gemeenschap van mensen die graag reizen en als ze dat niet doen hun huis openstellen voor andere reizigers. Er zijn verder geen kosten aan verbonden en het is aan jezelf of je iets wil terugdoen voor je gastheer of –vrouw. Ik had ons wel ingeschreven en lid gemaakt van de familiegroep voor onze reis maar nog niets mee gedaan. Onze eerste ervaring was bij Karen en Colin die zoals gezegd in de buurt van Whangarei woonden, in de middle of nowhere. Hun mooie houten huis lag op een heuvel met een prachtig uitzicht over glooiende groene hellingen. Karen had aangegeven dat de eerste nacht nog twee oudere Franse dames zouden blijven slapen. En zo zaten we op vrijdagavond met zijn allen aan de wijn en bleek Nicole gewoon tegen iedereen Frans te praten alsof ze thuis in Toulouse bij de bakker binnenkwam. Brigitte heeft de rest van de avond als tolk rondgelopen want zelfs Catherine, de andere uit Bordeaux kon zich met moeite staande houden in een simpele Engelse conversatie. Beide zestigplussers zouden twee maanden over beide eilanden met een tentje rondtrekken. Ben benieuwd hoe dit zal aflopen. Aangezien ze het jaar daarvoor in Nepal hebben rondgezworven zal het wel goed komen. Vreemd genoeg was er veel interesse over en weer tussen de Fransen en ons maar stelden Colin en Karen weinig vragen. Het leek mij logisch dat als je je huis openstelde voor anderen je daar ook een zekere interesse in zou hebben maar beiden waren niet echt in ons geïnteresseerd. Wellicht hadden we buiten reizen niet dezelfde interesses (ze waren allebei Bèta mensen en gek van oude Volkswagen busjes) dus hebben we zonder verder te vragen maar van hun gastvrijheid gebruik gemaakt en heeft Brigitte twee dagen lekker gekookt. Hoewel geen enkele keer een compliment volgde likte Colin de kom spaghetti aglio olio gelijk zijn honden helemaal uit. Sara vond het helemaal geweldig gezien de honden, kippen, schommel en antieke poppenwagen van Karen. Colin spendeerde wel tijd met Sara dus een niet verwezenlijkte kinderwens leek voorhanden. Met 47 jaar leek hij niet meer aan de bak te willen, in tegenstelling tot de veel jongere Karen. Uiteindelijk zijn we drie nachten gebleven en hebben we de omgeving van Whangarei verkend. Er was overigens niet veel te zien behalve het schattige kiwihuis en het naastgelegen museumpje. Voor Sara was de rust om op één plek te zijn erg welkom en we vonden het zelf eigenlijk ook wel fijn om niets te moeten.

Brigitte wilde absoluut nog naar het strand waar de film ‘The Piano’ was opgenomen dus reden we richting de westkust naar het plaatsje Karekare bij Piha. Om het geheel een mystieke sfeer te geven reden we de laatste kilometers door mist naar beneden totdat de smalle weg plotseling ophield. De scène waarin Holly Hunter met dochter en piano aan land komen was hier opgenomen. Een uitgestrekt zwart strand, omzoomd door groen bedekte bergen. Er was verder helemaal niemand, enkel het gehuil van de wind. Deze blies zo hard dat Sara gewoon omwaaide. Aangezien er geen accommodatie in de buurt was stapten we na een half uurtje de elementen getrotseerd te hebben weer in de auto. De laatste nacht voor vertrek zouden we Maureen nogmaals verblijden met een bezoek. De kurk was van de fles en Maureen had al een paar aperitiefjes achter de kiezen. De laatste avond in Nieuw-Zeeland kozen we voor wijn- en tapastentje Didas om de hoek. Met meer dan 300 flessen op de kaart zou er vast wel iets bij zitten om ons bezoek gedenkwaardig af te sluiten. Met gejuich namen we de Spaanse sectie druivenvocht door en na een fles Protos Reserva en heerlijke tapas rolden we tevreden in bed.

Wellicht kwam het omdat we te weinig tijd voor het Noordereiland hadden genomen of omdat de indrukken van het Zuidereiland nog te veel en vers waren. In ieder geval waren we blij dat we de Air New Zealand vlucht naar Tonga konden nemen. We waren erg toe aan een weekje een eigen plekje voor ons drieën. Ook Sara leek moe van het steeds maar weer stukken rijden en ergens anders slapen. Een week in een strandtentje op Tonga kon niet op een beter moment komen en zagen we erg naar uit.

Lees meer uit de rubriek Nieuw-Zeeland.

Wilt u een kommentaar achterlaten vul dan onderstaand formulier in.

Naam (verplicht veld)

Email (verplicht veld)

Website

Reacties

© Copyright Globetoddler - Designed by {in}bloom