Bali - naar het Oosten en exit
Na enkele nachten met ongenode dierlijke gasten in Villa Ratu Ayu wilde Brigitte weer een huisje van steen om bij te komen. Lovina was niet ver rijden aan de noordkust en buiten de zuidkust de meest populaire badplaats. Dat betekende wel dwars door Singaraja, de tweede stad van Bali, maar het rijden ging nu als vanzelf. Je went heel snel aan de manier van rijden en het respect onder elkaar zorgt ervoor dat er nauwelijks ongelukken gebeuren. De kans is wel dat je RSI krijgt van het vele toeteren, maar zoals al eerder vermeld is dat onvermijdelijk om als volwaardige verkeersdeelnemer erbij te horen. Lovina is niet te vergelijken met Kuta en omstreken. Een strook hotels en homestays aan het zwarte zandstrand en achter de hoofdweg de compounds waar de lokale bevolking woont. In Banyualit een paar homestays en hotels bekeken en uiteindelijk op goed geluk een kleine zijpoort van hotel Melka binnengelopen. Daar ontvouwde zich een waar kinderparadijs met een zwembad, dierentuin compleet met bassin met 4 dolfijnen (!), een speeltuin en een kindercrèche. Een schappelijke prijs afgesproken voor 2 nachten en Sara was meteen vertrokken naar de dolfijnen. Deze werden voornamelijk ingezet voor sonartherapie voor autistische kinderen maar je had de mogelijkheid om zelf met de beesten te zwemmen, Brigitte’s grote wens. Toch besloten we om dit te doen op een plek waar ze vrij in hun eigen habitat leefden en te wachten tot Australië of Nieuw-Zeeland.
We hadden iets meer moeite met de rest van de dierentuin die eigenlijk een beetje triest aandeed met shows voor Jerry het aapje en de apatische kakatoe. Sara vond het echter prachtig om dicht bij te beesten te komen en wilde bij het ontwaken al een rondje langs de kooien lopen. Vrijwel meteen kwamen we in contact met Made (spreek uit Mádee), oftwel Roy voor toeristen. Net als elders op Bali ben je ook hier als toerist vogelvrij en probeert men van alles aan je te slijten. Zo ook Made die een boottocht naar de dolfijnen kon regelen, schijnbaar een must als je in Lovina bent. Dus zaten we met de slaap nog in de ogen om 0600 uur in een jukung, een smal bootje met aan weerszijden stabilisatiestangen van bamboe, op zee. Wat zich toen afspeelde was een toneelspel dat erg op je lachspieren werkte. Stel je meer dan honderd bootjes voor verspreid over de zee, allen gevuld met opgewonden toeristen, gelijk een visser naar zijn dobber geconcentreerd de waterlijn afzoekend naar een dolfijnenvin. Zo gauw een schipper een dolfijn had gezien gingen alle bootjes die kant op met als resultaat dat de arme beesten al lang weer weg waren als de vloot ter plekke was. Onze schipper had een andere tactiek en bleef drijven op een plek waarvan hij dacht dat die enigszins in de zwemroute van de school dolfijnen lag. En net toen we dachten dat ons hetzelfde lot zou treffen als de Canadees in het hotel die zijn kroost als drie keer ’s ochtends tevergeefs de jukung in had gejaagd, doken er tientallen dolfijnen naast onze boot op. Sara had moeite om boven het geschreeuw van de Japanse mede-passagiere uit te komen die extatisch de harde schijf van haar camera volschoot. Het mooiste van het tochtje echter vonden we beide de zonsopkomst die de achterliggende bergen langzaam deed oplichtten.
Made liepen we regelmatig tegen het lijf en op een gegeven moment nodigde hij ons uit om bij hem thuis te eten. Wij zouden de vis betalen en zijn vrouw zou voor ons en de rest van de familie koken. We wisten dat we meer betaalden dan het eten zou kosten maar we hadden al zoveel armoede om ons heen gezien dat dit ons een goede manier leek om iets te geven. Hij had 3 kinderen en woonde met zijn ouders in een Spartaans ingericht huisje met binnenerfje. De woonkamer bestond uit niet meer dan een TV en een matje om op te zitten. Als het regende stond alles binnen blank aangezien het dak aan alle kanten lekte. Schoolgeld zelf was niet hoog maar simpele dingen zoals een verplicht schooluniform bleken onoverkomelijke drempels tot onderwijs. Ondanks zijn slechte linkerbeen als gevolg van polio op jonge leeftijd moest Made zijn gezin, ouders en zijn zus met haar gezin zien te onderhouden. Toch dankte hij iedere dag de goden dat hij leefde en was blij met de zware taak die op hem rustte. De gegrilde vis was heerlijk en de kinderen zaten allemaal te spelen met de meegebrachte spulletjes van Sara. Zij vermaakte zich kostelijk met de kip die ze telkens uit het hok haalde en weer terugzette. Een hartverwarmend onthaal en ondanks de taalbarrière een gezellige avond. Terug in het hotel echter zaten Brigitte en ik een tijd lang zwijgzaam voor ons uit te staren, moeite om de tranen te bedwingen. Dit was het echte, harde leven weg van de hotels en stranden en zoals Made leefden er velen op Bali. Waarom wordt het voor hun niet beter terwijl het toerisme ieder jaar weer meer inkomsten genereert? Waarschijnlijk omdat het geld blijft hangen in de resorts waar de gemiddelde toerist een paar weken strand boekt en georganiseerde dagtripjes maakt zodat uiteindelijk slechts weinigen profiteren. En dat terwijl Bali zich uitstekend leent om zelf te ontdekken, weg van de gebaande paden. Het afscheid met Made was moeilijk maar met al zijn gegevens op zak namen we ons voor om terug in Nederland meer voor hem te doen, met name voor zijn kinderen.
Vanuit Lovina werd het tijd om weer de bergen in te gaan en we kozen ervoor om via kleine bergwegen naar onze plaats van bestemming te geraken: Penelokan bij de Gunung Batur. Uiteraard weer een paar keer fout gereden want de bewegwijzering was wederom onnavolgbaar. Zo belandden we na een zeer steile bergrit waar ons jeepje zelfs in de eerste versnelling hortend en stotend de top haalde in een dorpje waar de weg opeens ophield. Meteen stond een schare kinderen lachend om de auto en toen Sara uitstapte was het dolle pret om haar blonde haren waar iedereen gelijk aan wilde zitten. Uiteindelijk Penelokan binnengereden en ingecheckt in het Lakeview hotel. Het hotel lag bovenop de rand waar vroeger de krater van de nog actieve Batur vulkaan was ontstaan en met water gevuld nu het grootste meer van Bali vormde. Het uitzicht vanaf ons balkon was fenomenaal. Penelokan werd overdag geteisterd door honderden busjes met toeristen die na een obligaat kiekje van de berg en het meer een restaurant werden ingeduwd om van de prijzige lunchbufetten te schransen. Met als gevolg dat er een leger aan verkopers rondhing met allerlei prullaria. Na 1700 uur was het echter uitgestorven en hadden we de plek voor ons alleen. Dat werd overduidelijk toen we bij restaurant Windu Sara ons avondmaal nuttigden. Het was een beetje vreemd om als enige gasten in de immense eetzaal onze vis te verorberen maar werden zo wel heerlijk in de watten gelegd. Terug op de hotelkamer werden we zelfs gebeld of we nog in het hotelrestaurant wilden eten want anders konden ze de keuken vroegtijdig sluiten. Het personeel in het hotelrestaurant was sowieso niet vooruit te branden en liever lui dan moe. De spelfout op de ontbijtbonnen bleek achteraf eigenlijk een vooruitziende blik van de maker (zie foto). Je kon vanuit het hotel om 04:00 uur ’s ochtends met een gids de vulkaan op om van een schijnbaar onvergetelijke zonsopkomst te genieten. Met een rugdrager hadden we dit zeker geprobeerd. In plaats daarvan om 05:00 uur met een deken buiten op het balkon gezeten en op een passieve manier dit fenomeen bewonderd.
Het oosten van Bali was aan de beurt om te ontdekken en we stippelden een route uit via rijstterrassen en het waterpaleis van Tirtagangga naar Amed aan de kust. De weg van Sidemen naar Iseh wordt algemeen gezien als de meest indrukwekkende wat betreft rijstterrassen. Boeren waren met ossen de sawah’s aan het voorbereiden voor nieuwe aanplant, zware fysieke arbeid. Sara rende gelijk via kleine paadjes de rijstvelden totdat ze opeens de modder instapte om de “koewe te heppele”.Een van de boeren kon haar gelukkig uit de modder trekken, tot groot vermaak van de rest van de landarbeiders. De lunchstop werd het waterpaleis van Tirtagangga. Dit stond ons nog bij van RTL Travel en zag er destijds op tv indrukwekkend uit. We wilden dan ook graag in een klein hotel in het waterpaleis overnachten maar helaas was alles volgeboekt. Achteraf gezien niet zo erg want tijdens het rondlopen viel het geheel een beetje tegen en misten we de mystieke sfeer die op tv zo treffend beschreven was.
In Amed werden we voor het eerst geconfronteerd met de gevolgen van het heersende juli/augustus hoogseizoen. Amed is het beginpunt van een lang lint van hotels aan de oostkust, waarvan Lipah het enige plekje is met een fatsoenlijk zandstrand. Na bijna twee uur rondrijden en overal nul op ons rekest kwamen we uiteindelijk bij Made terecht die slechts 4 bungalowtjes runde. Volgens hem was driekwart van de toeristen hier uit Frankrijk en dat was te merken aan de namen van hotels en restaurants, waarvan sommigen niet eens de moeite namen de Franse menukaart te vertalen. Het strand voor de deur was enkel kiezel maar aan het kleine zwembad was het heerlijk toeven. Made had een 8-jarige dochter Medi die de daaropvolgende dagen als oudere zus van Sara zou fungeren. Sara vond het heerlijk om met haar te spelen en kopieerde alles wat Medi deed. Ze liep gewoon achter haar de keuken in om eten of drinken te halen en at borden vol rijst in zout water, Medi’s dagelijkse lunch. Het was grappig om te zien dat ze samen ondanks de taalbarrière de grootste lol hadden. Made vond het allemaal prachtig en had goed in de gaten dat zolang Sara het naar haar zin had wij ook genoten. De avonden waren gevuld met eten en drinken met de Portugees Gwalter en Canadese Caroline die samen in Quebec woonden en al veel van de wereld hadden gezien. Gwalter was muziekleraar voor kinderen en had Sara in zijn ban met zijn grimassen en grollen. In ieder geval weer een adresje erbij mochten we ooit in Montreal geraken. Amed zelf was erg rustig en behalve snorkelen of duiken in het heldere water was er weinig te doen. Na twee nachtjes wilden we verder naar de zuidoost kust naar Padang Bai. Dit dorpje was vroeger alleen van importantie als vertrekpunt van de ferries naar Lombok maar tegenwoordig is het uitgegroeid tot een heus badplaatsje. Klein en erg relaxt sfeertje. In Padang Bai zouden we ook Sarah weer treffen die inmiddels met haar vriend op Bali was neergestreken vanuit Maleisië. Timmo was uit Finland en al negen maanden onderweg door Azië op een dagbudget waar je bij ons niet veel verder komt dan enkele broden bij bakker Steevens. Leek ons lastig om zo te reizen als je constant met geld bezig moest zijn en het genieten er wel eens bij inschoot. Het gruwelde hem dan ook toen we de laatste avond in een bar de Hatten Balinese rosé wijn ontdekten die in tegenstelling tot wijn uit de gangbare landen wel betaalbaar was. Voor zowel Sarah als ons was het de eerste wijn sinds lange tijd en onze ontmoeting was natuurlijk een goede aanleiding om een fles te ontkurken. De stemming zat er goed in zeker toen Brigitte en Sarah in plaats van eten liever een nieuwe fles wilden. Onze kleine Sara amuseerde zich kostelijk met al het speelgoed dat in de bar aanwezig was. Toen de gamelan muziek op een gegeven moment wel erg experimenteel klonk bleek ze weer zelf de stokken te hebben overgenomen van het oude mannetje die het natuurlijk prachtig vond. Nadat de kretek rook was opgetrokken lagen er vier flessen op een zij en nam het gegiechel langzaam de overhand tijdens gesprekken. Timmo was al lang naar bed vertrokken en Brigitte en Sarah zaten Franse kinderboekjes aan elkaar te citeren. Tijd om te gaan dus. Net als op Koh Phangan was het weer erg leuk om elkaar te zien en was het alleen jammer dat Vanessa er dit keer niet bij kon zijn. We spraken af om te proberen elkaar weer in Melbourne te ontmoeten als Sarah bij haar zus langs zou gaan.
De huurauto moest terug en na nog een avondje Ubud besloten we nog 2 nachten in Sanur te blijven voor vertrek naar Australië om lekker uit te waaien op het strand. De laatste avond gunden we onszelf een extra traktatie aangezien we Bali geheel binnen budget hadden gedaan en namen we de luxe suite in het Puri Grya Santrian hotel met alles erop en eraan. Heerlijk.
Het vertrek uit Bali was net zo hectisch als de entree en in geheel in stijl van Bali binnenkomen moest er wederom geld aan te pas komen om weer te mogen vertrekken. De topper waren echter de ‘duty free’ winkels die absurde prijzen vroegen voor artikelen die overal op Bali stukken goedkoper waren. We wilden nog enkele pakjes kretek sigaretten meenemen maar de winkeliers hadden simpelweg de officiële prijs (die konden we inmiddels dromen) afgeplakt en vroegen met een strak gezicht het driedubbele. Wat dat betreft waren we blij dat we Azië en met name Bali weer konden verlaten. Na zoveel weken word je gewoon moe van het afdingen en van iedereen die iets van je wil. We zagen erg uit naar Australië en vriendelijkheid zonder prijs. Ondanks dat was onze rondreis op Bali fantastisch en absoluut een hoogtepunt tot nu toe. Mooi weer, schitterende natuur en gemakkelijk zelf te bereizen met een auto. Een absolute aanrader.
5 reacties op dit bericht. Lees meer uit de rubriek Bali.
Bali - van Zuid naar Noord
Aangezien we met AirAsia van Phuket naar Singapore vlogen en de vervolgvlucht met Singapore Airlines zou zijn, was transit geen optie. We moesten vanuit terminal 1 weer door de douane en bagage ophalen om vervolgens in terminal 2 weer in te checken en met een verse vertrekstempel de vlucht naar Bali te nemen. Er zijn slechtere plekken om je tijd voor een vlucht te doden dan op Changi Airport. Veel audiovisueel geweld en virtuele spelletjes voor kinderen. Terwijl Brigitte de winkels afstruinde speelde ik samen met Sara een paar spelletjes virtueel voetbal waarbij de grond het speelveld was en de bal via een beamer op de grond werd geprojecteerd. Vond het stiekem zelf ook erg leuk om te doen maar liet vanuit didactisch oogpunt Sara natuurlijk winnen. Dit veranderde toen een Japanse tiener ons uitdaagde. Voordat ik het wist was ik lichtelijk aan het zweten en met een frommelgoaltje á la Gerd Müller kon ik net voor speeleinde de overwinning opeisen. Sara vond het prachtig
We zouden’s avonds aankomen dus hadden we vantevoren al een hotel geboekt met extra afhaalservice van het Ngurah Rai vliegveld bij Denpasar. Bij het openschuiven van de deuren naar de aankomsthal stonden echter zeker 80 mannen te roepen, allen met naamborden. Er zat niets anders op dan de hele rij af te lopen en de namen te lezen. Even vroeg ik me af wat er zou gebeuren als je Mr Wanderlee zou zijn en naar het Le Meridien Nirvana Resort zou gaan. Op welk punt zou het bedrog uitkomen?
Het Puri Dewa Bharata was een mooi optrekje in de buurt van Seminyak. Onze kamer was in een Balinees huis met een enorme veranda en badkamer. Het strand was breed en gevuld met louter Australiërs die surfend de hoge golven trotseerden. Larry had ons op Tioman al gewaarschuwd, “the South of Bali is not the best for Aussies, too many, too rough, too loud and too drunk and that’s just the women”. De tweede en laatste avond zijn we naar Jimbaran gegaan, een prachtig strand ten zuiden van het vliegveld. Een beetje een tourist trap met tafeltjes op het strand gevuld met alleen maar verliefde koppeltjes. De zonsondergang was geweldig, de gegrilde vis voortreffelijk en Sara amuseerde zich in het zand. Dus ook voor verliefde koppeltjes mét kind is Jimbaran een aanrader.
Toch wilden we snel weg uit Seminyak, eigenlijk uit het dit hele gebied waarvan Kuta het centrum is en het echte Bali zien. In het hotel raakten we aan de praat met Putru, een taxi chauffeur die ook een dochter in de leeftijd van Sara had. Putru wilde ons wel naar Ubud rijden en wat locaties afgaan voor accommodatie. Uiteindelijk belandden we midden in Ubud bij Sania’s House, een kleine compound met een aantal bungalows. Dit wordt ook wel homestay genoemd omdat de eigenaar met zijn familie er zelf ook woont. Mooie huisjes met zelfs een zwembadje, maar wel weinig privacy gezien het grote aantal kamers in het kleine complex.
Ubud is een stadje ten noorden van Denpasar en ooit begonnen als artistiek centrum onder leiding van een Duitser Walter Spies. Tegenwoordig is het nog steeds een creatief middelpunt maar heeft de commercie de plek in zijn ijzeren greep. Een van de meest in het oog springende voorbeelden is het dagpatroon van de Balinese man in Ubud. Ze zitten allen enigszins verveeld op muurtjes en roepen naar iedere toerist ‘taxi’of ‘transport’ gelijk Holle Bolle Gijs in de Efteling bezoekers maant papier op te ruimen. En dat om de tien meter als je aan het rondlopen bent. Toch hangt er een leuke sfeer en is er genoeg te doen, ook met Sara. Een bezoek aan het nabij gelegen Monkey Forest was natuurlijk een must. De apen zijn de oorspronkelijke bewoners van dit heilige stukje bos met enkele tempels maar ze zijn intussen erg gewend aan de hordes toeristen die dagelijks trossen vol bananen mee naar binnen slepen. Sommige beesten lagen er dan ook een beetje volgevreten bij. Sara hield uit zichzelf gelukkig een respectabele afstand maar genoot zichtbaar van de vele aapjes om haar heen. Een Engels stel zorgde nog voor enige consternatie bij de ingang toen zij in bruidsjurk en hij in lange slip naar binnen wilden gaan voor de obligate pas getrouwd kiekjes. Wij weten niet of ze de nieuwsgierige apen van zich af konden houden. Rondom Ubud liggen allemaal rijstvelden en als je tien minuten buiten het centrum loopt kom je in een oase van rust. Met Sara konden we niet de hele tour van 2,5 uur doen dus alleen het eerste stuk gelopen. Mooie groene rijstterrassen met vergezichten tot aan de bergen. Ansichtkaartmateriaal.
Brigitte besloot in Ubud in de leer te gaan bij een Balinese vrouw om de fijne kneepjes van massage te leren. Na drie sessies zou ze in staat zijn om alle delen van het lichaam behoorlijk te kunnen kneden en door oefening het verder te perfectioneren. Het vooruitzicht van vele heerlijke massages de rest van onze reis was de investering meer dan waard en gewillig bood ik me aan als proefpersoon. Ketut bleek gouden handjes te hebben en Brigitte moest al haar instructies uitproberen op een Balinees meisje dat ook in de leer was. De Balinese massage heeft een ontspannend en helend karakter en de mensen hier zijn er heilig van overtuigd dat de levensduur wordt verlengd indien je minimaal een massage per week neemt. Zoals het nu voelt haal ik in ieder geval de honderd.
We hadden inmiddels leukere en ook goedkopere plekjes in Ubud gezien en de laatste nacht annuleerden we Sania en verbleven we in homestay Donald, een steeg verder. Een heel aardige vrouw die 4 bungalowtjes achter in haar tuin had. We konden de link met de naam niet helemaal plaatsen maar na een ruw ontwaken om een uur of vijf ‘s ochtends werd dat duidelijker. Het was gewoon old McDonald’s farm! De haan met zijn leger hennen besloot om voor onze deur zijn ochtendritueel te starten en werd prompt verbaal van repliek gediend door de varkens en vogels en alle andere hanen in de buurt. Daar zaten we om half zes op de veranda de slaap uit de ogen te wrijven en namen van lieverlee maar een vroeg ontbijt.
De volgende dag een auto gehuurd die net groot genoeg was voor ons drieën en de bagage. Defensief rijden was het credo en de rit uit het centrum van Ubud was een mooie opwarmer. Ons eerste doel was Wongayagede, aan de voet van de Gunung Batukau berg in West Bali. De rit ernaar toe was een ware kaartleestest aangezien de meeste wegen van zuid naar noord lopen en wij van oost naar west moesten. Voeg daarbij honderden brommertjes, ongeduldige toeristenbusjes, fietsers en af en toe paard en wagen en je begrijpt dat je je ogen goed de kost moet geven. En vooral veel toeteren, anders tel je gewoon niet mee. Uiteindelijk heelhuids in Wongayagede beland en bij Prana Dewi gaan kijken. Een schitterende plek in de rijstvelden met enkele geïsoleerde bungalows met uitzicht op de Gunung Batukau. Tenminste, dat namen we aan want het weer speelde helaas parten en er hing een dikke mist. Sara rende meteen de kleine paadjes af de rijstvelden in, gevolgd door de honden van het complex. Er hing een serene rust die ietwat verstoord werd door haar gekwetter. Iets dat niet iedereen kon waarderen als we de blik van een gast konden lezen die telkens geïrriteerd opkeek uit haar yoga instructieboek. Als vertrekpunt voor een bergtocht een mooi plekje maar de geforceerde stilte was niets voor onze Sara. We besloten dan ook om niet te blijven en er slechts te lunchen. Alle ingrediënten werden in eigen beheer op organische wijze verbouwd en dat was te duidelijk proeven. Via kleine bergweggetjes en prachtige vergezichten verder gereden naar ons volgende doel: Munduk. Zo gauw je de hoofdwegen verlaat wordt je reistijd twee keer zo lang want je doet niets anders dan slalommen tussen de kuilen die een aanslag op de schokbrekers zijn. Maar we hadden de tijd en als beloning reden we door leuke bergdorpen en langs kleurrijke marktjes. Ondanks de duidelijk zichtbare armoede is iedereen even vriendelijk. We werden op afstand al herkend want de enigen die in Suzuki Jimny’s rijden zijn hier toeristen. De meligheid sloeg na verloop van tijd toe in de bolide, zeker nadat we de dorpen LukLuk en GitGit tegenkwamen. Voordat we het wisten passeerden we het bord van de Puri Lumbung Cottages, eindpunt van onze rit. Helaas waren alle cottages vol maar de vriendelijke receptionist gaf ons voor een zacht prijsje een kamer in de tuin. Klein maar met een mooie badkamer en we verheugden ons na lange tijd weer op een vol, warm bad. Zeker omdat de temperatuur in de bergen een stuk lager was dan in Ubud. Helaas bleef het warme water uit en was een ijskoud straaltje alles wat we kregen. Toen vervolgens onze Amerikaanse buren hun kamer binnenkwamen werd bovendien duidelijk dat er geen enkele privacy was. De scheidingsmuur was bij het plafond open en zelfs conversaties op fluistertoon waren duidelijk hoorbaar. Met als gevolg dat niemand meer naar het toilet durfde, behalve Sara natuurlijk die gelukkig nog geen enkele sociale remming voelt. Samen met hun ons beklag gedaan over het ontbreken van warm water en privacy en met 25% korting enigszins tevreden in slaap gevallen. Mocht je in de Puri Lumbung Cottages willen verblijven, blijf dan weg uit tuinkamers 21 en 22.
De eigenaar van Puri Lumbung had ook nog enkele originele lumbung villa’s aan de kust. Een lumbung is eigenlijk een schuur om rijst op te slaan. Hier waren ze omgetoverd tot prachtige villa’s. De foto’s spraken ons erg aan en we gingen op weg naar de Noordkust. Naast rijst is Munduk ook bekend als kruidnagel gebied en augustus en september zijn de oogstmaanden. De geplukte kruiden lagen overal in de zon te drogen. De airco uit en de raampjes open om de heerlijke geur overal op te snuiven. Deze kruidnagel wordt voornamelijk gebruikt als ingrediënt van de kretek sigaretten maar de vraag is schijnbaar zo groot dat de kruiden tevens uit Afrika geïmporteerd moeten worden.
In Seririt aan de kust moesten we de weg zoeken naar Villa Ratu Ayu. Uiteindelijk via een Zen resort (erg mooi maar geen kinderen onder 14 jaar gewenst) een minuscuul landweggetje gevonden dat kronkelend eindigde bij onze plek. En wat voor een plek! Een schaduwrijk stukje grond vol fruitbomen midden in de rijstvelden, vlak aan zee met achter ons de bergen van Munduk. De enige geluiden waren de boer met zijn ploeg en vogels. Een paradijselijk plekje. Een deal gemaakt met de eigenaar voor 2 nachten inclusief alle maaltijden aangezien er niets anders op loopafstand lag. Er lagen 3 villas maar we waren de enige gasten. Kadek en Putu, de 2 meisjes in bediening en keuken gaven ons een koninklijk gevoel door ons lekker in de watten te leggen. Sara kon overal vrij rondrennen en ontdekte steeds weer nieuwe dingen. Papaya- en durianbomen, grote gecko’s en vogels in alle kleuren en maten. ’s Nachts kregen we ongenode gasten in de vorm van muizen en ratten die speels langs het plafond heen en weer renden. Mijn nachtelijk toiletbezoek in de gescheiden half open badkamer leverde een klein schrikmoment op bij het zien van een paar baby schorpioenen en grote spin die de toiletpot leken te bewaken. De nood was echter hoger dus met uiterste precisie toch maar plaatsgenomen. Natuurlijk pas achteraf aan Brigitte verteld want de knaagdieren waren al erg genoeg. De enige dissonant was eigenlijk de moskee die enkele malen per dag het gebed de velden injoeg. In het overwegend hindoe Bali is Noord en West Bali deels moslim gebied. We waren er inmiddels al aan gewend na Maleisië maar hier klonk ook om 0500 uur ’s ochtends een 15 minuten durend gebed. Een ijverige haan of Allah, de reden maakt niet uit, we zijn erg tolerant maar slapen liever enkele uurtjes langer.
Vanuit Ratu Ayu hebben we nog een tripje gemaakt naar de heilige waterbronnen in Banjar. Zwavelhoudend water wordt vanuit de grond in verschillende bekkens geleid waarin je kan baden en die een geneeskrachtige werking zouden hebben. De wandelweg van parkeerplaats naar de bronnen stemde ons enigszins depressief. Kinderen in Sara’s leeftijd met armbandjes in hun handen die met een intens zielige stem in een paar woorden Engels vroegen hun te helpen terwijl hun ouders voor hun kraampjes het tafereel gade sloegen onderwijl een nasi naar binnen duwend. Er is armoede in Bali, je kan er de ogen niet voor sluiten maar je eigen kinderen inzetten voor een paar rupiah is gewoon niet ok. Toen Sara op ze afliep werden ze weer even het kind dat ze zouden moeten zijn en werd er gelachen en gespeeld.
Voor Sara waren de bronnen gewoon een zwembad, zij het veel warmer dan normaal. Er waren weinig toeristen en Sara ging weer eens veelvuldig op de foto. Haar zwembandjes hadden we in het hotel vergeten dus op mijn arm het bassin rond. De vrouwen lagen in het water met de kinderen en de meeste mannen zaten aan de kant terwijl ze zich met een schuin oog vergaapten aan enkele westerse vrouwen in bikini. Na het bad nog een bezoek gebracht aan een van de weinige boeddhistische tempels op Bali. Hier waren we in Thailand helaas niet aan toegekomen. De Brahmavihara Arama is het enige boeddhistische klooster op Bali waar je bovendien in retraite kan gaan. De aardse verlokkingen bleven toch sterker hoewel Sara erg enthousiast werd bij het zien van zoveel buddha’s. Na de gebruikelijke kiekjes weer tevreden huiswaarts gekeerd waar wederom een heerlijk maaltje op ons wachtte.
3 reacties op dit bericht. Lees meer uit de rubriek Bali.
Van Koh Phangan naar Bali
Dit keer een minder hectische aankomst met de ferry, wellicht ook symbolisch voor de sfeer op het eiland zelf hoopten we. Eerst een zware onderhandeling met een songthaew bestuurder over de prijs naar Haad Salad aan de noordwestkust. Overal proberen ze het dubbele ritgeld of meer te krijgen omdat je toerist bent. Als we een slechts een paar weken op vakantie zouden zijn zouden we ons er niet echt druk over maken. In het ergste geval ging het hier om 750 Baht (ongeveer € 15). Maar hoe langer we reizen hoe meer het een principe kwestie wordt om niet meer te betalen dan gebruikelijk voor transport, ook gezien ons budget. Uiteindelijk nam hij ons voor 400 Baht mee. Er reed ook nog een Nederlandse vrouw mee die al jaren in Singapore woonde en nog steeds niet kon wennen aan het afdingen zo gauw ze de grens over ging
Koh Phangan is over de hele wereld bekend vanwege de maandelijkse Full Moon party. Het begon onschuldig in 1987 met wat bier, muziek en een paar mensen als afscheidsfeest voor een gast van Paradise Bungalows waarbij het toevallig ook nog volle maan was. Inmiddels is het uitgegroeid tot een dansfestijn waar maandelijks 10000 feestgangers uit alle hoeken van de aardbol op afkomen. Om de feeststemming te verhogen zijn drugs in allerlei soorten en vormen volop maar illegaal verkrijgbaar. Kortom, Haad Rin Beach in het uiterste zuidoost puntje van het eiland is het Mekka voor feestvierders. Haad Salad, ons strand, lag aan de andere kant en is een kleine baai met helder, lichtblauw water, omringd door heuvels begroeid met palmbomen. De paar resorts die er waren zaten vol of waren veel te duur, uiteindelijk bij Asia Bungalows een mooi en ruim bungalowtje gevonden direct aan het strand. De eigenaresse woonde er zelf ook en was de hele dag bezig in haar geweldig onderhouden tuin. We voelden ons meteen thuis. Sara was natuurlijk niet te houden en wilde gelijk het water in. Rond deze tijd van het jaar zijn de getijdenwisselingen erg groot en met eb trekt het water zich helemaal terug tot achter een klein rif. In praktijk betekende dit dat het water nergens dieper was dan dijhoogte, ideaal voor Sara. Na haar middagslaapje liepen we tijdens een strandwandeling Vanessa tegen het lijf, een van de twee Engelsen die we eerder in Krabi waren tegengekomen. Zij verbleef samen met Sarah in een yoga resort aan dezelfde baai als wij. Beiden waren stijf van de kramp van de oefeningen en de enige beweging die volgens hen geen pijn deed was het hijsen van een glas. Dus snel koude biertjes en chips gehaald in de supermarkt en voor onze bungalow de zon zien ondergaan, erg gezellig. Sarah en Vanessa waren al in Krabi overtuigd dat ze ons weer zouden zien, een gevoel dat ze uit hun reiservaringen hadden gekregen. Ze beweerden dat indien er een klik is met bepaalde mensen deze altijd weer een keer je pad kruisen. Onze Sara vond het in ieder geval geweldig omdat Vanessa en Sarah allebei helemaal gek van haar zijn en de hele tijd met haar speelden. De biertjes deden hun werk want na een snelle curry gingen we allen vroeg onder de klamboe.
De volgende dag werd het helemaal bizar toen we Sandra uit Zürich leerden kennen die onze vrienden uit Zwitserland weer goed bleek te kennen. Nu werd de reiswereld wel heel erg klein! Ze was met man en twee kinderen van 6 en 10 aan het eind van hun wereldreis van een jaar. Nog wat bruikbare tips gekregen over Bali en West-Australië en haar op het hart gedrukt onze vrienden de groeten te doen als ze hun de week erna in Flims op een bergfeest zou treffen. Die zullen hun oren niet geloven. De rest van de dag heerlijk gezwommen, geluierd en gegeten. Sara had zelf een nieuwe bikini uitgezocht, haar luierzwembroekjes waren te klein geworden. Trots als een pauw rende ze op en neer tussen zee en strand waarbij ze weer enkele keren op de foto moest met Japanse of Chinese toeristen. Er zijn meer foto’s van haar gemaakt dan wij zelf gedurende de reis tot nu toe hebben genomen. Over het algemeen hebben wij er geen problemen mee en zijn er maar 2 regels. Sara moet het goed vinden en mensen moeten vragen voordat ze lukraak plaatjes beginnen te schieten.
We hadden spijt dat we niet eerder naar Koh Phangan waren gegaan. Het eiland had genoeg leuke plekjes om te ontdekken, iets waar nu helaas de tijd te kort voor was. Na 2 nachten moesten we al weer vertrekken. Onze boot terug vertrok pas aan het eind van de middag dus gelukkig nog genoeg tijd om met Vanessa en Sarah een afscheidsdrankje te doen. Vanessa zou na Thailand naar Fiji gaan en proberen daar te werken en een gespierde rugby speler aan de haak te slaan (ze was helemaal idolaat van rugby). Sarah zou haar Finse vriend treffen in Maleisië en dan via Bali en Australië naar Argentinië gaan. Email adressen uitgewisseld en de wens uitgesproken om elkaar op Bali of anders Argentinië weer te ontmoeten. We waren het liefst nog een weekje op Koh Phangan gebleven maar aanpassen van de vluchten zou veel te duur worden dus voor het eerst met enige tegenzin op de boot terug naar Koh Samui gestapt.
Na nog een nachtje Choeng Mon Beach een vroege vlucht met Bangkok Airways naar het eiland Phuket aan de westkust genomen. Dit was de eerste vlucht die ik meemaakte waar iedereen bleef zitten toen het vliegtuig allang stilstond en de deur al open was. Vrijwel alle passagiers lagen namelijk hun roes uit slapen van de full moon party van de dag ervoor. In Phuket regende het pijpenstelen, wat niet bijdroeg aan onze ietwat sombere stemming. De meute illegale taxi’s voorbij gelopen naar de eerste echte metertaxi’s die de helft minder zouden rekenen voor een ritje. Maar zelfs deze bleken niet zonder verrassing want bij afrekenen kwam er opeens een toeslag van 100 Baht bij omdat de chauffeur een zogenaamde gediplomeerde vliegveld taxichauffeur was. Triomfantelijk wees hij ons op de kleine lettertjes op de bon. Volgens mij hebben we nu zo ongeveer het hele scala aan toeslagsmoesjes gehad, van stijgende benzine prijzen, zware koffers, buggy, familie, buiten de stadsgrenzen, na 1800 uur, voor 0800 uur tot extra diploma’s. We zijn benieuwd wat ons op de rest van de reis nog te wachten staat. Is wellicht voer voor een apart reisboekje, de wereldwijde “do’s and dont’s” op taxigebied.
Aangezien we maar 2 dagen zouden blijven hadden we via Internet een vrij chique resort tegen bodemprijs in Kamala Bay geboekt. De sporen van de tsunami waren hier nog duidelijk zichtbaar en Kamala Bay lag schijnbaar achter met renoveren vergeleken met de andere plekken aan de westkust. Overal stonden bordjes die de tsunami evacuatie route aangaven met gek genoeg een andere route voor toeristen dan voor locals. Paniek maakt volgens mij geen onderscheid. Een vraag die hopelijk nooit in de praktijk beantwoord zal worden. Middels een Tsunami 100-year park heeft men hier geprobeerd de traumatische ervaring een plek te geven. Tenslotte was er in bijna ieder familie wel een verlies te betreuren geweest.
Sara heeft intussen de ‘wai’, de traditionele Thaise begroeting of manier om te bedanken al aardig onder de knie. Je vouwt daarbij je handen samen en buigt langzaam voorover. Nog geen meter hoog stapte ze bij aankomst uit de taxi en liep uit zichzelf op het personeel af, stopte en begroette ze allemaal met de wai. Het spreekt voor zich dat ze hun harten meteen had gestolen. In het resort zou een groot zwembad en een kid’s club zijn. Die laatste bleek echter bij aankomst gesloten. Het zwembad was gelukkig wel open en een trekpleister voor andere families met kinderen. Gezinnen uit Egypte, Canada, Nieuw-Zeeland en Argentinië zorgden voor voldoende pret en gespreksstof. Het resort bood een gratis shuttle service naar Pattong Beach aan maar na Koh Samui hadden geen trek in nog een verzamelplaats van schreeuwende winkels en bars. Kamala Bay zelf was nogal doods, de toeristenpiek lag hier rond de kerst en jaarwisseling. Voor ons best even verfrissend, maar het betekende wel dat veel restaurants dicht waren. In het zwembad was zowaar een heuse swim-up bar waar Jake de scepter zwaaide. Jake is een gewezen monnik uit Chiang Mai en werkte nu voor het geld in toerisme metropool Phuket. Volgens hem was Phuket niet het echte Thailand, daarvoor moest je naar het noorden. Los van zijn chauvinisme zal er zeker een kern van waarheid inzitten, zeker wat Phuket en Koh Samui betreft. Jake werkte zes dagen per week, 12 uur per dag en had dit jaar geen vakantie gezien het personeelstekort. Ondanks dat hij een felbegeerd baantje had knipperden we toch even met onze ogen toen bleek dat zijn maandsalaris minder was dan het bruto dagsalaris bij onze laatste werkgever. Op de valreep aan de bar nog kennisgemaakt met Travis, een surfverslaafde verpleger uit Adelaide die uit pure liefde voor zijn vriendin in het resort verbleef. De golven thuis waren nu namelijk op hun best en je zag en hoorde dat hij zichtbaar leed zonder plank en woeste branding. Zijn vriendin was op terugreis van een half jaar studie in Europa en ze zouden nog een paar dagen samen in Phuket spenderen voordat zijn baan en haar studie weer lonkten. De liefdesvlam leek ons aan haar kant enigszins gedoofd maar hij compenseerde dat ruimschoots. Een sympathieke vent die ogenschijnlijk bijbeunde voor de lokale VVV, zo lyrisch was hij over Adelaide en omgeving. Mochten we in Adelaide komen dan zullen we hem zeker opzoeken. Terwijl Sara lekker dobberde en met de andere kinderen speelde, werd het toch nog een leuke happy hour aan de bar. Enkele verhalen rijker en een dikke fooi armer waren we toch blij om ’s ochtends weer in het vliegtuig te stappen. Met AirAsia eerst naar Singapore waar aan het eind van de middag onze wereldticket vlucht met Singapore Airlines naar Bali zou vertrekken. Onze laatste Aziatische stop voor Australië.
4 reacties op dit bericht. Lees meer uit de rubriek Thailand.
Van Krabi naar Koh Samui
De korte oversteek van Langkawi naar de Thaise kust zou de meest heftige van alle ferry ritjes tot nu toe worden. Het oudere Nederlandse koppel zat waarschijnlijk al tijden op pole position bij de deur toen we net op tijd het trappetje naar binnen afdaalden. Er was geen millimeter ruimte meer voor onze tassen en buggy, dus maar boven op de toch al aanzienlijke berg rugzakkken en ander draagmateriaal. Dit tot afgrijzen van Nederlandse Dick (althans dat is de naam die wij hem gaven), die zijn mooie Samsonite koffertjes nauwelijks meer kon zien. Daar ging zijn plan om als eerste weer naar buiten te kunnen schieten. Hij zou tot het laatst op de kade moeten blijven wachten op zijn bagage. De blik van zijn vrouw richting hem was goud waard en het was duidelijk hoe de sfeer bij het avondeten zou zijn. Het was sowieso een redelijk Nederlands getinte bootje want de rij achter ons bleef in plat Brabants hun bewondering voor de naderende kustlijn herhalen, “hedde da gezien, da skon woater”. Brigitte voelde zich met haar Helmondse roots weer even helemaal thuis. Kreunend en steunend bereikte het bootje uiteindelijk het havenplaatsje Satun.
De douane formaliteiten waren snel geregeld en met een afgetrapte jeep die bij ons de APK-keuring nooit zou halen richting busstation voor de express bus naar Krabi. Tot Krabi samen gereisd met Angelique en Ronald uit Almere die ook hun baan hadden opgezegd en na vele maanden van noord naar zuid door Azië te hebben rondgetrokken bijna aan het eind van hun reis waren. Hun droom was om een eigen zaak in terracotta materiaal voor binnen- en buitenshuis te beginnen en met name China had hun veel inspiratie en contacten opgeleverd. Hopelijk wordt hun droom werkelijkheid. In Krabi weer de gebruikelijke taxi maffia die absurd hoge prijzen vroegen voor een ritje naar het centrum. Gelijk een passerende songhteaw taxi aangehouden en voor een fractie van de taxi prijs bij het guesthouse afgezet. Komende uit Maleisië waren we niet bekend met het fenomeen songthaew maar we leerden snel. Dit zijn pick-up trucks waarvan de laadbak is omgebouwd tot zitruimte met aan weerszijden een zitbank met ruimte voor 8-10 personen. De beste en goedkoopste manier om korte ritjes in Thailand mee af te leggen. Aangezien Thailand niet tot onze oorspronkelijke route behoorde hadden we nog een Rough Guide in Langkawi op de kop kunnen tikken maar die was van november 2004, dus pre-tsunami. Veel van de accommodaties aan de westkust zouden waarschijnlijk niet meer bestaan en tevens werd beschreven dat deze tijd van het jaar de Andaman zee vrij wild is met bovendien veel regen. We hadden geen trek meer in het Langkawi weer dat we net achter ons hadden gelaten en hadden op de gok besloten om vanuit Krabi naar Koh Samui te vliegen, aan de oostkust gelegen in de Golf van Thailand. Dit betekende wel een nachtje doorbrengen in Krabi van waaruit de vlucht zou vertrekken. Onze intrek genomen in het Chan Cha Lay guesthouse waar er alleen nog kamers met gedeelde faciliteiten waren. Het was echter erg schoon en leuk gedecoreerd en voor 200 Baht (€ 4!) erg ok. Onder het genot van het eerste koude Singha biertje kennisgemaakt met de erg sympathieke Engelse vrouwen Vanessa en Sarah, waarvan laatstgenoemde al 2 jaar onderweg was en eigenlijk niet wist waar ze op weg naartoe was. Haar motto “It’s not about the destination but all about the journey” was hier echt op zijn plaats. Net zoals hierboven met Angelique en Ronald, blijft het een apart maar wel erg leuk aspect van reizen. Als honden in een park snuffel je even aan elkaar en vertelt elkanders verhalen, sommigen zelfs erg openhartig, waarna je weer hartelijk afscheid neemt wetende dat je elkaar waarschijnlijk nooit meer ontmoet. Na de lange busreis vroeg naar bed maar niet voordat we ‘s avonds eerst heerlijk Thai hadden gegeten op de nachtmarkt waar we met zijn drieën voor omgerekend € 6 de tafel vol hadden staan. Thailand was nog goedkoper dan Maleisië.
De vlucht naar Koh Samui was met Bangkok Airways in een 70-zitter propeller vliegtuigje. De voor ons onbekende maatschappij bleek al meer dan 40 jaar te bestaan en alles was uitermate comfortabel. Ze kregen het zelfs voor elkaar om tijdens de 50 minuten durende vlucht de halfvolle cabine een lunch te serveren die Sara in no time naar binnen hakte. Het vliegveld van Koh Samui deed erg tropisch aan. Klein en geheel met riet en palmbladeren bedekt, een groot zee aquarium in de toiletten en plantjes in het midden van de bagageband. Sara veroorzaakte meteen een opstopping onder het grondpersoneel en liet zich dit keer gelaten aanraken. We hadden niets vantevoren geboekt en gingen uiteindelijk met een minibus naar Lamai, volgens de Thailand gangers die we onderweg hadden gesproken mooie stranden en nog vrij rustig vergeleken met het noordelijker gelegen Chaweng. Het Starbay Resort klonk bekend van uit de recentere Lonely Planet van Vanessa die we in Krabi snel hadden ingekeken en op goed geluk naar binnen. Starbay Resort is een mooie tuin met een aantal Thaise bungalows die allen privé bezit zijn en voor bepaalde periodes verhuurd worden aan toeristen. Het geheel ter plekke wordt gerund door Peter, een ietwat verbitterde Oostenrijker op leeftijd die zijn land was ontvlucht na een schandalige overheidsbehandeling van zijn ziekte. Peter had voor diezelfde overheid gewerkt en het was grappig om te zien dat hij in dit land van handjeklap toch zijn vertrouwde werkomgeving had gecreëerd. Toen ik wilde betalen en met geld in de hand op hem afliep werd ik dringend verzocht de hoek om te lopen naar zijn loket. “Ohne Schalter ging nichts in seinem Leben”, bedacht ik als aftiteling van zijn leven en mijn lichte antipathie negerend telde hij tot drie keer toe het wisselgeld na. Er waren gelukkig ook enkele vaste bewoners aanwezig die wel aardig waren waaronder Henk uit Den Haag, de general manager van het resort en pendelend tussen zijn huisjes in Monaco en Koh Samui. Verder was er nog Herbert, een dikbuikige duitser die als een menselijke wentelteef van ’s ochtends tot ’s avonds op het bedje bij het zwembad lag (voor de insiders thuis, Brigitte noemde hem de Bullpansee uit het Jaja-park). Hij had slechts 2 maanden per jaar om het thuisfront zijn gebronste torso te kunnen laten zien ten teken dat hij deels in de tropen woonde. Sara’s favorieten waren echter Carole en Philippe, een uiterst sympathiek Zwitsers-Frans echtpaar. Met name Carole was als een magneet voor haar. Zij was kleuterleidster in Genéve en op haar beurt ook helemaal weg van Sara. Haar eerste woordjes Frans waren een feit. Het mooie van Starbay was dat onze studio erg veel weg had van een normaal bewoond huis, even een thuis ver weg van huis. Sara had bij aankomst gelijk de poetsspullen ontdekt en begon iedere ochtend als een soort van ritueel de boel te kuisen. We vragen ons overigens nu nog af van wie ze deze tik heeft, in ieder geval niet van ons tweeën.
Overal op het strand stonden kleine overdekte platformpjes waar je hele lichaam gemasseerd kon worden. Daar waren onze lichamen wel aan toe na bus- en vliegreis en Brigitte en ik werden ieder een uurtje onder handen genomen. Terwijl de heerlijk knedende handen vakkundig hun werk deden dommelde ik langzaam in met het ruisen van de branding op de achtergrond. Sara wilde ook proberen en genoot zichtbaar, de Thaise vrouw moest dan ook heel hard lachen om Sara’s grimassen. Iedere avond op weg naar een van de eettentjes langs het strand passeerden we altijd een schommel die hoog aan een palmboom was vastgemaakt en daardoor vervaarlijk ver de zee in zwiepte. Sara kreeg er maar geen genoeg van en wilde iedere keer harder geduwd worden. Zeker als ’s avonds de vloed kwam hing ze meer boven zee dan strand maar dat kon haar niet deren en iedere zwaai was dolle pret. Toch even een andere schommel dan bij opa Ger thuis.
Het enige nadeel van Starbay Resort was het strand, of beter gezegd het ontbreken ervan. Met eb trok de zee zich kilometers ver terug en bleef een modderige vlakte met stenen over. Niet geschikt voor Sara dus die de meeste tijd in het zwembad doorbracht. De noordelijke kant van Lamai was inderdaad vrij rustig vergeleken met het centrum. We waren de eerste dag op weg naar Lamai al door Chaweng gereden en hadden met afgrijzen de smakeloze en schreeuwerige inrichting bekeken van dit plaatsje bekend om zijn stranden. Lamai centrum zelf bleek niet veel anders. Veel bars en restaurants maar ook veel hoerenclubs en oudere mannen met jonge Thaise meisjes. De overal verkrijgbare “go fuck bucket” symboliseerde eigenlijk alles: een strandemmertje gevuld met whiskey, cola en condooms. Dit gedeelte van Koh Samui viel ons erg tegen en ietwat teleurgesteld besloten we na enkele nachten weer te verkassen.
We boekten nog een aantal nachten Choeng Mon Beach in het uiterste noordoosten van het eiland. Dit keer een klein baaitje met slechts enkele prijzige resorts. Midden ertussen in lag ons betaalbaar hotelletje met mooi zwembad. Voor het hotel lag een ruim strand met een ondiep aflopende zee dus ideaal voor Sara. Ze was weer helemaal in haar hum met de schepjes en niet weg te slaan op het strand. Natuurlijk weer vele vriendjes gemaakt waarbij vooral het onstuimige spel met George opviel. George was het 4 jarige zoontje van George senior, een 73-jarige (!) Schot, getrouwd met een 40 jaar jongere Thaise en woonachtig op Koh Samui. George Sr bleek een fervent munt en bankbiljet verzamelaar en was al menigmaal in Valkenburg aan de Geul op de ‘wereldbekende’ beurs geweest. Schaapachtig moesten Brigitte en ik erkennen dat we hier nog nooit van hadden gehoord. Een joviale vent die zelfs tegen zijn zoontje in iedere tweede zin het F-woord bezigde en graag Sara al wilde vastleggen als bruid voor zijn knappe zoontje. ‘s Avonds werd het strand omgetoverd tot romantisch lounge plekje met banken en kaarsjes en kon je de zon langzaam zien ondergaan. Het eten in de Choeng Mon Beach hotelbar aan het strand was fantastisch. Verse, gegrilde snapper met chili, knoflook en limoen, gegrilde tonijn in rode curry en kokosnoot-limoen soep met kip. Een paradijs voor de smaakpapillen. Zelfs de macaroni van Sara was dit keer met verse tomaten en kruiden bereid, het hele bord werd in een mum van tijd verorberd. Overigens bestaat Sara’s menu hoofdzakelijk uit roulerende gerechten als pasta, pizza en gebakken rijst met kip of vis als diner en tosti en vers fruit als lunch. Op ons verzoek wordt de rijst voor haar wel altijd minder scherp gemaakt. Wat vantevoren een probleem leek te worden gaat in praktijk echter wonderwel. Ze eet en drinkt goed en heeft nog altijd nergens last van.
Ondanks de vrij intieme sfeer op Choeng Mon Beach bekroop ons toch een onbevredigend gevoel wat Thailand betrof. We hadden eigenlijk alleen maar vrij toeristische badplaatsjes gezien op deze Aziatische variant van de Costa del Sol die onzes inziens de oostkust van Koh Samui was. Op de eerste avond raakten we tijdens het avondeten in gesprek met een engels koppel, dat op een nabij gelegen, kleiner eiland verbleef en voor 2 nachten op Koh Samui was beland om daar de sfeer te proeven. Hun verhalen maakten ons enthousiast en de dag erna alles geregeld om nog 2 nachtjes ergens te logeren dat hopelijk wel zou beantwoorden aan ons beeld van paradijselijke eilandjes voor de Thaise kust: Koh Phangan.
2 reacties op dit bericht. Lees meer uit de rubriek Thailand.
Exit Malaysia
En toen zaten we in Thailand! In plaats van in Maleisië te blijven vonden we op Internet enkele goedkope binnenlandse vluchten in Thailand. Het was niet dat we genoeg hadden van Maleisië, maar qua schema paste dit beter en we waren eigenlijk wel heel nieuwsgierig naar Thailand.
Ik heb in de tijd dat we in Maleisië hebben rondgereisd regelmatig kranten gelezen en met lokale mensen gepraat en ben er nog steeds niet uit wat ik ervan moet vinden. Wat hierop volgt is toch een poging om onze blik op Maleisië samen te vatten in een minder persoonlijk getint stukje dan je gewend bent. Volgende keer weer eigen belevenissen uit Thailand.
Het huidige Maleisië is slechts enkele jaren ouder dan ik en werd een feit met de toetreding van de staten Sabah en Sarawak. Wat opvalt is een schrijnende tegenstelling tussen arm en rijk, en de kloof tussen deze twee groepen is nergens groter in Azië dan hier. Hoewel Chinezen een minderheid vormen qua aantal is dit de rijkste bevolkingsgroep van het land, gevolgd door de Indiërs en dan op grote afstand de Maleisiërs zelf, die 60% van de bevolking uitmaken. Dit ondanks controversiële regeringsmaatregelen om de Maleisiërs vooruit te helpen zoals studiebeurzen (waar overigens niet naar talent wordt gekeken maar eerst onder de kinderen van rijke Maleisiërs worden toegewezen) en voorrang bij vacatures en woningverdeling. En de armen krijgen het steeds zwaarder. Voedsel en benzine prijzen zijn blijven stijgen en de eerste voedselbanken zijn inmiddels een feit, zij het nog op particulier initiatief. Gezinnen met kinderen die van RM 600 per maand (ongeveer € 100) moeten rondkomen komen steeds vaker voor. Uit de kranten lees je de berichten dat de bevolking langzaam begint te morren en dat de voortvarende start van de huidige premier verzandt in bureaucratie in plaats van de belofte om corruptie keihard aan te pakken. De krantenkoppen worden beheerst door roddel en achterklap over politici die zelf in de verbale boksring die de media hier is elkaar proberen knock-out te slaan. En dat terwijl het land grote ambities heeft en een sterke speler op technologie gebied lijkt te worden. De noviteiten zijn hier ook niet van de lucht. Zo zag ik verschillende zogenaamde Mobile Drive Thru’s waar je vanuit je auto een prepaid kaart kan opwaarderen of kopen. Want een mobiele telefoon heeft iedereen hier, ongeacht de armoede. Gemak dient ook hier de mens.
De regering probeert uit te dragen dat Maleisië een land is waar verschillende bevolkingsgroepen in harmonie met elkaar leven maar onze indruk is dat ze niet met elkaar maar langs elkaar leven. Zo hebben de Maleisiërs en Chinezen hun eigen scholen (de Indiërs kunnen kiezen) en restaurants en wil de Chinese partij bijvoorbeeld dat de regering de geschiedenisboeken op school herziet om de rol van de Chinezen in de Maleisische geschiedenis de in hun ogen juiste plaats te geven. Gesprekken met de Indiase vrienden van John en Christine in Melaka leverden alleen maar verhalen van discriminatie en corruptie op.
Ondanks dit alles nemen we met een beetje weemoed afscheid van Maleisië. Het is een prachtig land om door te reizen, zeker met kinderen. Vriendelijke mensen, mooie plekjes aan stranden of in steden en door de etnische verscheidenheid qua bevolking heerlijk eten. En dan hebben we het binnenland, zoals de Taman Negara jungle, en Sabah en Sawarak niet eens bezocht vanwege het risico op malaria waar we Sara niet aan willen blootstellen. Maleisië is voor westerse begrippen een goedkoop land. Toch hebben we het niet gered met ons dagbudget van €50. De accommodatie was bijvoorbeeld duurder dan voorzien omdat we als gezin niet in slaapzalen wilden en eigen sanitair en airco wel prettig vonden als de mogelijkheid zich voordeed. Tevens was transport een hogere post omdat we meer rondgereisd hebben dan gepland. Als je alleen maar stads- en streekbussen neemt kan het eerlijk gezegd wel een stuk goedkoper maar duurt alles veel langer. Met een ongeduldige kleine erbij is dat vaak geen optie. We hebben ons geen enkel moment onveilig gevoeld en kunnen andere gezinnen alleen maar aanraden dit land als eindbestemming of tussenstation zeker te bezoeken.
Straks Bali, maar nu dus eerst Thailand. Op woensdagochtend de ferry vanuit Langkawi naar Satun genomen en voor het eerst voet op Thaise bodem gezet. Het schema is als volgt: met de bus naar Krabi en daar een nachtje blijven. Dan de dag erna met Bangkok Airways naar Koh Samui waar we 10 dagen willen blijven. Vervolgens vliegen naar Phuket en daar 2 dagen aan het strand waarna we via Singapore naar Bali vliegen op 22 juli.
Terima Kasih, Selamat Tinggal!
4 reacties op dit bericht. Lees meer uit de rubriek Malaysia.
Langkawi
De ferry vanuit Penang naar Pulau Langkawi duurde bijna 3 uur over een woelige zee en links en rechts werd er gretig gebruik gemaakt van de zwarte zakjes om de maaginhoud op onvrijwillige wijze kwijt te raken. Pulau Langkawi is eigenlijk een verzameling eilandjes in het uiterste noordwesten van Maleisië met Langkawi zelf als grootste en eigenlijk enige bestemming. Paradijselijk mooi maar de laatste jaren steeds drukker door het sterk toenemende toerisme. Juli is bovendien ‘Arab season’ als de arabieren massaal op vakantie gaan en vooral Langkawi als bestemming kiezen. De drukte viel ons echter reuze mee, hoewel er frequent vliegtuigen overvlogen naar het nabij gelegen internationale vliegveld. We kozen voor Pantai Cenang, de meest toeristische baai aan de westkust mede omdat de accommodatie mogelijkheden daar het grootst zouden zijn en het strand het meest geschikt voor Sara. Pantai Cenang is eigenlijk gelijk iedere toeristische trekpleister langs een willekeurige kust: een lang lint van accommodaties, restaurants en winkeltjes dus volop keuzemogelijkheden voor ieder budget. Hier geldt de regel dat gebouwen niet hoger mogen zijn dan een kokosnootboom dus alles is gelukkig laagbouw. Wij kozen voor het Malibest Resort waar we een houten bungalow met airco namen voor € 24 per nacht. De Andaman zee was 25 meter lopen van het huisje en het warme water lag er uitnodigend bij voor een duik. Sara begon gelijk in het zand te graven met de gekochte strandspulletjes en was zichtbaar happy. Een goede keuze dus om een paar dagen hier naar toe te gaan. Het zeewater was lang niet zo helder als aan de oostkust maar dat had deels te maken met het startende regenseizoen. In deze tijd van het jaar werd zonneschijn afgewisseld met fikse en langdurige buien die gelukkig vooral ’s nachts losbarstten in de dagen dat wij er waren. Dit betekende ook meer muggen dan op eerdere plekken en de klamboe werd voor het eerst in gebruik genomen. Sara’s reisbedje is geheel gesloten en dus ideaal wat muggen betreft, een absolute aanrader die het meeslepen van de anderhalve kilo als extra bagage meer dan waard is.
Onze favoriete plek om uit te rusten werd gelijk het Red Tomato Garden Café op enkele meters lopen van ons huisje. Gerund door Tanja, een Duitse die halverwege haar wereldreis aan een Maleisiër was blijven hangen en inmiddels al 10 jaar op Langkawi woonde met man en zoon. Red Tomato is een gezellig restaurantje met relaxte muziek, een overheerlijke spaghetti aglio olio en bovendien gratis wireless Internet. Sara werd meteen dikke vrienden met serveerster Leha en kreeg regelmatig iets extra’s toegestopt. Tanja is een kordate dame die haar mening niet onder stoelen of banken steekt. Van de Arabieren moest ze niets hebben want die gingen toch alleen maar in hun eigen tentjes eten. Maar eigenlijk gold dat voor haar restaurant ook, want haar belangrijkste klanten waren Europeanen en dan vooral tijdens het hoogseizoen van december tot februari. Verrassend genoeg had de tsunami relatief weinig schade aangericht op Langkawi. Het ervoor liggende Sumatra had de meeste klappen opgevangen. Er was slechts een dode te betreuren geweest, een toerist die in haar rolstoel in het zand was blijven steken en in de golf van paniek over het hoofd was gezien. Wel zag je sporen dat het zeewater langzaam maar zeker met vloed steeds meer landinwaarts kroop want de palmen dicht bij de eerste huisjes hingen bijna horizontaal in het water doordat het ondersteunende zand af en toe was weggespoeld.
Omdat het weer vrij onvoorspelbaar was genoten we van ieder zonmoment op het strand met Sara. Geweldig om te zien dat de combinatie zand en water garant staat voor uren speelplezier. Ze gaf op een gegeven moment zelf aan dat ze aan haar middagslaapje toe was door haar spulletjes te pakken en met de mededeling “Sara naar bedje toe” naar het huisje te wandelen.
De laatste 2 dagen hebben we een auto gehuurd. Een taxi inhuren voor een tour was duurder en betekende ook minder bewegingsvrijheid. Voor de zekerheid wel een automaat gehuurd want de laatste keer dat ik links had gereden was in Engeland en ik kon me nog de lichte paniek en het misschakelen herinneren bij rotondes of onverwachte situaties. Waar je in andere landen bij autohuur vele A4-tjes met verzekeringsvoorwaarden en reglementen voor je neus krijgt en allerlei opties hebt om risico af te kopen volstaat hier een A5 met de mededeling dat je zelf verantwoordelijk bent voor diefstal of schade en de kosten geheel voor jouw rekening zijn. Dat verklaarde wellicht ook de lage huur van € 12 per dag. Niettemin het risico genomen en op weg gegaan richting het noordwesten naar de kabelbaan. Uiteindelijk bleek Brigitte’s hoogtevrees sterker dan het vooruitzicht op een mooi uitzicht over het eiland en de Thaise kustlijn bij helder weer dus de kabelbaan hebben we maar links laten liggen. Dan maar het er naast gelegen Geopark in. Grote delen van Langkawi en de omliggende wateren zijn door de Unesco als Geopark bestempeld en dus beschermd vanwege hun natuurschoon. Het Geopark probeert daar munt uit te slaan door wat houten hutjes en een vijver aan te leggen met daaroverheen een soort eco-sausje. In het echt is het niet meer dan een verzameling souvenir winkeltjes, eettentjes en een hotel met zwembadje. Na een korte wandeling had Sara meteen een olifant gespot en wilde persé een ritje maken. Olifanten zijn oorspronkelijke bewoners van Maleisië en met die gedachte kochten we ons schuldgevoel over deze circusact af en boekten een ritje door de jungle. Lasha de Aziatische olifant sjokte plichtmatig het platgetreden spoor door het bos af, links en rechts een boomstronkje oppeuzelend. Sara vond het echter prachtig om zo hoog te zitten, zeker toen we enkele apen in de bomen zagen slingeren. Na drie kwartier deinen door de bladeren mocht Sara de olifant een heel brood voeren en na de aanvankelijke schroom kraaide ze van plezier als Lasha’s slurf over haar hand ging. Een dure investering maar voor Sara in de top twee naast het aaien van dolfijn Pet in Singapore. Daarna nog het kinderboerderijtje bezocht waar ze belaagd werd door een horde agressieve konijnen. Een mooie Pavlov reactie van de knaagdieren want Sara’s eerste stapje over het hek betekende eten en de zakjes met worteltjes werden dan ook snel aangeschaft om erger te voorkomen. Met wat slangen en een prachtige Brahminy wouw gekooid, de vogel waarnaar Langkawi is vernoemd, was het dierenparkje eigenlijk een vrij trieste bedoening. Inheemse dieren zou je op een veel diervriendelijker en mooiere manier kunnen tonen.
We besloten ook nog even een kijkje te nemen in een van de meest luxueuze resorts op het eiland, the Datai. Verscholen in een kleine baai waar het hotel naar is vernoemd zijn de gebouwen prachtig mooi met vulkaansteen en hout in het landschap ingebouwd. Veel perfect gesoigneerd personeel, een prachtig zwembad en een serene rust. Niets om met kinderen te logeren maar schitterend om tijd aan elkaar te spenderen als je budget het enigszins toelaat (www.lhw.com/datai). Onderweg terug naar ons huisje zagen we erg veel apenfamilies langs de weg die totaal geen angst hadden voor stoppende auto’s. Het blijven wilde dieren dus toch maar niet uitgestapt en enkele kiekjes vanuit het open raam geschoten. Een van de oudere apen bleek aan hetzelfde foto-ongenieke euvel te lijden als ik, altijd met gesloten ogen op beeld (dat verklaart meteen de reden dat ik weinig op foto’s te zien ben). Breed lachend keek hij ons aan maar telkens als de foto werd gemaakt deed hij zijn ogen dicht alsof hij weigerde mee te werken aan het standaard plaatje.
De volgende dag naar de noordkust gereden, naar Tanjung Rhu. Met je eigen auto ritjes maken is toch leuker dan een taxi. Er is niet zoveel verkeer en het is alleen af en toe opletten op gedurfde inhaalmanoeuvres van ongeduldige tegenliggers. Lekker in je eigen tempo toeren en stoppen wanneer en hoe lang je zelf wilt. Voor de prijs hoef je het in ieder geval niet te laten. We konden alleen geen kinderstoeltje krijgen wat niet vreemd is als je ziet hoe kinderen op brommers en in auto’s vervoerd worden door de locals. Voor ons betekende dit Sara achterin met gordel om en Brigitte naast haar. Vanuit Tanjung Rhu vertrokken vele bootjes de mangrove bossen in met een tussenstop om vleermuisgrotten te bezoeken. Niet echt de moeite waard vonden we en haalden in plaats daarvan lekkere rijst lunchhapjes om op het verlaten strand te picknicken en van het uitzicht te genieten.
Toen de regen ook overdag begon toe te nemen besloten we om Langkawi weer te verlaten. Terug naar de oostkust van Maleisië was ons volgende doel maar los van de negen uur durende nachtelijke busrit zou het moeilijk worden om vanuit Kota Bharu weer in Singapore te geraken. Het zou erop neer komen om vele busritten te maken met telkens een overnachting want vliegen was simpelweg te duur. Een paar uurtjes surfen bood verrassend uitkomst maar daarover meer in het volgende blog.
Langkawi is een mooi en groen eiland waar de grootste drukte zich rond de jaarwisseling afspeelt en de westkust de meeste accommodaties en dus ook toeristen heeft. De cliché banaanboten en voortgesleepte parachutes gaan dagelijks op en neer langs de kustlijn en de jetski’s verstoren de rust enigzins (helaas had ik geen telelens want 5 vrouwen in burka’s op een banaan had een mooi plaatje met geweldige alliteratieve titel opgeleverd). Toch is Pantai Cenang de moeite waard voor een paar dagen. Het heeft een mooi strand dat meer geschikt is voor kinderen dan het wat rustigere Pantai Tengah en de zee is heerlijk warm. Er zijn veel resorts in alle prijsklassen dus keuze genoeg. Mailbest is ok qua prijs maar we zouden het toch niet aanbevelen gezien de slechte staat en onderhoud van de huisjes . Als je rust zoekt is de noordkust geschikter. Mocht het Datai of Andaman resort buiten budget zijn dan is het Tanjung Rhu een alternatief aan een rustige baai met kleine eilandjes gelegen. Helaas zijn hier alleen resorts van de duurdere categorie met het mooi gelegen Radisson Tanjung Rhu resort als leukste inclusief prachtig zwembad.
KL en Penang
Vanuit Melaka de bus genomen naar de hoofdstad Kuala Lumpur. De conclusie in Melaka was dat stadsbezoek van een paar dagen zonder de mogelijkheid om te zwemmen in zwembad of zee niet ok was voor Sara. Vandaar dat we via internet een hotel met zwembad hadden geboekt. Het Corus Hotel was wel iets duurder maar na een uurtje surfen en vergelijken een superdealtje gevonden. Grote kamer met hemelbed en veranda waar je via trappetje zo het zwembad inliep. Al dobberend keek je uit op de Petronas Towers. En zwembad betekende voor Sara weer nieuwe vriendjes en vriendinnetjes.
Gelijk iedere wereldstad slibt ook Kuala Lumpur oftewel KL helemaal dicht met verkeer en de express bus kroop dan ook met een slakkengang naar het busstation Putraya. Hier weer de gebruikelijke chaos en taxi maffia. Na twee chauffeurs geweigerd te hebben vanwege de prijs bleek de derde zelfs te claimen dat hij niet wist waar het hotel lag. Uiteindelijk voor de door ons gevraagde prijs ingestapt in een normale auto. De chauffeur bleek bij te beunen als illegale taxichauffeur maar het verschil met illegale taxi’s bij ons is dat hij de ritjes kreeg toebedeeld van de echte taxichauffeurs. Als de rit hun niet genoeg opleverde dan weigerden ze simpelweg te rijden en kreeg je excuses als niet weten waar het hotel ligt. Onze snorder Sow bleek een militante voorvechter van de Justice partij te zijn en een agressief betoog tegen de huidige regering volgde. Gelukkig had ik de afgelopen dagen de kranten een beetje gelezen zodat ik enigszins wist waar het over ging want in het korte tijdsbestek van het ritje vloog hij van moord naar benzineprijzen naar complotten tegen zijn partij. Met het schuim haast op zijn bek gaf hij ons bij aankomst hotel zijn kaartje met telefoonnummer dat linea recta onder zijn stoel verdween. Exit Sow.
KL lijkt veel op Singapore. Ongeveer evenveel inwoners (meer dan 4 miljoen, hoewel Singapore bijna 4x zoveel inwoners per vierkante kilometer heeft), overal bouwputten voor nog hogere gebouwen en veel verkeer in files dat voor dagelijkse smog zorgt. Er is een competitiestrijd gaande tussen die twee waarin Singapore nog steeds aan de winnende hand is maar langzaam terrein lijkt te verliezen. Onze eigen indruk is dat Singapore veel beter georganiseerd en gestructureerd is en de mensen vriendelijker zijn. KL lijkt af en toe chaos maar dat heeft ook weer zijn charme. Voor toeristen zoals wij die graag te voet de boel verkennen is KL niet echt geschikt, zeker niet met een buggy. Trottoirs zijn vaak gesloopt om de weg breder te maken en voetgangersstroken die over zijn gebleven zijn over het algemeen van slechte kwaliteit. We moesten vaak al ‘klunend’ onze weg proberen te vinden zonder op de rijbaan te geraken want eenmaal daar was je vogelvrij. De conciërges bij het hotel keken ons dan ook iedere keer meewarig aan als we weer op pad gingen en snapten niet dat we geen taxi namen.
De Petronas Towers lagen op slechts 2 minuten lopen van ons hotel en vanuit iedere hoek weer is het een indrukwekkend staaltje architectuur. Sara mocht niet mee omhoog zodat we dat maar niet hebben gedaan hoewel het uitzicht bij helder weer fantastisch moest zijn. Onder aan de torens lag het laatste nieuwe winkelcentrum Suria. Men neme de volgende ingrediënten: Brigitte, 4 mega verdiepingen met alle bekende merken verzameld in mooie boetiekjes, uitverkoop en een reisbudget. Bij elkaar gemixt een cocktail vol opwinding en frustratie. Uiteindelijk is de schade beperkt gebleven tot een bikini van Zara. Hoewel ik al jaren rondloop met dezelfde zwem shorts staat voor een vrouw blijkbaar 1 bikini gelijk aan bloot lopen want je kunt niet afwisselen. In Suria bevond zich ook op de 2e verdieping een grote food court waar eten uit alle windstreken van de wereld verkrijgbaar was. Niet echt pittoresk maar wel handig met Sara. Zo hebben we voor het eerst gezondigd en niet Maleis gegeten maar een happy meal en spaghetti voor haar besteld. Brigitte werd voor een paar dagen klant bij Sushi King en ik heb Bengaals, Thais en Mongolisch geprobeerd. Grappig om te zien dat de langste rij telkens bij McDonalds stond. Ondanks het minder gezonde eten blijft de aantrekkingskracht op kinderen onverminderd groot, hoewel hier natuurlijk een groot Halal certificaat boven het menu prijkte.
Onder de Petronas torens ligt een park met daarin een grote speeltuin en een zwembad, beide zonder entree. Bij het zien van de speeltuin kwam Sara ogen tekort, zoveel glijbanen, schommels en wipjes had ze nog nooit bij elkaar gezien. Ze wist dan ook niet welke ze moest kiezen en iedere keer als ze ergens op klom zag ze weer een andere, nog mooiere en ging weer verder. Het ernaast gelegen zwembad is een ondiepe plas water met watervalletjes en fonteintjes. Eromheen cirkelde de ‘kleding politie’, vrouwelijke parkpolitie agenten die streng toezien dat niemand naakt of met luier het water inging. Een broekje was het minimale vereiste. Sara struinde het hele bad af, onderweg door vele kinderen aangeraakt en zelfs onder de fontein gezet, ze vond het allemaal even prachtig. Een bezoek aan het park werd dan ook vaste dagelijkse prik.
Verder hebben we niet zoveel van KL gezien. We hebben door Chinatown gelopen met de bekende straat Jin Petaling vol opdringerige verkopers. Wat je ook doet, kijk alleen langer dan 1 seconde naar een product als je het echt wil kopen, anders wordt je de rest van de straat achtervolgd en bijna gedwongen een aankoop te doen. Ook zijn we in Bukit Bintang geweest, een erg toeristische zone met restaurantjes en winkels. Hier logeerden Mark en Laura en met hun zijn we in die buurt in Jalan Alor gaan eten op onze laatste avond in KL. Jalan Alor is een lange straat met enorm veel eettentjes, veelal door chinezen gerund. Sara en Madeleine stonden met open ogen naar de nog levende schelpen te kijken terwijl wij ons te goed deden aan verse krab en veel stokjes sateh, weggespoeld met liters Tiger bier. Qua budget een dure avond maar wel gezellig (voor westerse begrippen natuurlijk nog steeds een lachertjes als je met z’n allen € 50 betaalt voor krab, nasi, vissoep, inktvis, 40 stokjes sateh en bier). Hoewel de hygiëne van de eettentjes over het algemeen uitstekend is zijn de toiletten vaak vergeten gebied. Toen Brigitte met Sara de deur opende kwam er net een uit de kluiten gewassen rat even polshoogte nemen uit het gat in de grond…
Mark en Laura bleven nog tot zondag in KL en zouden daarna naar de oostkust gaan richting Thailand. We kozen ervoor om naar Penang aan de westkust te gaan om vandaar uit naar het eiland Langkawi door te reizen. Voor ons hotel vertrok woensdagochtend een luxe bus rechtstreeks naar Georgetown waarin buiten ons maar een andere passagier zat. Speciaal voor Sara werd voor en na haar slaapje Chicken Little op de grote LCD gedraaid waar ze dit keer wel geboeid naar bleef kijken waardoor het 3 uur durende ritje snel voorbijging.
In Penang wederom een hotelletje geboekt met zwembad, dit keer een stuk goedkoper en ietwat buiten de stad Georgetown. Hotel Naza bleek een aardig hotel te zijn met mooi zwembadje aan het strand. Het zeewater was jammer genoeg vrij smerig en nodigde niet uit voor een duik. Met de bus naar het centrum wat een rit van een half uur betekende dankzij het verkeer, kosten echter pp € 0,20! Georgetown is de tweede stad van Maleisië maar dat merk je niet aan de bouwwerken. In plaats van hoge kantoortorens veel oude, koloniale gebouwen uit de tijd dat de Britten hier hun hoofdvestiging hadden. Het centrum wordt echter gedomineerd door Chinezen, getuige de vele restaurants en winkels met schreeuwende gevels. Het leukste stukje vonden we echter Little India, waar ook meteen andere geluiden te horen waren en de geuren indringend anders waren. Naast het verder oninteressante Fort Cornwallis met een potsierlijk verklede en zongebrande Maleisiër als Britse soldaat lag een park met speeltuintje en food court. Ideaal om Sara even te laten rondrennen en een Nasi Lemak naar binnen te werken. Hier speelden zich Alfred Hitchcock’s Bird taferelen af met vervaarlijk rondvliegende kraaien (?) die zich te goed deden aan de vele etensresten. Met een beetje pech landde een halfvolle sateh stok met saus op je hoofd als je niet uitkeek. Live entertainment voor Sara. Aan het eind van de dag de inmiddels traditionele verfrissingduik voor het avondeten. Naast ons hotel lag een leuke food court en waarschijnlijk was het hier dat ik voor het eerst slachtoffer werd van Montezuma’s revenge. Heftige maagkrampen en diarree waren het gevolg en de nachtrust schoot erbij in. Slapen was er toch niet bij geweest want die nacht was er een zeer hevig onweer. Sara probeerde zich groot te houden door met bevend stemmetje vanuit haar bedje te melden dat ze niet bang was. Dankbaar kroop ze echter tussen ons in om veilig verder te snurken.
Het liefst wilden we nog een paar nachten in het centrum in de Cheong Fatt Tze Mansion blijven (www.cheongfatttzemansion.com), een schitterende B&B waar ook de film Indochine was opgenomen maar helaas was alles volgeboekt. In tegenstelling tot wat de brochures bij de lokale VVV beloofden kon Penang en dan met name Georgetown ons niet echt bekoren. Ook waren we een dikke week verkeer en uitlaatgassen moe en wilden we weer wind en frisse lucht. We besloten om na 2 dagen weer verder te gaan en boekten de ferry naar Pulau Langkawi, een groep tropische eilanden bij de Thaise grens op 2,5 uur varen van Penang. Toeristischer en duurder dan de oostkust maar hier kan Sara tenminste weer vrij rondrennen en zandkastelen bouwen. Ze gebruikt inmiddels geen speen meer nadat ze er 2 kapot heeft gebeten. Nadat we haar hebben uitgelegd dat ze stuk zijn en we er hier geen kunnen kopen, heeft ze zich erbij neergelegd en zeurt ze er niet meer om. Ook proberen we haar sinds we in Maleisië zijn overdag zindelijk te krijgen en dat lukt steeds beter, hoewel het af en toe een hele onderneming is om in een stad snel een toilet te vinden. Als ze een luier aanheeft voor haar middagslaapje of ’s ochtends wakker wordt wil ze op de WC haar behoefte doen. Het zou mooi zijn als het in de komende weken zonder problemen gaat, dat scheelt een hoop gesleep met luiers voor de rest van de reis.
5 reacties op dit bericht. Lees meer uit de rubriek Malaysia.
Oost naar West
Het viel een beetje zwaar om afscheid te nemen van Tioman en Air Batang. We hadden makkelijk nog langer kunnen blijven maar aan de andere kant was de nieuwsgierigheid naar meer Maleisië te groot. De zee was kalm dus de ferry tocht verliep rustig. Sara viel vrijwel meteen na vertrek in slaap en werd pas wakker bij het aanmeren in Mersing. In de hal van het busstation gingen we op zoek naar kaartjes voor de bus naar Melaka aan de oostkust en dat bleek een domper. Na een telefoontje van de zwaarlijvige vrouw achter het loket bij een van de reisbureautjes liet ze weten dat de middagbus vol zat en er alleen nog een om 1730 uur ging. Dat betekende meer dan 5 uur wachten en pas 2200 uur aankomen. Wat nu? Een rechtstreekse taxi zou te duur zijn. Enige opties waren of de bus naar Kluang nemen en daar hopen op bus naar Melaka of planning omgooien en aan oostkust blijven richting Kuantan. Ik maakte een laatste ronde om het gebouw heen toen ik een Indiër in FC Barcelona shirt zag zitten. Dat moet goed zijn dacht ik, fervente Barça fan die ik zelf ben en begon over het afgelopen rampzalige seizoen en wat er beter zou kunnen. Na gezamenlijk te hebben geconcludeerd dat de grote spelersschoonmaak die nu plaatsvond het enige middel was voor hernieuwd succes, vroeg hij waar ik naar toe ging. Vervolgens liep hij met me mee naar een minuscuul gat in de buitenmuur wat het loket voor de nationale busmaatschappij bleek te zijn. Hier waren nog kaartjes voor de middagbus te krijgen. Toen de bus kort daarna vertrok zaten er welgeteld 16 mensen in!
Sara vond het allemaal even spannend, zeker omdat ze op de eerste rij zat en alles goed kon zien. Na een uurtje rijden echter waren er links en rechts alleen nog maar enorme palmboom plantages te zien en zakte ze langzaam in een diepe slaap. Ik telde als road kill 3 dode apen en zag 2 waarschuwingsborden voor overstekende olifanten. Zoals op ieder aankomstpunt van openbaar vervoer werd je ook in Melaka belaagd door de taxi maffia. Zelden zo’n schaamteloos publieke kartelvorming gezien. Allemaal hanteerden ze dezelfde in verhouding belachelijk hoge prijs voor het stukje naar de binnenstad. Nadat we quasi verontwaardigd wegliepen bleek de prijs toch omlaag te kunnen. Aangezien vrijwel alle vermelde plekken in de reisgids volzaten en het in Melaka dus druk zou zijn had Brigitte vooraf via internet een hotel geboekt. Volgens de Tripadvisor website was hotel Portugis een gezellig familiehotel dichtbij het centrum. Bij aankomst verging ons enigszins het lachen. Een troosteloze buurt met middenin een gebouw met vele flikkerende gekleurde lampjes: hotel Portugis. Er waren weinig kamers waren bezet maar toch was de ons toebedeelde kamer nog niet schoon. We konden buiten op de gang wachtten tot de kamernicht, een klein Maleis mannetje met staartje en opgevulde BH klaar was. De kamer was klein en kitscherig maar ok. We besloten een hapje te gaan eten in het centrum en een ander hotel voor de dagen erna te zoeken. Na een half uur lopen bleken we echter nog niet eens op de helft van de weg naar het oude centrum te zitten en kwamen de eerste tranen bij Brigitte. Bij terugkomst in het hotel schalde de muziek uit de speakers buiten en stond er een hooggehakte, schaars geklede dame in de deuropening van het restaurant naast het hotel. Hotel Portugis was zeker geen familiehotel maar wel gezellig als je van karaoke en hoeren hield. Achteraf kregen we namelijk te horen dat het hotel ook nachtclub en verkapt bordeel was. Meteen uitgecheckt en natuurlijk het geld kwijt. Van John en Christine had ik eerder die dag gehoord dat zij vlakbij Hotel Lisbon woonden naast de Portugese enclave dus weer in de taxi. Hotel Lisbon was een verademing vergeleken bij Portugis. Mooie ruime kamer met uitzicht op de Straat van Melaka. Toen we later die avond met John, Christine, Mark en Laura afspraken hebben we nog hartelijk moeten lachen om de hotelstunt. De kamerprijs van € 22 kwijt maar een mooi verhaal rijker.
Hotel Lisbon ligt naast de zogenaamde “Portuguese Settlement”, een nagebouwd Portugees plein op de plek waar de oorspronkelijke Portugese immigranten in de 17e eeuw hebben gewoond met daaromheen enkele duizenden vissers met hun families, allen afstammelingen van de eerste bewoners. Ze spreken zelfs nog het zogenaamde Kristao, een mix van Malay en oud Portugees. Toevallig was die week het jaarlijkse Festa de San Pedro, waarbij de hele buurt werd afgezet en je kon drinken, eten en dansen. Die avond biertjes gedronken met John, Christine, Mark en Laura en enkele Indische vrienden van John. Sara en Madeleine leken meer bezig met elkaars spullen af te pakken dan echt samen te spelen. Hun karakters lijken nu al echt te botsen en het verbaasde ons dat ook Sara enkele gemene trekjes in zich heeft.
De dag erna bij John en Christine langsgegaan. Zij wonen in een appartementencomplex vlakbij hotel Lisbon, waar ook een zwembad bij hoort. Hier kon Sara lekker rondspartelen met Madeleine. John en Christine zijn ergens in de 60 en een alleraardigst koppel. Na vele jaren in India te hebben gewoond genieten ze nu van zijn pensioen in Maleisië. Hoewel ze een dochter hebben verloren door de tsunami zijn ze beiden nog steeds gek op de zee en in het bijzonder op duiken. Ze gaan dan ook regelmatig naar een van de eilandjes in de Zuid-Chinese zee. Je merkt aan alles dat zij graag de rol van opa en oma spelen en hoewel de taalbarrière Sara parten speelt vindt ze het fijn om bij hun te zijn. Madeleine is 6 maanden ouder dan Sara en een stuk rustiger. Zij kan gemakkelijk in haar eentje spelen of een hele DVD op de laptop kijken, waarschijnlijk ook omdat ze al een jaar alleen is met haar ouders. Dit in tegenstelling tot Sara die graag met iemand speelt en nauwelijks interesse vertoont in tekenfilms. In Nederland kon Sara ook al niet lang haar aandacht vasthouden als de TV aanstond, ook al had ze zelf om bijvoorbeeld Sesamstraat of de BiBa boerderij gevraagd. Sinds Mark en Laura in Maleisie zijn is Madeleine’s slaapritme naar de haaien. Voorheen ging ze rond 1900 uur slapen en was ze om 0600 uur wakker, met als gevolg dat Mark en Laura ook altijd vroeg onder de wol gingen. Dit betekende wel dat ze veel tijd overdag hadden. Met Sara is het anders, ze is nog geen enkele keer voor 2200 uur naar bed gegaan maar doet overdag wel nog haar middagdutje. Voor ons betekent dit dat we ‘s avonds vroeg gelukkig niet op een hotelkamer zitten opgesloten en dat we ’s ochtends kunnen uitslapen. We waren toch al geen ochtendmensen dus dat komt goed uit.
Via John kregen we het telefoonnummer van zijn vriend Albert, de Hindoestaanse taxichauffeur. Een 60-jarige grappenmaker die Sara in zijn ban had met zijn arsenaal aan dieren- en babygeluiden. Albert kon perfect allerlei nationaliteiten nadoen met als hoogtepunt de Japanner die Melaka in een uurtje met de taxi wilde zien voordat hij weer met de bus verder ging, iets wat regelmatig voorkwam volgens hem. In het vervolg geen gezeik meer met de taxi maffia maar even Albert bellen en vervoer en entertainment was geregeld.
Tijdens het verblijf in hotel Lisbon onstond het mysterie van de groene pijl. In bed lag ik iedere keer recht onder een grote groene pijl op het plafond met daarop de woorden ‘Arah Kiblat’. Navraag bij het uitchecken leerde dat dit als hulpmiddel diende tijdens gebed door de richting van Mekka aan te geven voor Arabieren zonder richtingsgevoel.
We besloten nog 1 nacht in Melaka te blijven en boekten een kamer in de Heeren Inn in Chinatown, gelegen aan de weg die vroeger daadwerkelijk Heerenstraat heette. Na de Portugezen en voor de Britten hebben de Nederlanders ook een tijd lang in Melaka geregeerd. De sporen zijn nog te zien in gebouwen als het Stadthuys, de Christ Church en de Dutch Graveyard. Men probeert op een aantal plekken die periode uit te melken, bijvoorbeeld in de Dutch Harbour Club waar, jawel, kroketten en Goudse kaas op het menu staan. Toch maar liever voor lokaal voedsel gekozen waarbij Sara zich te buiten ging aan de verschillende soorten vers fruit. Het personeel was helemaal weg van Sara en lieten haar allerlei dingen proeven. Het lekkerste was toch wel het paarskleurige ‘dragonfruit’ gecombineerd met vanille-ijs.
Omdat het zo plakkerig warm was besloten we naar het openbare zwembad te gaan. De man achter het loket sprak geen engels maar gebaarde gelijk dat hij mijn zwembroek wilde zien. Bij het zien van mijn shorts begon hij heftig nee te schudden en haalde hij een kaart tevoorschijn met foto’s van allerlei soorten obscure zwembroekjes. In tegenstelling tot de gewone kleding die vrij wijd hangt is zo strak mogelijk het devies wat betreft zwembroekjes. Perverse badmeesters wellicht? Volgens mij was ik 10 jaar toen ik voor het laatst in een Speedo broekje heb rondgelopen en eerlijk gezegd trotseerde ik liever de warmte dan in de naastgelegen winkel die paar centimeter stof aan te schaffen. Brigitte was sowieso niet binnengekomen zonder badpak dus rechtsomkeer naar een drankje in het koele parkje ernaast waar ook een speeltuin was voor Sara dus die vond het allang best.
Melaka’s Chinatown concentreert rondom Jalan Hang Jebat, vroeger Jonkers Straat geheten. Op vrijdag en zaterdag is deze afgesloten voor verkeer en stallen honderden Chinezen hun prullaria en etenswaar uit in kleine kraampjes. Erg gezellig en voor Sara een paradijs aan speelgoed, de ene met nog meer kleuren en lawaai dan de andere. Ze bleef de straat maar op en af rennen op zoek naar dat ene stukje speelgoed wat ze mocht uitkiezen. Het was lang twijfelen tussen een plastic zangvogeltje en een uit zichzelf rondspringende bal maar uiteindelijk werd het de laatste waarna tot groot vermaak van de omstanders Sara kraaiend van plezier achter het balletje aanholde. Bij Cafe EZ zaten de eerder genoemde Indische vrienden van John en Christine en samen met hen een biertje gedronken. Ook een Nederlandse John was aanwezig en hij bleek uit Roermond te komen en in Melaka te wonen. Met 80 jaar nog uiterst kwiek en dagelijks te vinden voor een biertje bij zijn stamkroeg. Blij dat hij weer eens Limburgs kon praten ging hij op de praatstoel zitten en kreeg ik in korte tijd zijn levensverhaal te horen. Het kwam erop neer dat hij na jaren van werken voor Philips in Azië van zijn riante pensioen genietend zijn leven zou eindigen onder vrienden in Melaka. Toch even anders dan in Nederland achter de geraniums in een verzorgingstehuis de regenachtige dagen tellen.
Melaka is een leuke stad om een paar dagen rond te slenteren maar dan wel in het weekend want dan is Chinatown op zijn leukst. Helaas lijkt op de bonnefooi reizen steeds lastiger want ook hier is het advies om hotel van tevoren te reserveren mocht je in het weekend willen gaan. Tijdens ons verblijf waren alle leuke hotels in hte oude centrum (van wat we gezien hebben o.a. Puri, Heeren House en Baba House) volgeboekt op zaterdag vandaar dat we al op zaterdag in plaats van zondag zijn vertrokken naar de hoofdstad Kuala Lumpur.
Hotel Lisbon is geschikt als je buiten de stadsdrukte wil zitten. Er waait altijd een aangename koele bries vanuit de Straat van Melaka en naast het hotel is een speeltuintje. Wel moet je iedere keer een taxi nemen want de afstand naar het centrum is te groot om te lopen. Als echt moslimhotel wordt er geen alcohol geschonken maar er zijn genoeg restaurantjes en barretjes naast het hotel om dat gebrek te compenseren.
5 reacties op dit bericht. Lees meer uit de rubriek Malaysia.
Familieleven in Air Batang
Om een beeld te geven van wat er zoal rondloopt aan families in Air Batang, hieronder een kleine doorsnede aan leukste contacten gedurende ons verblijf op Tioman. De eerste familie die we ontmoetten was het Australische stel Larry en Astrid uit Fremantle bij Perth. Larry is sportjournalist en eet en drinkt als het ware sport. Dat blijkt ook uit de keuze van de namen van zijn kroost. Begon het nog onschuldig met oudste dochter Torea, de oudste zoon heet Cassius en de benjamin heet prachtig Sugar Ray (voor de sportleken onder ons, beiden vernoemd naar beroemde boksers). Waar Astrid constant bezig was met baby Sugar Ray zat Larry de Euro 2008 herhalingen te bekijken of artikeltjes voor zijn paardenrace site te typen. Larry is eigenlijk een combi van John Frederikstadt en Mart Smeets, statistiek wonder en smeuïge verhalen uit de oude doos tegelijk (dronken geworden met Ian Rush bijvoorbeeld toen hij voor de krant Singapore Straits verslag van engels voetbal deed). Geweldig om gewoon slap mee te ouwehoeren over sport. Hij heeft me uitgenodigd om naar een voetbalwedstrijd in Fremantle te gaan als we in Perth zijn. Niks qua niveau maar gewoon als excuus om een biertje drinken en over echt voetbal te praten.
In de laatste dagen op Pulau Tioman hebben we 2 reizende families uit de UK ontmoet die een soortgelijk avontuur als ons zijn aangegaan. Het eerste stel, Richard en Wendy zijn in Maleisië aan hun laatste stop toe voor de terugvlucht naar huis begin juli. Met hun twee dochters van 8 en 4 zijn ze ongeveer 7 maanden onderweg geweest om bij thuiskomst hun leven weer op te pakken na verkoop van hun bungalowparkje. Hun conclusie: fantastische ervaring maar aan de andere kant ook weer blij dat er een eind aan komt. Ze hadden ons inziens een nogal ambitieus reisschema gezien het aantal maanden (Jamaica, Costa Rica, Nieuw Zeeland, Australië, Vietnam, Laos, Cambodja, Thailand, Maleisië en Singapore), maar de kinderen hebben er volgens Richard niet onder geleden. Hij is een self-made man die graag aan het woord is, zij is meer op de achtergrond maar lijkt wel de beslissingen te nemen. Hoewel ze volgens hem met een bepaald budget reisden doken er wel erg veel dure resorts op in zijn met veel bravoure vertelde verhalen. Met de juiste hoeveelheid zoutkorrels waren avonturen en tips echter goed te verteren. Met hun hebben we op de laatste dag op Tioman een snorkeltrip gedaan naar Coral Island. Op het laatste moment nodigde een Amerikaanse vrouw met dochter zich zelf uit en dat bleek een klein smetje op een voor de rest prachtige dag te zijn. Zij is het type waar ik persoonlijk een bloedhekel aan heb. Een enorme geldingsdrang etalerend, bleek ze bij ieder verhaal dat iemand vertelde een familielid of kennis te hebben die hetzelfde of erger of beter had meegemaakt, waarbij je niet eens de kans kreeg je woorden af te maken. Het dieptepunt was toch wel haar trotse relaas dat haar man vanwege zijn Maleisische afkomst korting kon krijgen op bepaalde artikelen in de buurtsupertjes in Air Batang wat resulteerde in 25 Sen (€ 0,05) op een zakje chips van € 0,50! Daar staat hij dan met dubbel gezinsinkomen om een korting te vragen bij mensen die het toch al niet breed hebben.
Het snorkelen was fantastisch. Coral Island is een klein, onbewoond eiland waar het rondom stikt van koraal in alle kleuren van de regenboog. Tijdens het zwemmen werd je omsingeld door allerlei vissen die nieuwsgierig tot vlak voor je duikbril zwommen, ogenschijnlijk wetend dat je niets kwaads van plan bent. Volgens Richard en Wendy, die ook in het Great Barrier Reef hadden gesnorkeld was dit nog mooier. Maar goed dat we pas achteraf lazen dat barracuda’s en blacktip haaien er ook huizen. Beiden weliswaar ongevaarlijk mits met rust gelaten zien we toch liever mooie kleinere visjes. Sara wilde ook in het water en met bandjes en zwemvest dobberde ze relaxed rond het bootje waarbij de visjes om haar heen krioelden omdat de schipper stukjes brood in haar buurt gooide. Ze schaterde het uit van de pret. Als rustplaats koos de schipper het mooiste strandje dat we ooit hebben gezien. Heel lichtblauwe zee die eindigde op zand zo wit als sneeuw en zo zacht dat het leek alsof je op watten liep. Sara begon meteen de boel te verkennen en samen zijn we het strand afgelopen. Wat ik niet in de gaten had was dat zandvliegen hier niet tot kniehoogte bleven maar waarschijnlijk bij gebrek aan menselijk vlees maar meteen het hele lijf onder handen namen. Toen ik een straaltje bloed over mijn arm zag lopen wist ik pas hoe laat het was en als een speer het water in gerend. Brigitte telde uiteindelijk 42 bulten op mijn rug en armen. Sara en Brigitte bleven wonderwel volledig buiten schot. Gelukkig heb ik er weinig last aan overgehouden, mede dankzij de wondercrème van Hafaz. Na een heerlijke lunch in Salang Bay nog langs een wonderbaarlijk bouwwerk gevaren. Aan het eind van Salang Bay is een mooi resort gebouwd dat echter nooit is opengegaan. De ondergrond bleek niet stabiel genoeg te zijn, een conclusie die pas bij oplevering van resort werd gedaan. Een mooi voorbeeld van gedegen vooronderzoek of is ook hier sprake van een vorm van bouwfraude?
Het laatste leuke koppel dat we hebben ontmoet zijn Mark en Laura met hun 2,5 jaar oud dochtertje Madeleine. Zij zijn in totaal anderhalf jaar onderweg en hebben huis en haard verkocht. Via Zuid-Amerika hebben ze al een aantal landen bezocht waar wij nog zullen komen, dus ook hier tips en foto’s. Ze lijken in veel opzichten op ons, qua leeftijden en ideeën. Het klikte dan ook meteen en na enkele maaltijen werd besloten om elkaar weer in Melaka te treffen. Via Marc en Laura leerden we op de laatste avond een ouder Brits echtpaar kennen dat in Melaka woonde en waar zij zouden logeren. Hartelijke mensen die hun wens voor een kleinkind niet konden verbergen en met grote belangstelling Madeleine en Sara overal volgden. Op deze avond zaten we met Marc en Laura te eten bij de Sunset Corner, een tentje dat net open was gegaan en heerlijke pizza’s serveerde op het strand. Een welkome afwisseling na dagen met alleen maar rijst. We namen de laatste hap toen plotseling alle stroom uitviel, een power blackout. Laten we nu uitgerekend het voor ons verst gelegen restaurantje hebben gekozen. Het was een lange terugweg in het donker met een zingende Sara en een nachtblinde Brigitte! Gelukkig kwamen we een van de jongens van onze accommodatie tegen op de fiets en konden we het laatste stuk in fietslicht afleggen.
Meer over Marc, Laura en de Johnstones in de blog over Melaka.
Mocht je met je familie een mooi plekje zoeken waar de kinderen heerlijk kunnen ravotten en het leven niet duur is dan is Air Batang een goede keuze. Behoudens een of twee strandbarretjes is er geen avondvertier laat staan nachtleven dus voor oudere kinderen niet echt geschikt. Dat schijnt wel meer in Salang Bay te zijn, 2 baaien verderop, zie ook foto. De accommodaties bij ABC, Bamboo Hill en Nazri 1 zijn volgens ons het mooist om te verblijven.
Pulau Tioman
Eerst even wat feitjes over onze huidige plek, Air Batang aan de westkust van het eiland Pulau Tioman. Het is niets meer dan een strook grond van 1 kilometer breedte, aan de ene kant begrenst door de bergen en aan de andere kant de zee. Het is een klein dorp, in het Malay kampung genoemd waar de lokale bevolking in hutjes aan de uitlopers van de bergen woont en de strandkant bebouwd is met bungalowtjes voor toeristen. Vanaf het ferry piertje gaat er een voetpad tussen alle accommodaties door en wel zo vloeiend dat het eigenlijk één grote plaats met hutjes lijkt. Aan het eind van het pad ligt onze accommodatie Air Batang Chalets. We hebben hiervoor gekozen vanwege het ondiepe water voor het strand en de hutjes met airco. Dat laatste is zeker voor Sara’s middag- en nachtrust onmisbaar. Ze draait inmiddels volledig op lokaal ritme, wat uiteindelijk toch maar een weekje heeft geduurd. De chalets zijn redelijke onderhouden hutjes in een mooie tuin, inclusief kabbelend zoetwater beekje. De plek wordt gerund door Hafaz en zijn familie, hoewel het na enkele dagen nog steeds niet duidelijk is wie nu allemaal precies tot zijn familie behoort.
Air Batang is een heerlijke plek. De bewoners leven in harmonie met de toeristen en profiteren er natuurlijk volop van. Ze draaien de vuile was voor je, je kan gemasseerd worden en iedereen lijkt over een bootje te beschikken om je ergens naar toe te varen. De huisjes worden grotendeels bewoond door toeristen uit Australië of Scandinavië, vrijwel allen met kinderen. Wij zijn deze week de enige Nederlanders en worden iedere dag dan ook aangesproken over het EK 2008. Men is hier helemaal voetbalgek en de lokale kinderen lopen allemaal in voetbalshirts, met ManUnited en Chelsea als favoriet. Voor de wedstrijd Portugal tegen Duitsland had ik de wekker om 0245 uur gezet waarna ik onderdeel werd van een ietwat surrealistisch tafereel. Op de achtergrond de ruisende branding van de zuid Chinese zee, op de grond van de bar enkele locals stoned als een garnaal van de vette joint die rondging en aan de bar naast me 2 voetbalgekke Australiërs waarvan er een kwistig met Guus Hiddink Australië trivia strooide. Voorbeeld: hoeveel wedstrijden heeft Guus in totaal met het Australische elftal gewonnen, oefen- en toernooi interlands? (Antwoord=1, de WK wedstrijd tegen Japan).
De eilanden voor de oostkust zijn vermaard om hun snorkel mogelijkheden en op Tioman is dit niet anders. Enkele meters uit de kust bij Air Batang beginnen de koraalriffen. Met een snorkel set de zee ingedoken en de adem stokte regelmatig bij het zien van zoveel moois. Prachtige kleuren koraal en duizenden vissen in de meest waanzinnige kleur combinaties, een groot aquarium. Geconditioneerd door Disney schreeuwde ook ik Nemo toen enkele clownvissen uit een reusachtige zeeanemoon naar voren schoten. Brigitte heeft zelfs mee gezwommen met een nieuwsgierige rog. En dat alles op een paar stappen van het strand. Volgens Hafaz zitten er ook leatherback schildpadden bij het piertje, die moeten we nog gaan bekijken.
Sara kijkt de ogen uit bij de beestjes op het land. Alles is hier een maatje groter. Paarse en ivoorwitte vlinders hebben een spanwijdte van wel 15 cm en zwarte mieren halen makkelijk de lengte van 2 vingerkootjes. Hagedissen zijn er in alle maten, de grootste ligt als huisdier vaak in de schaduw van een accommodatie verderop en meet ongeveer 1,5 meter. Sara is dikke vriendjes met een Maleisisch jongetje Deryan van haar leeftijd die zijn aanvankelijke schroom overboord heeft gegooid en haar overal volgt, tot groot vermaak van de locals. Deryan moet regelmatig met zijn vader mee met het bootje waarbij Sara beteuterd aan de waterkant achterblijft en iedere keer vraagt wanneer “vriendje bootje komt”.
De locals verplaatsen zich met brommertjes, zelfs als ze 100 meter verderop moeten zijn, waarbij kinderen achterop zitten of in de zijbak. Sara heeft inmiddels ook al een ritje door de kampung erop zitten in de zijbak, samen met Deryan. Dikke pret en grote verhalen achteraf natuurlijk. Het record wat we tot nog toe hebben gezien staat op een familie van 4 op een brommertje. Pa voorop met een kleine op het stuur, dan een kleine tussen pa en ma in en ma als sluitpost gelijk John Cleese in A Fish Called Wanda.
Als het niet voor het gebed was dat uit sommige hutjes klinkt dan zou je niet in de gaten hebben dat je in Islam gebied reist. Public Enemy klinkt uit de speakers en de Carlsberg biertjes gaan kwistig rond bij het barretje dat voetbal live uitzendt, waarbij de locals vrolijk meedrinken. Over het algemeen geldt, hoe noordelijker aan de oostkust hoe kleiner de kans op alcohol. Op Tioman wordt de alcoholverkoop echter toegestaan als onderdeel om het toerisme te ondersteunen. Behalve landbouw en visserij is er namelijk aan de oostkust vrijwel niets dus toerisme inkomsten zijn broodnodig. Het leven is voor ons westerlingen erg goedkoop. Gisteren was er BBQ en de inktvis en tonijn die ’s ochtends nog in de zee zwommen lagen ’s avonds met een heerlijke chili saus en gehakte knoflook op onze borden. Kosten per bord inclusief rijst of frietjes en salade € 3! Lunch is meestal een overheerlijke Nasi Goreng Kampung met rijst, chili, piepkleine ansjovis, ei en stukjes groente. Een vol bord voor € 1. En dan te bedenken dat Tioman nog een vrij toeristische plek is met navenant hogere prijzen. Sara eet hier haar bordje beter leeg dan thuis hoewel het vooruitzicht van haar dagelijkse favoriete mango ijsje daar natuurlijk debet aan is.
Na het weekend willen we ondanks dit alles weer verder. De bedoeling is aan de oostkust te eindigen in Kota Bahru, een van de best bewaarde originele Maleisische steden aan de grens bij Thailand. Maar eerst gaan we naar een leuk plaatsje wat noordelijker aan de kust van waar we nu zitten, Cherating. Nu Nederland jammerlijk maar verdiend is uitgeschakeld hoeven we ons schema daar niet meer op aan te passen, dat is een schrale troost …Go Guus Go!
4 reacties op dit bericht. Lees meer uit de rubriek Malaysia.

english version