Eindelijk weer op pad
Drie maanden geleden landden we in Brussel in het laatste weekend voor kerstmis. Heerlijk om weer even thuis te zijn. De logeerpartijen bij opa’s en oma’s zijn een feest voor Sara en wij vinden het fijn om haar even ‘af te staan’. Het ontbreken van een eigen thuis breekt ons langzaam wel op. We leuren met meer bagage heen en weer dan op reis. De bedoeling was om in februari weer verder te reizen naar Zuid-Amerika. Het zou echter anders lopen. Tijdens het eerste deel van onze reis is ons duidelijk geworden wat we allebei heel graag zouden willen doen, een eigen Bed & Breakfast runnen. We hebben onderweg veel inspiratie opgedaan en ook veel voorbeelden gezien van hoe het vooral niet moet. Ons ideale plaatje van een B&B is een oud pand met 5 tot 6 kamers met ruimte en schaduw eromheen. Luxe tegen een schappelijke prijs aanbieden zonder met sterren of andere krampachtige kwalificaties te goochelen. En af en toe eten wat de pot schaft. Zoiets als Chambre d’hotes in Frankrijk maar dan anders.
Over de locatie van een dergelijke B&B zijn we het ook snel eens. Het moet er warm zijn en in de buurt van de zee liggen. Twee karakteristieken waarvan we tijdens de reis hebben geconcludeerd dat ze onmisbaar zijn. Brigitte en ik komen graag in Spanje en Brigitte spreekt zelfs de taal vloeiend, de keuze is dus niet moeilijk. Van alle plekken in Spanje waar we samen zijn geweest is Tarifa in het uiterste puntje onze favoriet. Relaxte, internationale sfeer door de uitstekende wind – en kite surf condities, prachtige uitgestrekte stranden, natuurparken, cultuurhistorisch achterland met Sevilla, Jerez en Granada als hoogtepunten en het Afrikaanse continent op slechts een half uur varen over de Straat van Gibraltar. Kortom, voor elk wat wils.
Op naar Tarifa dus om te kijken wat de mogelijkheden zijn. Aangezien de sok met geld ontbreekt eerst eens kijken of we iets moois kunnen huren. Nadat de auto uit de stalling is gehaald besluiten we niet linea recta naar Andalusië te rijden maar een aantal tussenstops in te bouwen om toch nog enigszins in de reismodus te blijven. Na zoveel maanden samen reizen leer je goed je sterke en zwakke kanten kennen en waar we alle drie, dus ook Sara, niet goed in zijn is vroeg opstaan. Geen wekker om 7 uur maar rustig opstaan, ontbijten en inpakken. De eerste stop kan daarom niet al te ver weg zijn en wordt de Champagne streek in Frankrijk. Rijden over de Route National met navigatiesysteem kaarten uit 2003 blijkt geen goed idee en de vrouwenstem lijkt zelf te lijden onder het steeds maar weer roepen dat we ons naar de geplande route moeten begeven. Teveel nieuwe wegen dus en tijd voor de vertrouwde Michelin wegenkaart die ik in een helder moment heb aangeschaft als back-up. Een oude priorij aan de Seine heeft een rustieke kamer met open haard en zo komt de vroegere spelen-met-vuur ervaring van de open haard bij pa & ma thuis goed van pas. Sara snoezend in haar eigen bedje en wij aan de wijn bij een knisperend vuurtje. De start is zeker niet verkeerd. De Canadese uitbaatster verkoopt ook nog lokale Champagne bij het ontbijt dus gelijk maar een flesje in de achterbak om later in Barcelona te ontkurken. Via de futuristische en imposante brug bij Millau belanden we voor de tweede stop in de velden rond Gignac, midden in de Herault-Languedoc. Domaine de Pelican is van een ongekende schoonheid. Omgeven door wijnvelden en een stilte die slechts wordt verbroken door kwetterende vogels en Arghan, de lieve hond van de eigenaars. Sara is meteen vriendjes met haar en ze rennen achter elkaar aan tussen de wijnranken. Als we het eerste glas eigen gemaakte Chardonnay proeven en de folders van de omgeving doornemen besluiten we nog een nachtje te blijven. Buiten is de wind niet vergelijkbaar met Tarifa maar sterk genoeg om voor het eerst de vlieger van Maurice en Catarina te proberen. Sara vindt het geweldig en wil het touw niet meer loslaten. Dat belooft nog wat aan de Spaanse kust.
Via lunch in Cadaqués aan de Spaanse kust gaan we op weg naar Fernando in Barcelona. Hij woont in de Eixample, op loopafstand van het centrum. Gelijk iedere wereldstad is rijden met een auto hier een avontuur op zich. Als je rondrijden in Bali overleeft moet de Catalaanse metropool een eitje zijn en zonder noemenswaardige problemen bereiken we de Carrer de Mallorca. Parkeren is een heel ander verhaal. Parkeergarages gaan per minuut en er zijn slechts enkele blauwe parkeervakken buiten waar je maximaal 2 uur mag parkeren. Hier heersen de driedubbel parkeerders. Toch maar de kleine garage in om de hoek en Josep het oude mannetje vraagt in Catalaans hoeveel uur ik wil parkeren. Als ik in mijn beste Spaans aangeef tot morgenvroeg begint hij meteen te roepen en verschijnen de hulpjes. Ik moet de bolide tegen een andere auto parkeren zodat er een ‘columna’ gemaakt kan worden. De sleutel laat ik achter zodat zij hem zelf op een andere plek kunnen zetten als iemand uit de rij weg moet. Niet geheel gerust check ik toch nog even de kilometerstand om niet de dag erna verrast te worden mocht Josep een ouderwetse joyride met zijn familie in gedachten hebben. De dagen erna wordt het een sport om zo weinig mogelijk parkeergeld te betalen. Levert uiteindelijk toch nog een laffe boete op. Het maximale tot 1950 uur betaald en vanaf 2000 uur vrij parkeren. Toch nog een papiertje onder de ruitenwisser waar op staat dat ik niet heb betaald en verder maar moet afwachten. Niets over hoogte van bedrag of manier van betalen. Die gaat in het plakboek. Een auto is sowieso erg onhandig als vervoermiddel in Barcelona. Verkeersaders slibben dicht en tot overmaat van ramp gooit de politie op zaterdagnamiddag gewoon de toegangswegen van het strand naar het centrum dicht. Gevolg: lange files en anderhalf uur rijden over een hemelsbreed stukje van 5 kilometer strand naar Fernando. Gelukkig houdt Sara de stemming er goed in door met liedjes uit Mamma Mia mee te zingen. Prematuur verjaardagscadeau van opa Ger en oma Reini was een draagbare DVD-speler die aan de hoofdsteun in de auto kan. Een uitkomst voor de lange ritten naar de zon. Ze kan het ding vanuit de maxi-cosi inmiddels helemaal zelf bedienen en zelfs een schijfje wisselen. Een koptelefoon wil ze helaas nog niet aan dus het is even doorbijten als je voor de zoveelste keer ‘Voulez-vous’ hoort.
Barcelona blijft een geweldige stad om te zijn. Op de een of andere manier geeft het een vertrouwd gevoel om door de straten te slenteren. We hebben geluk met het weer en genieten van terrasjes en vooral strand. Fernando deelt het appartement met een Duits en Italiaans meisje en om niet constant iedereen voor de voeten te lopen trekken we door de week de provincie Girona in. Via vrienden van Brigitte’s moeder werden we gewezen op een prachtig pand op het platteland dat familiebezit is en nu wordt bestierd door een Nederlandse vrouw die in Girona woont. Er zouden wellicht mogelijkheden zijn om dit een keer als B&B te gaan runnen en we besluiten polshoogte te nemen. We proberen contact te maken met de vrouw in Girona om een paar nachten te logeren maar krijgen geen enkele response. Dan maar zelf naar het dorp rijden. De oude kern is niet meer dan een kerkje met daaromheen wat panden. Het toegangshek is gewoon open en er is verder niemand te zien zodat we de stoute schoenen aantrekken en een rondje over het terrein maken. Het geheel is kleiner dan de foto’s op de website doen geloven. Het pand is inderdaad prachtig maar de tuin ligt er verlaten bij en het onkruid tiert welig. Het geheel straalt weinig bedrijvigheid uit en lijkt niet klaar om gasten te ontvangen. Vandaar wellicht geen response op ons verzoek. Jammer, met dit weer zouden de tuinzitjes bezet moeten zijn met zonaanbidders nippend aan een glaasje wijn. Je zou er zoveel meer mee kunnen doen. Er zijn gelukkig genoeg andere plekken om in deze mooie streek te blijven en het Castell D’Emporda trekt ons het meest. Een Nederlandse eigenaar die het vervallen kasteel heeft omgebouwd tot een indrukwekkend paleisje. Alles klopt tot in de kleinste details. A la carte lunchen is te duur maar het mooie in Spanje is dat vrijwel alle restaurants, ook de dure, tijdens de lunch een menu hanteren. Naargelang locatie en sterren varieert een menu van € 7 tot € 14 waar je een voor-, hoofd- en nagerecht voor krijgt inclusief een glas wijn. Zo kunnen we buiten op het mooie terras genieten van topgerechten tegen een vriendenprijs. Vanwege het laagseizoen en de inloopkorting komt een nachtje slapen binnen handbereik en voor even voelen we ons mede kasteelheer. Mocht je iets te vieren hebben of een romantische plek zoeken en even niet naar Parijs willen, dan vliegen op Girona en met huurauto op dit betoverend plekje gewoon gaan genieten.
Het is goed om Fernando weer te zien. Na een beginperiode met aanpassingsuitdagingen voor hem als niet Catalaan heeft hij inmiddels zijn draai gevonden in de miljoenen havenstad. Op zondag schijnt de zon weer uitbundig en gaan we samen met de auto naar Sitges. En met ons duizenden anderen. Spanjaarden parkeren hun auto het liefst in de bar of het restaurant dus onze tactiek om aan de rand van het centrum de auto achter te laten is een goed idee als we even later langs de files richting centrum lopen. De boulevard puilt werkelijk uit en uiteraard gaat iedereen tegelijk lunchen dus ook daar weer wachtrijen. Vraag me af hoe de sfeer hier in het hoogseizoen moet zijn. Zowel Brigitte als ik merken allebei dat we na een paar dagen stad weer snakken naar het platteland. Waar we in het verleden weinig problemen hadden met drukte, lawaai en verkeer zijn we dankzij onze reis hier allergisch voor geworden. Voor Sara is het ook niet ok. Zij was gewend om vrij rond te rennen en krijgt nu constant “pas op” naar haar hoofd geslingerd. Tijd om de smaakpapillen te verwennen en koers te zetten naar de Rioja en Ribera de Duero wijnstreken. We hebben een gids op de kop getikt met allemaal karaktervolle hotelletjes en de goedkopere zijn deze tijd van het jaar binnen ons budget om er een nachtje te slapen. Zo belanden we in piepklein dorpje Arnedillo in La Rioja in een prachtig gerestaureerd gebouw. Met lichte paniek openen we die avond de deuren van het enige restaurant dat open is als we de sticker op de deur zien waarop staat dat het aanbevolen wordt door de Michelin Gids. TL-licht en de muren volgestouwd met allemaal verschillende flessen Rioja. Sara vindt het prachtig om de dungesneden botermalse stukjes solomillo zelf grillen. Wij genieten van een geweldige fles rode Pasus Rioja die niet in de winkel wordt verkocht en betalen opgelucht de rekening op eetcafé niveau.
Onderweg hebben we weer contact gekregen met Dieter en Amanda. In 2005 zijn we op hun bruiloft in Barcelona geweest maar hadden sindsdien het contact verloren. Inmiddels wonen zij in Salamanca waar ze een talenschool runnen. In de woonkamer staat een slaapbank waar we met alle plezier een paar nachten op kunnen slapen. Brigitte heeft vier jaar hier gewoond en kent de weg op haar duimpje. De oude bekenden herkennen haar allemaal en voordat we het weten worden we mee naar hun huizen op het platteland genomen om wat te drinken en te eten. Manon, een vriendin van Brigitte, woont er nog steeds en de kinderteller met man Anselmo staat op drie. Op zondagmiddag hebben we kaart en navigatiesysteem nodig om het buitenhuis van de ouders van Anselmo in de campo te vinden. Australië visioenen keren weer terug: de man aan de grill en de vrouwen aan tafel. Alleen pruttelt dit keer een overheerlijke paella op de houtskool. Erg gezellig. In sneltreinvaart terug naar Salamanca om net op tijd Malaga met 6-0 verpulvert te zien worden door FC Barcelona. Dieter, al in diepe rouw na het verlies van zijn favoriete Espanyol, de andere club uit Barcelona, haakt na de 3-0 af en gaat van ellende nog wat werken. Ik verheug me al op de sportkrant van morgen. De donderdag dat we in Salamanca aankwamen was het overigens Vaderdag in Castilie en Leon, mijn 3e in 1 jaar tijd na Singapore en Australië. In plaats van enkel door commerciële motieven ingegeven is dat hier gewoon een feestdag waarop iedereen vrij heeft en wordt een ‘puente’ (=brug) gemaakt door de vrijdag vrij te nemen. Ons plan om op zaterdag een nachtje in de Sierra de Francia bergketen bij Salamanca door te brengen lijkt daardoor in het water te vallen omdat alles is volgeboekt. Gelukkig weet ritselkoning Tomas, een vriend van Dieter uitkomst en na zijn telefoontje wordt simpelweg een bestaande reservering in een hostal gecanceled door de eigenaar en kunnen we op weg. Als we onderweg in een bergdorp proviand inslaan voor een picknick speelt zich een tafereel af dat me enigszins aan het Roald Dahl’s verhaal Parson’s pleasure laat denken waar een antiekhandelaar het platteland afstruint en op een zeldzame Chippendale kast stuit. Alleen is deze afloop positiever. Dieter loopt op het wijnrek af in het buurtsupertje en zijn adem stokt als hij twee flessen Calixto Nieto rode wijn uit 2006 ziet staan. Hier worden door de kleine omvang van de bodega maar jaarlijks 800 flessen van gebotteld en 2006 was van uitzonderlijke kwaliteit. Hij probeert al tijden een fles te bemachtigen en is zelfs al een keer naar de bodega gereden, tevergeefs. Met een strak gezicht vraagt Dieter of er nog meer flessen zijn maar de vrouw geeft aan dat het de laatste twee flessen zijn, voor een prijs van € 25 per stuk staan ze al een tijdje te koop. Hij legt een briefje van 50 op de toonbank en snelt naar buiten waar hij bijkans een vreugdedansje maakt. Als er al een fles te koop is ergens in Spanje dan gaat die volgens Dieter niet voor minder dan € 120 over de toonbank. Toegegeven, de wijn is verrukkelijk. Zeker in de tuinsetting waarin we deze drinken: besneeuwde bergtoppen, bloeiende kersenbomen en een warm zonnetje. Sara jaagt op de vele vlinders en Brigitte en ik stoten elkaar even aan. Een perfecte dag en dankbaar genieten.
Onze eerste overnachting in Andalusie is Cazalla de la Sierra, een bergdorpje ten noorden van Sevilla en het wordt eentonig maar ook hier weer een uitzonderlijke plek. Er zijn zoveel mooie plaatsen in Europa om nog te ontdekken en dit is er zeker een van. Oude kerk en klooster en een serene rust. Voor de lunch belanden we in de enige tent die open is, een of ander Meson op een klein industrieterreintje aan de rand van het dorp. Als we binnenlopen stopt nog net niet de muziek maar alle hoofden draaien onze richting op en de gesprekken stokken. Als Brigitte in rap spaans vraagt of we nog iets kunnen eten is de verwarring zowaar nog groter. Guiri’s (spaanse term voor buitenlanders) in het dorp en dan ook nog vloeiend spaans? De barman lacht breed en wijst ons een tafel aan waarna iedereen weer overgaat tot de orde van de dag. Opvallend is dat bijna overal nog flink wordt gerookt in bars en restaurants ondanks een rookverbod. In Spanje kun je als uitbater kiezen tussen wel of niet roken. Alleen als je etablissement groter is dan 100m2 dan ben je verplicht een afgesloten niet-rokers ruimte te creëren.
Vlak voordat we Sevilla bereiken staan we voor de keuze. Of linksaf richting Tarifa of rechtsaf richting Tavira. Hier hebben we vlak voor de wereldreis gelogeerd voor de bruiloft van Maurice en Catarina en het was ons toen goed bevallen. Geen verplichtingen dus de Portugese grens over. Het is leuk om het NL-Zuid-Afrikaanse koppel Monique en Graeme weer te zien. Sara is meteen in de ban van hun zoontje Joe en de liefde lijkt wederzijds. Even een paar dagen rustig op een plek voordat we richting Tarifa gaan.
Lees meer uit de rubriek Frankrijk_Spanje.
Wilt u een kommentaar achterlaten vul dan onderstaand formulier in.

english version