Cairns naar Sydney
De vertraagde vlucht vanuit Melbourne landde om 0130 uur ’s nachts in Cairns maar de temperatuur was nog warmer dan Melbourne overdag, welkom in de tropen. We hadden gelukkig van tevoren een kamer geboekt bij wederom een Nomads hostel en er kwam daadwerkelijk nog een busje opdagen ook om ons op te halen. In de auto kwamen we erachter dat er twee Nomad hostels waren en wij in het verkeerde busje zaten. “No worries”, zei de jonge chauffeur Dave en wees eerst twee Duitse backpackers bij hostel nummer 1 de weg voordat hij naar ons hostel zou rijden. Toen 15 minuten voorbij waren en Dave nog steeds niet terug was ging ik even binnen polshoogte nemen. De hoek om liep ik in een walm van alcoholdampen en sigarettenrook en ontwaarde vage contouren van ladderzatte, piepjonge meisjes en jongens die lallend over elkaar heen kronkelden in het zwembad met Dave op de kant die twijfelde of hij iedereen op het droge moest proberen te krijgen of zelf ook maar een nat pak moest halen. Hij was ons simpelweg vergeten en met het schaamrood op zijn donsbehaarde kaken reed hij ons naar het andere hostel dat gelukkig baadde in rust. Uiteindelijk lagen we pas om 0230 uur in bed. We hadden weer een familiekamer met 1 groot bed en 6 stapelbedden dus Sara wilde eerst weer even klimmen voordat ze ging slapen. De dag erna de camper opgehaald, weer een Toyota maar dit keer een stuk ouder. Hoewel deze duidelijk sporen van gebruik vertoonde en langzaam met pensioen kon gaan zou het bed een stuk comfortabeler blijken dan het nieuwe model aan de westkust dus we hadden niet veel te klagen. ’s Middags vanuit Cairns een stukje naar het noorden gereden en een kleine camping met zwembad en glijbaan gevonden waar Sara telkens vanaf gleed om vervolgens kopje onder te gaan waarbij een van ons haar weer boven viste. Ze vond het geweldig en de oudere kinderen om haar heen ook. We zaten midden in de schoolvakantie in Queensland en de camping was gevuld met veel kinderen zodat Sara weer even leeftijdgenoten om zich heen had. Ze viel erg op tussen de andere kinderen vanwege haar zongebruinde huid, iets waar men hier panisch over is. De ozonlaag is aan deze kant van de wereld op zijn dunst en de zon wordt afgeschilderd als een echte koperen ploert waar je beter zonder kan. Anders dan in bijvoorbeeld Azië brandt de zon hier veel meer. Alle kinderen lopen rond volgens het “slip, slop and slap” principe: “slip on a t-shirt, slop on lots of sunscreen and slap on a hat”. Ook wij lieten Sara sinds Coral Bay aan de westkust in UV werend t-shirtje en bandana rondlopen als de zon fel werd. Wat ook opviel is de hoeveelheid kinderen die te dik zijn. Australië is de VS schijnbaar voorbijgestreefd qua aantal mensen met overgewicht en een recent onderzoek hier voorspelde onlangs dat in 2010 suikerziekte onder kinderen als gevolg van overgewicht met 400% zal toenemen. Fast food is overal voorhanden maar ook in de gewone restaurants zijn de porties vaak enorm. Die keren dat wij een restaurant bezochten gingen de borden halfvol terug naar de keuken. Bij het ophalen van de schone was in het washok was er nog even consternatie aangezien een forse slang zich blijkbaar onder de machines had opgehouden. Waar bij ons een harig spinnetje al doodskreten ontlokt doen Australiërs over het algemeen erg laconiek over hun indrukwekkende hoeveelheid giftige dieren. Zo ook de vrouw die het reptiel had ontdekt tegen Brigitte: “no worries, love, it’s just a brown one, nasty bite but it won’t really kill ya”. Wellicht had ze haar bril niet op want achteraf googlen op brown snake deed ons toch nog even schrikken. Overbodig te melden dat in het vervolg Brigitte of ik altijd even zou rondkijken voordat een wasje werd gedraaid in de tropen.
Brigitte’s verjaardag wilden we een speciaal plekje en reden we naar Cape Tribulation in het Daintree National Park. Cape Tribulation, oftewel Cape Trib, is de enige plek waar oeroud regenwoud en Great Barrier Reef elkaar ontmoeten. Het pontje over de rivier de Daintree was een leuke entree. De Daintree is rijk gevuld met ‘salties’, de meest agressieve krokodillensoort die overigens geen problemen heeft met zoet of brak water. Deze krokodillen komen in het tropische noorden grofweg voor van Rockhampton aan de oostkust tot aan Broome aan de westkust tot zo’n 300 km landinwaarts. De waarschuwingsborden zijn legio aanwezig en de laatste dode dateert alweer van 2005. Toch is in de periode dat wij er waren een gepensioneerde visser genaamd Harry in noord Queensland door Charlie de beruchte 7 meter saltie verorberd terwijl hij de krabnetten aan het controleren was. Het nieuws heeft de kranten dagenlang gedomineerd en toen Charlie uiteindelijk werd gelokaliseerd was de trouwring op de röntgenfoto voldoende om arme Harry te identificeren. De discussie laaide weer op om alle krokodillen in een reservaat te duwen. Dieren die 60 miljoen jaar evolutie nagenoeg ongewijzigd hebben doorstaan zouden vanwege een te argeloze visser opgesloten moeten worden. Een belachelijk voorstel dat hopelijk nooit uitgevoerd zal worden. Bedenk trouwens bij het bekijken van de foto met krokodil dat ik geen zoomlens had.
Na de lunchstop bij het informatie centrum namen we nog een frisse duik in een nabij gelegen kreek die krokodilvrij was. De drang naar een Tarzan imitatie om mijn dochter te imponeren (of mijn vrouw?) was groter dan mijn afkeer voor het koude water en met een oerkreet zwiepte ik het stromende beekje in. Sara vond het allemaal prachtig en zwom stoer rondjes tussen de talloze vissen. Volgens het meisje bij het info centrum was de rainforest hideway B&B het meest speciale plekje maar altijd vol. Op goed geluk ernaar toe gereden en er was zowaar nog een plekje vrij. De rainforest hideaway is een geweldig onderkomen in de jungle. Alles is uit materiaal van diezelfde jungle gemaakt door Rob, de Nederlandse eigenaar. Brigitte werd meteen op korte afstand gevolgd door een cassowary, een emu achtige vogel die enkel in Queensland voorkomt en waarvan er nog slechts 1500 rondlopen. Het zou niet de laatste fauna zijn die over onze weg kwam. Groene padden, brush turkeys en giga spinnen maar wonderlijk genoeg geen enkele mug gezien. Brigitte’s verjaardag vierden we eerst op het prachtige strand met champagne en daarna heerlijk gegrilde lokale barramundi vis met een lekker flesje verdelho in het enige restaurant van betekenis. Het was een mooie dag op een magische plek.
De volgende stops werden Townsville en Mission Beach. Volgens de reisgids was Townsville een kwestie van het gaspedaal indrukken en vooral doorrijden. Na de westkust hadden we steeds minder vertrouwen in de Rough Guide gekregen en ons bezoek aan Townsville bevestigde dit nogmaals. Townsville bleek een aardig stadje te zijn dat flink haar best deed bezoekers te lokken en vooral te laten blijven. Er was een lange wandelboulevard, een gratis groot zoutwater zwembad en een gratis waterpretpark waar Sara maar niet genoeg van kon krijgen. De camping was rommelig maar erg gezellig met divers pluimage in de tenten om ons heen. Petanque spelen met de geëmigreerde Fransen Eric en Thierry (en nog winnen ook!), voetbaltrivia testen met een geflipte sportfanaat uit Adelaide en als buren moeder met dochter die hun hele hebben en houden in Perth hadden verpatst en hun geluk aan de oostkust zochten. Eigenlijk zijn er slechts twee soorten reizigers, zij die reizen om te herinneren en zij die reizen om te vergeten.
South Mission Beach was daarentegen het tegenovergestelde. Onze camper op de enige camping geparkeerd wat een Big4 bleek te zijn. Dit is een nationale keten van luxe en dus dure campings die volledig familie georiënteerd zijn. Na een paar nachten aan de westkust hadden Brigitte en ik een gezonde aversie gekregen voor deze caravan resorts. Alles was overgeorganiseerd, de mensen overal het algemeen minder vriendelijk en er ontbrak een echt camping karakter. Voor Sara echter een paradijs want er was uiteraard van alles voor kinderen. Aan de oostkust waren veel meer campervans met toeristen uit Europa dan aan de westkust. Je merkte het gelijk in de campingkeuken. Een Australiër begint gewoon tegen je aan te lullen, met een biertje in de hand de burgers draaiend. De Europeanen staan zwijgzaam hun potje te koken. Na een dagje glijbanen en springkussens snel doorgereden naar Airlie Beach als stopplaats voor een zeiltrip naar de Whitsunday eilanden.
Bij het shoppen naar een leuke boot bleek dat er slechts twee waren die kinderen van Sara’s leeftijd accepteerden, een flitsende catamaran en een 3-master schoener. Uiteraard voor de schoener gekozen die op papier veelbelovend uitzag. Het betekende wel eerst nog een paar dagen chillen in Airlie Beach voor vertrek wat niet moeilijk was gezien de aanwezigheid van een heerlijk groot zout water zwembad met speeltuin en park eromheen. Sara wilde voor het eerst naar de kapper want ze weigerde nog langer staartjes te dragen en liep constant met de neus in de lucht om onder haar pony te kunnen kijken. Zwemmen in de zee begon overigens steeds linker te worden met de nakende start van het ‘marine stinger’ seizoen. Dit zijn een stuk of zes verschillende kleine kwallen waarvan de aanraking varieert van heftige jeuk tot verbranding en zelfs dood als er niet snel hulp zou komen. De eerste actie is altijd azijn op de pijnlijke plek om de aanwezige tentakels weg te spoelen. Overal op de stranden in Queensland staan daarom houders met azijnflessen om het eerste leed te verzachten. De enige manier om in zee te zwemmen was dobberen in speciaal afgezette stukjes zee of een wetsuit huren. Op vrijdagmiddag meldden we ons in de haven voor een tochtje van 3 dagen en 3 nachten naar het Outer Great Barrier Reef met de Whitsunday Magic. Onze houten hut lag helemaal achterin en had naast een 2-persoons bed nog een additioneel bedje voor Sara boven ons voeteneind. Een minuscuul toilet annex douche gaf het geheel een speciaal karaker. De boot kon 32 passagiers hebben maar de groep bestond gelukkig maar uit 24 personen anders zou het een beetje krap zijn geweest. Het was een mix van Europa, Australië en Nieuw Zeeland. De aanvankelijke vrees van velen toen ze hoorden dat er een 2-jarige mee ging verdween als sneeuw voor de zon toen Sara eenmaal aan boord kwam. Ze pakte iedereen in met haar charme en bij het afscheid zou ze zelfs verschillende cadeautjes krijgen. We wisten zelf ook niet hoe het zou uitpakken op een boot met relatief weinig ruimte en geen speeltuin of strand maar Sara vermaakte zich opperbest met bemanning en gasten. We hadden achteraf gezien geluk dat vanwege de sterke wind en woeste zee de Outer Reef trip gewijzigd werd in een eilandentrip. Dit betekende dagelijks ergens aanmeren en op het strand of bos tijd doorbrengen in plaats van de hele dag op de boot. Het schip ging ’s avonds telkens voor anker in een verlaten, beschutte baai. Het eten aan boord was fantastisch. De kok had het vak geleerd in een Michelin restaurant in Engeland en zelfs met Gordon Ramsey gekookt. Zijn tijd op de boot was bedoeld om even te ontstressen van het keiharde leven in de keuken. Anthony was een ware kunstenaar in de kleine kombuis en toverde heerlijke verse snacks en gerechten op tafel. Sara ging na het eten iedere keer lekker slapen zodat wij tijd hadden om de goed gevulde wijnvoorraad te proberen samen met de andere gasten. Met twee stelletjes hadden we een heel goed contact. Paul en Helen uit London en Juanjo en Marisa uit Madrid. Bij beiden was een duidelijke kinderwens te merken en Sara kreeg dan ook alle aandacht. Zelf nam ik de gelegenheid om twee introductieduiken te doen met Chris, de kiwi PADI duikinstructeur aan boord. Na kennismaking met apparatuur en de nodige signalen voor onderwater communicatie doken we vanaf een van de strandjes langzaam naar zo’n 11 meter diepte. Het koraal was ontzettend gaaf qua vormen en kleur en toch wel mooier dan in Maleisië. Aangezien alles soepel verliep onder water nam hij me mee door een spelonk naar een open ruimte waar een enorme vis de baas was, een Napoleon Maori Wrasse die Elvis werd genoemd. Deze knaap was ruim anderhalve meter lang (ze kunnen tot 229 cm groot worden) en leek Chris goed te kennen. Chris voerde hem stukjes garnaal die hij gulzig uit de hand at. Een geweldige ervaring om zo dicht bij een roofvis van dat formaat te komen. Ik merkte wel dat ik regelmatig om me heen zat te kijken in het oneindige blauwe en achteraf hoorde ik dat de andere duikers dat ook hadden. Met dank aan Steven Spielberg’s Jaws natuurlijk. Het duiken smaakte wel naar meer en de bedoeling is om alsnog mijn PADI op Samoa te halen. De laatste dag meerden we aan bij Whitehaven Beach, het bekendste sneeuwwitte strand van de Whitesundays. Sara werd bezig gehouden door Nathalie, een jonge vrouw uit London. Zij moest eigenlijk niets van kinderen hebben maar begon door Sara serieus nestdrang te ontwikkelen. Geld was geen probleem, alleen een man ontbrak in het plaatje. Zij presteerde het om twee keer achter elkaar een zesdaagse trip op de boot te boeken en zodoende haar 2 weken Australië enkel op het water door te brengen. De kans dat een vrijgezel een dergelijke boot boekt tussen de honeymooners was natuurlijk erg klein dus stortte ze zich vol op de bemanning. ’s Avonds zat ze dan ook volledig opgedirkt met de hoge hakken aan de dis. Sara was helemaal in de ban van haar en als het even lukt spreken we nog snel wat af in London op de laatste dag voordat we thuiskomen. Wij kregen van kok Anthony de bekendste erfenis van de Engelsen in hun kolonies geleerd, cricket. Ondanks de fantastische setting op het strand werd het duidelijk dat dit een spel was voor sporters die liever lui dan moe waren.
Na de zeiltocht zaten we eerlijk gezegd even in een kleine dip. Cape Trib en de Whitsundays waren absolute hoogtepunten en we zagen een beetje op tegen de reis verder naar het zuiden aangezien het steeds toeristischer zou worden. Het was ook alsof de harde schijf vol was met geweldige indrukken en geen ruimte meer voor nieuwe beelden. We overnachtten wel nog in Rainbow Beach maar besloten om Fraser Island links te laten liggen. Bij het binnenrijden van Caloundra ten noorden van Brisbane aan de Sunshine Coast, kregen we benauwende Spaanse Costa visioenen en snel reden we rechtsomkeer het binnenland in naar de Australia Zoo van wijlen Steve Irwin. In deze dierentuin zijn behoudens enkele olifanten en tijgers enkel dieren te zien die in Australië voorkomen. Dat varieert van ’s werelds meest giftige slang (een beet kan tot wel 100 volwassen mensen doden) tot kamelen. Australië is inmiddels het land met de meeste kamelen en exporteert deze zelfs naar Arabische landen. Centraal stonden natuurlijk de krokodillen waar Steven Irwin bekend van is geworden op tv. Middenin het park lag het zogenaamde Crocoseum, een stadion waar menig eerste divisie voetbalclub in Nederland jaloers op zou zijn. Hier werden dagelijks twee shows opgevoerd door de ‘Crocmen’, een eco variant op de Village People en natuurlijk stunts met krokodillen. De marketing rond de familie Irwin werkt op volle toeren na Steve’s dood. Er zijn 3 kledinglijnen van vrouw Terri en dochter Bindi die ook een eigen kindershow op tv heeft. De souvenirwinkels puilden uit met allerlei prullaria dat blijkbaar goed verkocht. Ik twijfelde nog even of ik wakker wilde worden met Steve’s “Crikey, what a beauty” maar liet uiteindelijk de wekker toch maar liggen. De dierentuin was erg mooi in elkaar gezet en ondanks de drukte was er genoeg ruimte om alle dieren te zien. Hoogtepunten voor Sara waren de loslopende kangaroes en een knuffelsessie met een heuse koala.
We hadden behoefte aan een plek waar we weer eens twee nachten konden blijven en we kozen voor Byron Bay, het bekende hippie bolwerk uit de jaren zeventig. Volgens velen allang niet meer wat het was en eerder een yuppie trekpleister om de nieuwste auto te showen. Ondanks schoolvakantie was er was gek genoeg plaats op een camping in het centrum en we parkeerden naast een paar tenten met surfers en hun gezin. Dat zag je veel in Byron Bay, surfers op leeftijd met kinderen in hun kielzog. De overwegend blonde, strakke vrouwen gingen ’s ochtends joggen en ’s middags shoppen. De mannen letten op de kids intussen biertjes drinkend en stoere verhalen vertellend en eigenlijk wachtend tot er goede surfwind was. Die was er niet dat weekend zodat iedereen de planken weer onverrichterzake kon inpakken. Wij vonden het een erg leuk plaatsje met sfeervolle winkels, restaurantjes en excentrieke mensen. We troffen het dat op zondag de maandelijkse markt was. Allerlei kraampjes met heerlijk eten, leuke hebbedingetjes en veel live muziek met de Perch Creek Jug Band als hoogtepunt. De leden leken zo weggelopen uit de oude EO-serie ‘de Waltons’ en presenteerden zichzelf als ‘good old fashioned inbred hilbilly music’. Niemand kon uiteindelijk stil blijven zitten en Sara kon zich dansend helemaal uitleven. Met het zonnetje op de kop een heerlijke dag etend en slenterend doorgebracht.
De laatste dagen voor Sydney wilden we doorbrengen in Hunter Valley, het wijngebied op twee uur rijden van de metropool. Nog een keer het stof van de Rough Guide geveegd en hun aanbeveling gecheckt bij het infocentrum van de streek. De ‘Cedar Creek Cottages’ bleek inderdaad een geweldige keuze te zijn. Geografisch gezien officieel net buiten de Hunter Valley maar wel een eigen organische wijngaard met Semillon, Chardonnay, rosé en een fantastische rode wijn van een druif genaamd Chambourcin. Ons twee slaapkamer huisje was erg comfortabel en keek uit over de wijngaard. Ontbijt op de veranda en ’s middags enkele wijngaarden bezocht.’s Avonds lokale kaasjes met de Chambourcin bij de open haard. Bijzonder romantisch en heerlijk toeven na weken leven in een paar vierkante meter in de camper.
Eindelijk de camper op vrijdag ten noorden van Sydney ingeleverd en met de veerboot van Manly naar Sydney gevaren. Hierdoor kreeg je een mooie eerste indruk van Sydney vanuit het water met het Opera House en de Harbour Bridge als absolute eyecatchers. Ons hotel lag buiten het centrum op de grens van Pott’s Point en Darlinghurst. Leuke wijken met restaurantjes en cafés waar we bij ‘Madcafé in Italy’ in Victoria Street de beste pizza sinds jaren hebben gegeten. Via Paul en Helen op de boot hadden we de tip gekregen om een fietstour in Sydney te doen. En zo zaten we op zaterdagochtend op een hippe tweewieler en kregen we een mooie vijf uur durende tour voorgeschoteld langs Sydney’s highlights. Niet alleen de bekende iconen zoals Opera House en Harbour Bridge maar ook de oudste pub met een cel onderin voor dronken klanten. Komend uit een fietsnatie was het vreemd om te zien dat er volwassen mensen in de groep waren die nauwelijks konden fietsen wat resulteerde in een langzaam tempo en halsbrekende toeren met stoppen en afstappen. De laatste avond liet Brigitte zich heerlijk masseren bij een Body Spa om de hoek, nog een afscheidscadeautje van haar vriendinnen terwijl Sara en ik nog wat Skypten met het thuisfront en kanalen zapten op de 60 inch LCD op de hotelkamer. Sydney was een geweldige stad en twee dagen was veel te kort gebleken. Hier komen we zeker nog een keer terug. Nieuw Zeeland wachtte echter en Brigitte’s familie in Christchurch zou de eerstvolgende stop worden.
Waarom heet Burger King niet Burger King zoals elders in de wereld maar Hungry Jack’s? En waarom wordt tennis op hardcourt gespeeld terwijl het hele land vol gravel ligt? Natuurlijk geen prangende vragen die roepen om een oplossing maar zomaar wat observaties down under. En als je denkt dat je engels ok is kijk dan eens of je de volgende zin in ‘strine’ (het woord ‘Australian’ uitgesproken met een zwaar down under accent) begrijpt: “Hey you waxhead, get off them pokies and take my ute to the bottle shop for some stubbies and throw ‘em in the esky before we head down to the byo barbie at the beach, today is my shout”.
Bovenstaande zin betekent overigens vrij vertaald: he surfer, laat die gokmachines met rust en pak mijn pick-up auto naar de slijter, haal wat flesjes bier en gooi ze in de koelbox voordat we naar de barbecue op het strand gaan, vandaag is het mijn beurt om te betalen. BYO staat voor ‘bring your own’ en betekent dat je jouw eigen alcohol (vaak wijn maar geen bier) kan meenemen naar een restaurant of eetgelegenheid.
Australië was simpelweg fantastisch. Meer dan 8000 kilometer gereden en toch maar een fractie van dit overweldigende land gezien. Een land vol schitterende natuur, prachtige dieren en erg vriendelijke mensen. Hoewel de meeste highlights aan de oostkust lagen vonden we de westkust toch authentieker en ruiger. Achteraf gezien was een 4WD met tent een betere keuze geweest om ook in de meer afgelegen plekjes te komen. Voor een eerste keer echter was het een onvergetelijke ervaring om het land per camper te verkennen. We hebben helaas weinig meegekregen van de Aboriginal cultuur. Aan de kusten was er bar weinig aandacht voor. De meeste Aboriginals wonen in het afgelegen reservaten in het binnenland en het noorden. De volgende keer gaan we dan ook zeker een keer de echte outback in.
Lees meer uit de rubriek Australia.
Wilt u een kommentaar achterlaten vul dan onderstaand formulier in.

english version
Mmmm dat was weer even heerlijk wegdromen tijdens het lezen…
Wat hebben jullie ‘t geweldig!
Hier alles okee, de herfst is begonnen; vallende bladeren, wind & regen maar af en toe ook ‘t zonnetje.
Geniet van NZ en tot mails!
xxx