Van Freo naar Exmouth

30. augustus 2008 / 6:50 - gepubliceerd door Luc.

Eindelijk Australië. Eerst terug naar Singapore en dan weer vooruit naar Perth waar de vlucht rond middernacht landde. Hoewel we door zowel douane als security check heen moesten stonden we al na een half uur buiten in de kou. De temperatuur was minimaal tien graden lager dan Bali en iedereen van onze vlucht stond te koukleumen op zijn slippers, wachtend op vervoer. De eerste nacht hadden we vooruit geboekt in een backpacker hotel waar we de familie kamer met 3 stapelbedden kregen. Sara was ondanks het late tijdstip nog vol energie en zo zaten we om half twee nog Carole en Philip te tekenen, Sara’s obsessie uit Thailand die ons bleef achtervolgen. De volgende dag contact opgenomen met Larry die ons kon onderbrengen bij zijn broer Gerard. Met de trein naar Fremantle, ook wel Freo genoemd, waar Larry ons van het station oppikte. Larry zou Larry niet zijn als de autoradio op het sportkanaal stond en thuis de tv op de Olympische zender Channel 7 overuren maakte met de laptop als back-up voor de minder belangrijke sporten. Hij had zonder Gerard te informeren een kamer in zijn huis aangeboden. We hadden hem al op Tioman ontmoet waar hij een man van weinig woorden was. Gerard was heel gastvrij maar duidelijk niet gewend aan mensen in zijn huis. Hij had geen baan maar kocht af en toe een huis en knapte dit op zodat hij van het beetje winst weer even kon leven. Fremantle was een aangename plek om een paar dagen te verblijven en met onze aankomst was gelukkig ook de zon weer uit de winterslaap gekomen. ’s Avonds koelde het wel nog flink af en aangezien we alleen maar zomerkleren mee hadden konden we het uitgespaarde geld voor accommodatie meteen aan warmere kleren uitgeven. Sara kon naar hartelust met speelgoed van Larry’s kinderen spelen of Gerard’s hond Zebra knuffelen en liep door het huis alsof ze er al jaren woonde. Ondertussen zaten Brigitte en ik in dubio wat te doen met ons reisschema. Ons oorspronkelijk idee van een camperrit van Perth naar Sydney was gezien temperatuur en saaiheid onderweg eigenlijk niet aan te raden. Na vele uren wireless Internet bij Gerard was er zaterdagmiddag eindelijk witte rook: met de camper de westkust omhoog tot Exmouth en weer omlaag tot onder Perth, dan vliegen naar Melbourne en tenslotte doorvliegen naar Cairns om met de camper naar Sydney te rijden. Zo zouden we toch nog een aardig en divers stukje van dit immense land kunnen zien.

In de tussentijd had Larry me uitgenodigd om een Aussie rules voetbalwedstrijd te bezoeken en wel de stadsderby tussen East-Fremantle en South-Fremantle, qua niveau te vergelijken met hoofdklasse amateurvoetbal bij ons. We kwamen het ovale stadion binnen tijdens de rust tussen het eerste en tweede kwart en konden meteen het veld oplopen om bij de thuisclub, de East-Fremantle Sharks, mee te luisteren wat de coach allemaal te melden had. Een vreemd maar leuk initiatief in lagere competities om publiek tijdens de rust te entertainen. Bij start van het tweede kwart belandden we zonder het te weten in de ‘Shark Pit’, het gedeelte waar de harde kern van de thuisclub hun ploeg aanmoedigde. Geen kooi vol opgefokte en agressieve fans, maar een bar met veertigers die elkaar onbedoeld telkens wegduwden met hun indrukwekkende bierbuiken. Het leek meer een gezellige middag met de maten dan een serieus potje sport. Toch was ik getuige van een historisch moment want de laatste Shark overwinning dateerde alweer van eind vorige eeuw. Toen de wedstrijd allang gelopen was voegde Larry’s jeugdvriend ‘Stocky’ zich erbij en kwamen de pitchers met bier in hoog tempo voorbij. Of het aan de jeugdverhalen of het bier lag weet ik niet maar de schooljongen in Larry kwam weer boven en hij weigerde om na het laatste fluitsignaal naar huis te gaan zoals afgesproken met Astrid. Met een wankele tred gingen we op zoek naar een bar en Larry’s zucht naar een biertje was zo hoog dat zelfs het walhalla van degelijkheid niet heilig was: de East-Fremantle bowls club. Voor degenen die onbekend zijn met dit tijdverdrijf, het wordt voornamelijk gespeeld door in wit geklede hoogbejaarden die ovale ballen op perfect onderhouden grasbanen zo dicht mogelijk bij een klein balletje moeten zien te krijgen. De Britse variant van petanque maar dan stijf en ingetogen. Je kunt je de ontzetting voorstellen toen 3 luidruchtige kerels waarvan ondergetekende met een Sharks petje op, het clubhuis binnenvielen en linea recta naar de tap liepen. De man met het meeste grijze haar, de voorzitter bleek, haalde diep adem en stelde tergend langzaam slechts één vraag waar hij het antwoord natuurlijk al op wist: “Are you boys members of this establishment?”. Geweldig!

Ons huis voor de volgende 3 weken bleek een nieuwe en compacte Toyota camper te zijn en na de plichtmatige instructies gingen we op weg naar supermarkt en eerste camping stop in Lancelin. De camping lag aan de Indische Oceaan vlak achter de duinen en na wederom een geweldige zonsondergang te hebben gezien vroeg onder de wol. De volgende geplande stop, Kalbarri lag geografisch op zo’n 500 km. Het rijden hier is een aparte belevenis. We troffen het dat het ‘wildflower’ seizoen net was begonnen zodat de uitgestrekte vlaktes veelgekleurd waren in plaats van dor en bruin. De road kill was indrukwekkend. We telden tientallen dode kangaroes die vooral ’s ochtends vroeg en ’s avonds aangereden werden als ze het meest actief zijn. Tot nu toe helaas nog geen levende gezien. Na een paar uur rijden echter kun je de schaarse verkeersborden die je ziet dromen want iedere keer hetzelfde: stray animals, floodway, grid, floodway, grid, etc. Je wordt zelfs blij als er een bocht komt zodat je weer wat te doen hebt en de momenten die de monotonie echt doorbreken worden de tankstops bij zogenaamde road houses. Komend uit ons kleine volgebouwde landje blijft het toch fascinerend om deze ruimte en vooral rust te doorkruisen. Ons einddoel Kalbarri ligt tussen kust en National Park en is een klein maar mooi plekje. Waar wij dachten dat winter hier laagseizoen zou zijn blijkt het topdrukte op alle campings. We hadden geen rekening gehouden met het fenomeen ‘grey nomads’. Dit zijn 60+’ers die gepensioneerd en huis afbetaald met auto en caravan de kou in hun woonplaats ontvluchten en enkele maanden per jaar door Australië rondrijden. Ze hebben alles bij zich, van generator tot satellietschotel en vormen een karavaan van zuid naar noord en weer terug, de zon volgend. ’s Avonds verzamelen ze zich gewapend met koelboxjes bij de gratis gas BBQ’s, waar de mannen met een biertje in de hand het vlees schroeien en de vrouwen het weer en de afgelegde route bespreken. Een beetje huiverig hebben we een avond met een georganiseerde BBQ meegedaan wat uiteindelijk een leuke avond werd. Ze zijn natuurlijk allemaal opa en oma ergens en alle heimweegevoelens werden op Sara geprojecteerd. Het is jammer dat ze geen engels verstaat anders hadden we een camping vol babysitters gehad.

De kust bij Kalbarri was prachtig en leende zich uitstekend voor een fietstocht. Sara zat voor het eerst achterop en vond het prachtig. Overal waren verlaten baaitjes met metersdikke schelpenstranden en de golven waren dusdanig hoog en wild dat slechts enkele surfers de koude zee in durfden. Vanuit Kalbarri naar Denham gereden, een klein en doods aandoend kustplaatsje dat eigenlijk alleen diende als overnachtingplaats voor een bezoek aan Monkey Mia, een stukje verderop. Dit is een beschermd natuurgebied waar dolfijnen iedere ochtend om 0800 uur naar het strand zwemmen en ‘onder professioneel toezicht’ en massale belangstelling gevoerd worden. Er lag alleen een camping naast het strand maar die was de hele maand augustus volgeboekt. We zouden al om 0700 uur moeten vertrekken vanuit onze camping in Denham om op tijd te zijn voor de voeding, dus geen poging gewaagd ons ochtendritme kennende. Op ons gemak ’s middags naar Monkey Mia en een kayak gehuurd, biertjes en brood meegenomen en naar een verlaten strand gepeddeld om te picknicken. Als de cadans van onze kayak een graadmeter voor ons huwelijk zou zijn kon de scheiding nu al aangevraagd worden. We gingen van links naar rechts en spetterden elkaar onbewust nat. Sara vond het allemaal even geweldig en viel zelfs onderweg in slaap, een dutje dat ze op het strand afmaakte. Terwijl ik bij terugkomst nog een half uurtje met de erg relaxte kayak verhuurder mijn roestige frisbee technieken kon bijschaven dook er opeens uit het niets een nieuwsgierige dolfijn op aan onze voeten. Het was blijkbaar erg ongebruikelijk dat ze ’s middags opdoken, er was dan ook bijna niemand meer op het strand. Brigitte volgde hem langs de waterlijn totdat hij weer de volle zee inzwom. Toch nog een kleine privé dolfijnen ontmoeting gehad.

Onze trouwdatum naderde en we wilden niet in het saaie Denham het glas heffen. Dus in de camper en richting Coral Bay, een heftige 550 km maar volgens velen absoluut de moeite waard. Na een lange rit door een steeds vlakker en minder begroeid landschap met aan het eind talloze termietenheuvels kwamen we aan in Coral Bay. Er waren slechts 2 campings, beide helaas volgeboekt en een tweetal lelijke hotels. Weer de camper in en nog eens 150 km gereden tot aan Exmouth. Na meer dan 700 km en 8 uur in de auto lonkte de credit card en besloten we in te checken in het enige hotel van niveau in de hele regio, het Novotel Ningaloo Resort. Ons uithoudingsvermogen werd beloond met een schitterende hotelkamer en een voortreffelijk diner in het pas geopende restaurant. Met nog een flesje heerlijke Australische pinot noir mee naar de kamer was het toch nog een mooie dag geworden.

Exmouth is ontstaan als bijproduct van een voormalige Amerikaanse marinebasis die van hieruit communiceerden met hun onderzeeërvloot in de Pacific. Het bizarre antenne landschap in de duinen wordt nog steeds gebruikt door de Australische marine. Verder is er geen civilisatie in een kring van 150 km. Wat Exmouth echt bijzonder maakt is de ligging aan zowel het Cape Range National Park en het Ningaloo Reef. Het water is prachtig mooi en kraakhelder en je kunt vanaf het strand al snorkelend het rif verkennen. We waren te laat voor het walvishaai seizoen maar zagen wel verschillende humpback walvissen achter het rif zwemmen die aan hun jaarlijkse trektocht bezig waren. We twijfelden even over een boottocht om deze schitterende zoogdieren van dichtbij te kunnen zien maar willen het geld uitsparen voor een zeiltocht straks aan de oostkust naar de Whitsunday eilanden. In het bezoekerscentrum van het Cape Range park eerst even wat informatie opgehaald. Dit zijn altijd geweldige stops voor Sara want er is vaak een uitgebreide kinderspeelhoek vol met beesten en tekenmateriaal. Snorkelsetje gehuurd en op weg naar Turquoise Bay, de naam geeft al aan hoe prachtig deze baai daadwerkelijk was. Het water was lekker op temperatuur en na honderden verschillende tropische vissen en kleine roggen zag ik opeens twee grotere zwarte ogen vanonder een groot plat stuk koraal die me volgden. Op het moment dat ik stil bleef hangen om goed te kunnen kijken kwam hij even tevoorschijn alsof hij zich wilde voorstellen waarna hij weer langzaam terug naar zijn plek dreef: een jonge maar toch flinke ‘white tip reef’ haai. Nederig zwom ik met samengeknepen billen snel terug richting strand. Sara had intussen de kleine kwallen ontdekt die met vloed op het strand werden geworpen. Voordat we het wisten kwam ze met een kwal in de hand aangerend, “kijk jellie!”. Gelukkig staken deze kwalletjes niet en zagen ze meer uit als afgedankte siliconentieten. Het mooie van paradijselijke plekjes als deze is dat het nergens druk is aangezien de meeste grey nomads op de camping blijven hangen. Verder zijn er slechts weinig plekken om te overnachten en het is te ver voor een dagtripje vanuit de meer bewoonde wereld. Op de terugweg uit het park moesten we in de ankers met de camper voor een emu met een aantal jongen die de weg had uitgekozen om te luieren in de zon. Een bijzonder plekje was het zeker.

Het plan is om in een paar dagen tijd helemaal naar de zuidkust naar Denmark te rijden en vandaar uit terug naar Perth. Qua temperatuur zal het tegenvallen (15-20 graden) maar qua natuur en landschap wel weer heel anders. Daarna gaan we met het vliegtuig vijf dagen naar Melbourne om Sarah hopelijk weer te ontmoeten en een oud-collega van het werk (Rachel Curran). We kijken er ook naar uit om een van Brigitte’s afscheidscadeaus, een dinercheque van een restaurant in Melbourne, te gelde te maken.

Lees meer uit de rubriek Australia.

Wilt u een kommentaar achterlaten vul dan onderstaand formulier in.

Naam (verplicht veld)

Email (verplicht veld)

Website

Reacties

4 reacties
  1. nol reverda augustus 31, 2008 21:02

    Ha globetrotters, allereerst van harte gefeliciteerd met met het eenjarig bestand van jullie relatie - we hebben op jullie het glas geheven!! Australie oogt indrukwekkend met een, naar het lijkt, totaal andere sfeer dan de Aziatische gebieden tot nu toe: wijdser, wereldlijker, maar ook wellicht herkenbaarder. Ik geniet volop van de verslagen en foto’s.
    Hier alles oke, moe(s)ten wel wennen aan de lage plafonds en de nachtelijke stilte: je hoort hier bijna niets, dus ook geen trein. Morgen begint het werk weer in volle glorie, maar daar willen jullie natuurlijk helemaal niets van weten - zou ik bij de aussies ook niet aan willen denken.
    Tot het volgende bericht en xxxxxxxxxxxxxxxxxxNol

  2. Vianne & Peter september 5, 2008 07:20

    He Gekken !
    Hoe is het in Albany and Walpole ? B, ben je al op de treetop walk geweest ?? hoog he !
    Anyways, vonden het beregezellig, look forward seeing you next week !
    Bel ff dan regelen we wat: we kunnen jullie van de camperstalling af ergens naar toe brengen en ook woensdag naar de airport. Als jullie tevreden zijn met een luchtbed voor jullie en een bed voor S dan kunnen jullie dinsdag hier ook crashen if you like to. Then we can show you the Perth hotspots !!
    Tot bels en ziens!

  3. Rachel september 7, 2008 11:54

    Hoi!!

    Sjieke foto’s en blij dat er weer een bericht is. Hier alles okee.
    Doe Rach de groeten en een dikke knuffel als jullie haar zien.

    Mis jullie,

    Rach x

  4. Luc september 23, 2008 17:03

    Ja ja, ik ben al blij met een paar weken Griekenland… En geloof me, er was niks mis mee! Alleen dat we weer terug moesten… Je denkt dan altijd; dat hoort er bij, maar bij jullie blijkbaar niet. En dan kan een mens veel mee maken he. Gaat het nog niet ‘de keel uithangen’?
    Jammer dat hier de zomer weg is, het begint behoorlijk herfst te worden en tsja, ik ben toch meer een mens voor wat warmer weer, hoewel er altijd nog het lichtpuntje van de lonkende sneeuw is natuurlijk.
    Als jullie nog eens in het land zijn is een bezoekje aan ‘de ravelijn’ zeker de moeite waard, we hebben samen van een krot een fijn huis gemaakt en gaan langzaam langzaam een beetje genieten van onze gezellige plek. Ik moet wel eerst nog ff een keuken plaatsen want uit deze keuken krijg ik niet veel gebakken….
    FF een vraagje aan Luc; zijn de meiden echt zo knap in Australie?? Ik keek vroeger altijd flying docters en mijn droom was dat ik ooit nog eens ziek zou mogen worden in Australie, niks ernstigs natuurlijk, gewoon pijn aan mijn lies of zo.
    Goeie reis verder down under en smakelijk eten in Melbourne!!

© Copyright Globetoddler - Designed by {in}bloom